Onderwijsprogramma en activiteiten

Vakken

Onderwijsprogramma 

Binnen ons onderwijs gebruiken we de kerndoelen primair onderwijs en de kerndoelen speciaal onderwijs zo veel mogelijk als leidraad. Deze doelen zijn opgesteld door het Ministerie van Onderwijs. De nadruk binnen ons programma ligt op taal en communicatie. En daarnaast is er voldoende aandacht voor andere leergebieden. Binnen de hele school gebruiken we extra hulpmiddelen bij het structureren van de dag. Door een visuele dagplanning, het gebruik van pictogrammen, een planbord en time-timers creëren we overzicht voor onze leerlingen. Door het structureren van de dag en taken leren kinderen beter omgaan met omgevingsprikkels.

Programmaonderdelen

Communicatieve vaardigheden

Communicatieve vaardigheden, zijn de vaardigheden waar bij onze leerlingen de meeste onderwijsbehoeften liggen. De Bosschool hanteert de methodiek, Leerlingvolgsysteem Communicatieve Vaardigheden, waarbij de leerkracht en de logopedist dagelijks en planmatig aan de communicatieve vaardigheden van de leerlingen werken.

Logopedie

Op de Bosschool zijn logopedisten werkzaam met verschillende specialisaties binnen cluster 2 problematiek. Omdat alle kinderen op de Bosschool in meer- en mindere mate een probleem hebben in de taal, spraak en/of communicatie vult de logopedist een belangrijke taak in voor de ontwikkeling van uw kind. De logopedist is gekoppeld aan lesgroepen. Binnen deze groepen ondersteunt de logopedist de leerkracht in het taalonderwijs en de lessen communicatieve vaardigheden. De logopedist en de leerkrachten werken nauw samen in het aanleren van de communicatieve vaardigheden van de leerlingen. Dit doen zij middels de methode LVS-CV (leerlingenvolgsysteem communicatieve vaardigheden). Dagelijks vinden er oefenmomenten plaats.

Naast de ondersteuning van de leerkracht en de groepslessen besteedt de logopedist individuele aandacht aan de taal- en spraakontwikkeling van uw kind. Dit wordt gedaan middels individuele logopedie.of logopedie in een kleine groep. Het optimaal communicatief functioneren van het kind binnen de samenleving staat hierbij centraal. In de onderbouw betekent dit dat er vaak voornamelijk aandacht zal zijn om, middels individuele begeleiding,  sprongen te maken in de taal- en spraakontwikkeling. In de midden- en bovenbouw betekent dit dat er voornamelijk aandacht is voor het vergroten van de communicatieve redzaamheid en de taalvaardigheden (mening vormen, discussiëren, beargumenteren, vertelvaardigheden, gesproken en schriftelijke taal begrijpen en psycho-educatie, (hoe ga ik om met mijn taalprobleem?).

Uitbreiding van taalvaardigheden gebeurt zoveel mogelijk aansluitend aan de thema’s uit de klas of actuele gebeurtenissen. Door aan te sluiten bij de taalthema’s uit de klas of actualiteiten vindt er veel herhaling plaats waardoor de taal beter kan beklijven.

De logopedist onderhoudt contact met u via Social Schools of de mail. In de onderbouw wordt er gebruik gemaakt van een communicatiemap, zo kunt u samen met uw kind thuis kijken naar wat er is gedaan en kunt u dit herhalen. In de midden- en bovenbouw stimuleren wij de leerlingen om zelf thuis te vertellen wat er is gedaan.

Tijdens oudergesprekken is er de mogelijkheid om de logopedist te spreken. Daarnaast kunt u gedurende het hele jaar, in afstemming met de logopedist, meekijken bij de logopedie en/of de logopedist (telefonisch) spreken. . Om de taal en spraakontwikkeling in kaart te brengen en te kunnen evalueren zal de logopedist ten minste één keer per schooljaar uw kind onderzoeken. Ieder half jaar worden behandeldoelen geëvalueerd en bijgesteld. Deze worden verwerkt in een verslag welke u ontvangt voor de ouderavond.

De logopedist kijkt samen met de leerkracht, psycholoog en IB-er welke leervorm het best passend is voor uw kind.

