Ons onderwijs

Onze visie op onderwijs

Kentalis wil dat kinderen die problemen hebben met horen, spreken en taal volwaardig kunnen meedoen in de maatschappij. Kentalis zorgt voor passend onderwijs. Kentalis stelt daarbij de leerling en zijn of haar levensloop centraal. We doen dat samen met de leerling en de ouders. En samen met reguliere scholen en andere partijen. We werken vanuit recente wetenschappelijke inzichten.

We weten wat onze leerlingen nodig hebben om zich te ontwikkelen tot vaardige, aardige en waardige burgers. Onze leerlingen zijn:
- leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS); 
- dove en slechthorende leerlingen (D/SH);
- doofblinde (DB) leerlingen;
- leerlingen met een communicatief meervoudige beperking (CMB).
 

Schoolondersteuningsprofielen

Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en kinderen die doof, slechthorend, of doofblind zijn, krijgen passend onderwijs. We hebben speciale scholen en ondersteunen leerlingen op reguliere scholen. 

Steeds vaker gaan leerlingen met TOS of gehoorverlies naar een reguliere school met extra ondersteuning. Een deskundige van Kentalis ondersteunt de leerling en de leerkracht. Voor die ondersteuning heeft de leerling een ondersteuningsarrangement nodig. Meer informatie hierover staat in de paragraaf over ambulante dienstverlening.

Sommige kinderen zijn beter op hun plek op een speciale school. We hebben scholen voor speciaal onderwijs (SO cluster 2) en speciaal voortgezet onderwijs (VSO cluster 2) door heel Nederland. Kinderen krijgen daar extra ondersteuning bij de vakken en vaardigheden die zij lastig vinden. We kijken daarbij vooral naar de talenten en mogelijkheden van een kind. Voor speciaal onderwijs is een intensief onderwijsarrangement nodig. 

Wat is cluster 2 onderwijs? 
Het speciaal onderwijs is onderverdeeld in 4 clusters:
-    Cluster 1 is voor leerlingen die blind of slechtziend zijn (landelijk)
-    Cluster 2 is voor leerlingen die doof of slechthorend zijn, of ernstige spraak-taalmoeilijkheden hebben (TOS) (landelijk)
-    Cluster 3 is voor leerlingen met een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking of een chronische ziekte (regionaal)
-    Cluster 4 is voor leerlingen met gedragsstoornissen, ontwikkelingsstoornissen of een psychiatrisch probleem (regionaal)

Een intensief onderwijsarrangement op een speciale school is er voor:
- leerlingen met gehoorverlies (Doof of slechthorend);
- leerlingen die moeite hebben met het leren van taal en met communiceren (TOS); 
- leerlingen met een communicatief meervoudige beperking (CMB). Deze leerlingen zijn doof of slechthorend of hebben problemen met de spraak en taal met daarnaast vaak een verstandelijke beperking. In alle gevallen is er sprake van bijkomende problematiek die de ontwikkeling van taal en spraak extra moeilijk maakt. Ook kan er sprake zijn van gedragsproblemen, problemen in de omgang met anderen of in de opvoeding. 

