Onderzoek naar het leren van taal bij kinderen met TOS

Onderzoek naar leren van taal bij kinderen met TOS

Senior onderzoeker Imme Lammerink is vandaag gepromoveerd op haar onderzoek naar de relatie tussen statistisch leren en taalvaardigheid in kinderen met en zonder TOS. In deze studie is er onderzocht of kinderen met TOS meer moeite hebben met het leren van taal omdat zij meer moeite hebben met statistisch leren dan kinderen zonder TOS.

“Taal is heel belangrijk in het leven”, vertelt Imme. “Iedereen gebruikt taal om elkaar verhalen te vertellen en vrienden te maken.” Iedere taal bestaat uit klanken, woorden en zinnen. Regels bepalen welke klanken en welke woorden gecombineerd kunnen worden en welke niet. Voor sommige kinderen is het leren van taal zo moeilijk dat het een negatieve invloed heeft op hun schoolprestaties en sociale contacten. Deze kinderen hebben een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Er bestaan verschillende theorieën over de manier waarop kinderen taal leren. Een van de theorieën is dat kinderen taal leren omdat ze bepaalde woordcombinaties vaker horen dan andere. Dat heet statistisch leren.

Het leren van combinaties

Imme: “Combinaties komen niet alleen voor in taal, maar ook buiten taal. Hierbij kan gedacht worden aan visuele reeksen of muziek. In de studie speelden kinderen drie verschillende spelletjes. Met deze spelletjes werd onderzocht of kinderen zowel talige als niet-talige combinaties leerden. We vonden dat alle kinderen de niet-talige combinaties leerden. Kinderen zonder TOS leerden ook de talige combinatie. Kinderen met TOS niet. Omdat kinderen met TOS visuele (niet-talige) combinaties wel leerden, willen we in de toekomst onderzoeken of visuele ondersteuning het leren van taal voor kinderen met TOS makkelijker maakt.” 

Bekijk de visuele samenvatting van het onderzoek.