Promotieonderzoek naar communicatie ontwikkeling bij mensen met doofblindheid

Behandeling kinderen en jongeren met aangeboren doofblindheid

Vertellen wat je wilt eten, van welke muziek je houdt, waarom je boos bent. Of gewoon even een gezellig gesprekje met iemand voeren. Het is voor iedereen belangrijk, maar voor mensen met aangeboren doofblindheid niet vanzelfsprekend. Communicatie is daarom een belangrijk thema voor deze doelgroep. Op 3 juni jl. promoveerde Kirsten Wolthuis aan de Rijksuniversiteit Groningen op een communicatiemodel dat als hulpmiddel kan worden gebruikt: ‘Gelaagde communicatie-ontwikkeling’. Het promotieonderzoek van Kirsten Wolthuis is gefinancierd door Kentalis en FNO.

Praktisch handboek

Met dit model kan de interpersoonlijke communicatie ontwikkeling tussen personen met doofblindheid en hun communicatiepartners worden gevolgd en verbeterd. Het is zowel in de zorg als in het onderwijs in te zetten. Ook kan het model gebruikt worden om het communicatieniveau in te schatten en nieuwe communicatiedoelen op te stellen. Vooral dit laatste vinden begeleiders vaak lastig. Daarom hebben Kirsten Wolthuis en Marijke Loerts een praktisch handboek gemaakt: ‘Handleiding voor het gebruik van de observatielijst Kwaliteit van Interactie en Communicatie’. Het boek is tot stand gekomen met medewerking van Kentalis Rafaël, een speciale school voor leerlingen met een beperking in horen en zien.

Welkom hulpmiddel

Ineke Heijnen is leerkracht op Kentalis Rafaël en vertelt hoe het onderzoek van Kirsten en het handboek haar helpt in de begeleiding van doofblinde leerlingen: “Het lastige in de communicatie met deze doelgroep is om goed af te stemmen op de behoeften van de leerlingen en om hun initiatieven goed af te lezen. Ook is het steeds weer een uitdaging om een waardevolle dialoog te voeren waarin de leerling zich gehoord voelt, en waarin ik als communicatiepartner duidelijkheid kan creëren over de wereld om ons heen. Het handboek is een welkom hulpmiddel voor het observeren van de interactie van en met mensen met doofblindheid. Voor sommige leerlingen is het niet altijd gemakkelijk om de doelen van hun niveau te evalueren. Op Kentalis Rafaël werken we nu met de observatielijst uit het handboek. Op deze wijze zijn we in staat nieuwe ontwikkelingsdoelen te formuleren voor onze leerlingen. Het handboek helpt een vertaalslag te maken naar het gedrag van onze unieke leerlingen en wat zij nodig hebben van ons als communicatiepartners. Met als doel om zich verder te kunnen ontwikkelen.”

Goede leidraad

“Een mooi voorbeeld is een leerling van mij die alleen aandacht had zodra ik gebruik maakte van tekeningen, pictogrammen en voorwerpen. Zonder deze hulpmiddelen was die aandacht er niet. Nadat ik deze gedraging scoorde in de observatielijst werd mij duidelijk aan welke doelen ik nog kon werken. Na een jaar  vulde ik de observatielijst opnieuw in. Met als resultaat dat de leerling mooie ontwikkelingsstappen had gezet in de interactie met volwassenen. Het handboek is dus een goede leidraad om inzicht te krijgen op welk niveau de gedragingen van een kind of jongvolwassene zich bevinden en welke stappen gezet moeten worden om hen te ondersteunen in hun ontwikkeling. Ik denk dat het onderzoek en het handboek voor vele communicatiepartners zeer helpend is om de kwaliteit van interactie en communicatie te verhogen.”

Samenwerking Kentalis en de RUG

Het proefschrift van Kirsten Wolthuis en het handboek sluiten naadloos aan op eerder verschenen producten, zoals de interventie ‘Kwaliteit in Communicatie’ en het proefschrift van Kentalis onderzoeker Saskia Damen uit 2015 en andere interventies die binnen Kentalis ontwikkeld en onderzocht zijn, onder supervisie van Professor Marleen Janssen. Kentalis en de Rijkuniversiteit Groningen werken nauw samen aan onderzoek naar doofblindheid. Een kopie  van het handboek kan worden opgevraagd via Marleen Janssen.