Op onze scholen krijgen de leerlingen passende ondersteuning. Deze ondersteuning is beschreven in  schoolondersteuningsprofielen. De ondersteuning is altijd gericht op het taalvaardig en communicatief redzaam maken leerlingen. 
-    Dove en slechthorende leerlingen ondersteunen we met: gesproken en geschreven Nederlands, eventueel ondersteund met gebaren (NmG) en/of de Nederlandse Gebarentaal (NGT), beeldmateriaal en pictogrammen. Ook is er veel aandacht voor de culturele vorming en identiteit (CIDS). Het doel is dat leerlingen een positief en reëel zelfbeeld ontwikkelen, leren omgaan met de gevolgen van de gehoorbeperking en ervaringen kunnen uitwisselen;
-    Leerlingen met TOS ondersteunen we met: communicatie- ondersteunende middelen zoals visuele ondersteuning door middel van filmpjes, foto’s, tekeningen, gebaren, computer, digibord, pictogrammen en ander beeldmateriaal. Het doel is dat leerlingen positieve ervaringen opdoen en (weer) plezier krijgen in communiceren door de uitbreiding van taalbegrip en taalvaardigheid;
-    Leerlingen met CMB ondersteunen we met verschillende communicatievormen, zoals voorwerpen of verwijzers, pictogrammen, foto’s, tekeningen, mimiek, expressie, lichaamshouding, geluiden en verschillende vormen van taal: het gesproken Nederlands of alleen losse woorden, NmG, NGT of alleen losse gebaren of vierhandengebaren;
-    Doofblinde (DB) leerlingen ondersteunen we met een benadering die aansluit bij de communicatie die de leerling spontaan gebruikt, zoals mimiek, verwijzen, gebruik van voorwerpen, (tactiele) gebaren of taal.

Plaatsingscriteria
In de schoolondersteuningsprofielen staan ook de afspraken die gelden voor de plaatsing van leerlingen op onze scholen. Onze scholen voor Speciaal Onderwijs (SO) zijn voor: 
-    dove of slechthorende leerlingen, leerlingen met TOS of meervoudig gehandicapte leerlingen met een intensief arrangement;
-    CMB en D/SH leerlingen vanaf 3 jaar (soms vanaf tweeëneenhalf jaar);
-    leerlingen met TOS vanaf 4 jaar. 

Onze scholen voor Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) zijn voor: 
-    leerlingen vanaf 12 jaar met een ondersteuningsarrangement (D/SH, TOS of meervoudig gehandicapt). Deze leerlingen stromen daarna uit naar vervolgonderwijs, arbeid of dagbesteding; 
-    leerlingen die uitstromen naar arbeid of dagbesteding verlaten de school als zij 18 jaar zijn (verlenging mogelijk tot 20 jaar); 
-    leerlingen die uitstromen naar vervolgonderwijs doen dat vaak na de onderbouw van het VSO. Met een ondersteuningsarrangement gaan zij dan naar gewoon voortgezet onderwijs. Zij stromen daar in de bovenbouw in. Daar halen zij ook hun diploma; 
-    leerlingen met een ondersteuningsarrangement volgen soms op een reguliere school passend onderwijs. Dat gebeurt dan in een ‘school-in-school’ constructie en zij halen daar hun diploma.
 

Leerlingenzorg

Al onze scholen hebben een Commissie van Leerlingenzorg (CvL). De CvL is verantwoordelijk voor de leerlingenzorg. De commissie bespreekt nieuwe leerlingen, zittende leerlingen met een zorgvraag en aanvragen voor her-arrangementen. Daarnaast bekijkt de commissie het onderwijsaanbod en de  uitstroommogelijkheden. Ook stelt de CvL het Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) op. (Het OPP wordt hieronder uitgelegd.)

In de commissie zitten verschillende deskundigen die betrokken zijn bij de leerling. Dat zijn een intern begeleider, een gedragskundige en een logopedist. Als dat nodig is, sluit ook de schoolarts aan. De afdelingsdirecteur van de school is voorzitter van de CvL. 
Bij het bespreken van een leerling zijn de leerkracht en de logopedist van die leerling ook altijd aanwezig. Voorafgaand aan sommige besluiten is het wenselijk ook de ouders uit te nodigen. 
In de school specifieke schoolgidsen staat informatie over hoe scholen invulling geven aan de leerlingenzorg.

Vroeg-signalering 
Psychische problemen komen twee keer vaker voor bij dove en slechthorende kinderen dan bij horende kinderen. We bekijken daarom regelmatig of leerlingen psychische problemen hebben. Dat noemen we ‘Vroeg-signalering’. Bij Vroeg-signalering vullen de ouders, de leerkracht en de leerling (vanaf 12 jaar) een vragenlijst in. De antwoorden worden beoordeeld door een gedragskundige. Daarna worden ze met de ouders besproken. De uitkomsten worden vertrouwelijk behandeld. 
Heeft een leerling psychische problemen? Dan zijn binnen Kentalis ambulante behandelvormen mogelijk. Bij ernstigere problemen schakelen we de gespecialiseerde GGZ in. De Vroeg-signalering doen we nu vooral bij dove en slechthorende leerlingen. We willen dit ook bij leerlingen met TOS gaan doen. 
 

Ontwikkelingsperspectiefplan

Voor alle leerlingen in het (V)SO stellen we een Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) op. Dit is een wettelijke verplichting. In het OPP staan:
- het uitstroomperspectief of uitstroomprofiel (UP);
  Het UP geeft de verwachte mogelijkheid aan om door te leren.  Het UP geeft aan waar de leerling na het (V)SO naar toe zal uitstromen. Voorbeelden van UP’s:
    * voor een SO-leerling: Praktijkonderwijs, VMBO-KB
    * voor een SO-CMB-leerling: VSO-CMB
    * voor een VSO-leerling vervolgonderwijs of arbeid
    * voor een VSO-CMB-leerling: arbeid of dagbesteding
- de onderwijsdoelen;
- de ondersteuning die  de school biedt. 

Voor het bepalen van het uitstroomperspectief kijken we naar:
- de manier waarop een leerling informatie verwerkt;
- de spraaktaalontwikkeling;
- het IQ;
- resultaten op (Cito) toetsen;
- de onderwijsbehoefte;
- andere dingen die de leerling helpen of juist tegenzitten. 
In het OPP is dat allemaal samengevat. Ook staat er welke behoefte aan onderwijs de leerling heeft. Voor elk UP biedt de school een standaardaanbod.  Als de leerling daarbij extra begeleiding nodig heeft dan staat dat vermeld bij ‘Extra zorg’. 

Het OPP wordt aan het begin van het schooljaar besproken met de ouders en de leerling. Als het akkoord is, ondertekenen de ouders en de leerling als hij/zij 12 jaar of ouder is. De voorzitter van de Commissie van Leerlingenzorg tekent het OPP ook. 
Aan het eind van het schooljaar wordt gekeken:
- of de doelen uit het OPP zijn behaald;
- of het uitstroomperspectief nog passend is;
- welke ondersteuning nodig is in het volgende schooljaar. 
Deze informatie wordt gebruikt bij het opstellen van het OPP voor het nieuwe schooljaar.

Leerlingvolgsysteem

Om goed te weten hoe het gaat met leerlingen gebruiken we toetsen en observaties. Daarmee kunnen we zien wat de leerling heeft geleerd van de lesstof. Ook kunnen we daarmee bepalen: 
- wat een leerling nodig heeft;
- of extra ondersteuning nodig is;
- hoe leerkrachten en deskundigen hierbij kunnen helpen. 
De resultaten van de toetsen en observaties staan in het  leerlingvolgsysteem (LVS). We bespreken het aan het eind van het schooljaar met de ouders en de leerling.
 

Onderwijstijd

Onderwijstijd SO 
De overheid bepaalt hoeveel uur per jaar kinderen naar school moeten. Voor leerlingen van 
- basisscholen en het SO: minimaal 7.520 uur les verdeeld over acht schooljaren;
- onderbouw (jonger dan 4 jaar en gr. 1 - 4): gemiddeld minimaal 880 uur per schooljaar;
- bovenbouw (gr. 5 - 8): gemiddeld minimaal 940 uur per schooljaar.
De 240 uur die overblijven, kunnen scholen verdelen over de onderbouw en bovenbouw.

Schooltijden in het SO
De SO schooltijden worden voor het begin van een nieuw schooljaar vastgesteld. Sommige Kentalis scholen hebben een continurooster. Dat is een rooster van vier of vijf even lange schooldagen met een korte middagpauze waarin de leerlingen op school blijven. Bij een continurooster kan er wel een vrije woensdagmiddag of vrijdagmiddag zijn. Steeds meer Kentalis scholen gaan over naar een model waarbij alle schooldagen in een week even lang zijn.
Als ouders een aanpassing willen van de schooltijden kunnen ze dat bespreken met de lokale medezeggenschapsraad (LMR) van de school. De LMR moet dan eerst instemmen met een verandering. Daarvoor zal de LMR alle ouders van een school raadplegen. 
In het hoofdstuk ‘Medezeggenschap’ staat meer  informatie over de LMR.

Onderwijstijd VSO
De onderwijstijd op VSO scholen verschil per uitstroombestemming.
- leerlingen met  UP arbeid en dagbesteding: minimaal 1.000 uur onderwijs per jaar;
- leerlingen met UP vervolgonderwijs: 3.700 uur voor het (vierjarige) vmbo, 4.700 uur voor de (vijfjarige) havo en 5.700 uur voor het (zesjarige) vwo. 
Bij de meeste VSO scholen geldt:  1.000 uur per leerjaar en in het examenjaar 700 uur. Als het eindexamen gespreid wordt over twee jaar geldt het minimum van 700 uur alleen in het laatste jaar. 

Toeleiding en aanmelden

Toeleiding
Extra (cluster 2) ondersteuning kunnen ouders en reguliere scholen aanvragen bij het aanmeldpunt van Kentalis. Samen met een trajectbegeleider wordt gekeken wat de onderwijsbehoefte is. De trajectbegeleider geeft het advies door aan de commissie van onderzoek (CvO). 
Deze commissie bepaalt op basis van de adviezen:
- of de leerling ondersteuning krijgt; 
- welke vorm van ondersteuning de leerling krijgt;
- voor hoe lang de leerling die ondersteuning krijgt. 
De commissie geeft dit besluit binnen zes weken (of uiterlijk in tien weken, na een eenmalige verlenging van de termijn). 

Bent u het niet eens met het advies of over de manier waarop dat is gegeven? Neem dan contact op met de trajectbegeleider. Is het probleem niet opgelost? Neem dan contact op met de leidinggevende van de trajectbegeleider. De klachtenfunctionaris in de regio kan advies en ondersteuning bieden. Lukt het niet om tot overeenstemming te komen? Dien dan een klacht in bij de onafhankelijke klachtencommissie. 

Aanmelden
Op de website van Kentalis staat meer informatie over het aanmelden voor onderzoek, onderwijs en zorg. Je kunt ook contact met ons opnemen. Wij helpen u graag verder.
T 0800 53 68 25 47 (0800 Kentalis)
E info@kentalis.nl 
I www.kentalis.nl

Ambulante Dienstverlening

De ambulante dienstverlening ondersteunt leerlingen met een ondersteuningsarrangement. 
Dit kan zijn in het reguliere 
- basis onderwijs;
- voortgezet onderwijs;
- middelbaar beroepsonderwijs. 
Bij ambulante begeleiding komt een ambulant begeleider naar school. Daar krijgt de leerling individuele begeleiding. 

Een leerling met een licht ondersteuningsarrangement krijgt op een reguliere school een korte en doelgerichte ondersteuning. De leerling volgt het onderwijsprogramma van de reguliere school.

Een leerling met een wat uitgebreider ondersteuningsarrangement gaat naar een reguliere school en krijgt daar ondersteuning. Dit gebeurt meestal in de klas en vaak samen met andere leerlingen die ook ondersteuning nodig hebben. De ambulant begeleider werkt nauw samen met de reguliere school.

Een combinatie van regulier en speciaal onderwijs is ook mogelijk. In verschillende steden werken we   samen met reguliere scholen om leerlingen onderwijs op maat te bieden. Leerlingen volgen bijvoorbeeld speciaal onderwijs binnen een reguliere school (een school-in-school constructie) of gaan naar een reguliere school met meer deskundigheid over TOS of gehoorverlies.