Peuters SH/Doof

Op de afdeling SH/Doof zijn leerlingen welkom vanaf drie jaar. Soms hebben we een aparte peutergroep en anders hebben we een apart programma voor peuters binnen de kleutergroep. Op de afdeling SH/Doof spreken we overwegend Nederlands met ondersteunende gebaren (NmG). Het gebaren naast de gesproken taal helpt leerlingen om de taal beter te begrijpen. Daarnaast krijgen leerlingen lessen in gebarentaal (NGT). Wij willen kinderen de mogelijkheid bieden om zowel contacten te kunnen hebben in de horende wereld als de dovenwereld. Op de Bosschool zitten kinderen die gebaarafhankelijk zijn. Het gesproken Nederlands is niet of onvoldoende toegankelijk voor de kinderen. Om die reden is ondersteuning met gebaren of NGT noodzakelijk. Ook willen we dat de kinderen onderling goed met elkaar kunnen communiceren. Inmiddels weten we dat een rijke interactie tussen kinderen hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling stimuleert. Voor ons staat een rijk taalaanbod voorop. Gedurende de hele dag stimuleren we de taalontwikkeling van de leerlingen met gesprekken, activiteiten, samenwerkopdrachten en door alles zoveel mogelijk visueel te maken. Voor de peuters is er veel aandacht voor samenspelen en dagritme. We werken thematisch met de methode ‘Puk en Ko’, die zoveel mogelijk aansluit bij de belevingswereld van de kinderen. Er is een geleidelijke opbouw voor de peuters. Leerlingen starten met 2 dagdelen en na een aantal weken wordt gekeken of dit verder uitgebouwd kan worden naar 3 dagdelen. We bouwen van daaruit op naar hele dagen. We gaan hierbij uit van de ontwikkeling van de leerling. Na een jaar gaan leerlingen overwegend 4 dagen naar school. Op de woensdag hebben de peuters vrij.

Groepen 1 en 2

In de groepen 1 en 2 van de afdeling TOS en SH/Doof werken we thematisch vanuit de methode ‘Ik en Ko’. Per periode staat een onderwerp centraal. Bij de jongste kleuters gaan we uit van de directe belevingswereld van het jonge kind. Naast de taalontwikkeling zijn we intensief bezig met voorbereidend leesonderwijs. Dit doen we aan de hand van het protocol ‘Leesproblemen en dyslexie SBO’.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Sociaal-emotionele ontwikkeling is een belangrijk aspect in de kleutergroepen. Voor het vergroten van de weerbaarheid geven we in alle groepen de ‘Kanjertraining’. We sluiten hierbij aan bij de onderwijsbehoeften van individuele leerlingen en de groep. Naar aanleiding van een gebeurtenis stellen we gevoelens als blij, bang, boos en verdrietig aan de orde. We gebruiken hierbij de methodes ‘Programma Alternatieve Denkstrategieën’ (PAD) en ‘Doos vol gevoelens’.  Ook wordt de leerlijn ‘Seksualiteit en Relaties’ gebruikt. 

Motorische ontwikkeling

Elke dag besteden we aandacht aan de motorische ontwikkeling. Aan de grove motoriek bij gymnastiek, ritmiek en buitenspel. De vakleerkracht gymnastiek geeft 45 minuten per week les. De onderdelen van deze les worden in het speellokaal door de eigen leerkracht in diezelfde week herhaalt. Herhaling en inoefening van beweging zorgt ervoor dat oefeningen beter beklijven. Verder is er in de klas aandacht voor de fijne motoriek: prikken, tekenen, knippen, kralen rijgen, vouwen, borduren en gebaren. Voor de creatieve ontwikkeling werken we met materialen zoals papier, tekenmateriaal, verf, zand- en watertafel, klei en ander kosteloos materiaal.

Muzikale vorming

De vakleerkracht Muziek geeft een half uur per week les in de klas. Kinderen leren in de lessen over hard en zacht, snel en langzaam, ritmes. Iedere les is een combinatie van luisteren, bewegen, meedoen en muziek maken. In de hele muziekles zit het taalaspect verweven.

Andere leergebieden

Naast deze gebieden besteden we ook aandacht aan:

  • Beginnende geletterdheid (In groep 2 bieden we de leerlingen elke kleuterwoensdag een nieuwe letter aan. De kinderen maken een letterboekje. Ze oefenen hiermee de letter, werken op papier en we besteden aandacht aan de werkhouding die nodig is voor groep 3.)
  • Het vergroten van de woordenschat
  • Lichaamsbesef
  • Ruimtelijke oriëntatie
  • Kleur- en vormkennis
  • Visuele- en tactiele waarneming
  • Beginnende gecijferdheid
  • Begrip van tijd
  • Meten en vergelijken
  • Beginnend lezen

Groepen 3 t/m 8

Taal

Taal is een belangrijk communicatiemiddel en beïnvloedt de totale ontwikkeling van een kind in cognitieve, emotionele en sociale zin. Alle leerlingen op onze school hebben een communicatieprobleem. Naast de methode om de communicatieve vaardigheden van onze leerlingen te vergroten neemt het taalonderwijs een belangrijke plaats in op onze school. We besteden aandacht aan alle onderdelen van taal. We hebben moderne taalmethodes die aansluiten op de specifieke problemen van onze leerlingen.  Op de afdeling TOS werken we met de methode ‘Taal Actief’. Op de afdeling SH/Doof gebruiken we de methode ‘Taal op Maat’, een aangepaste taalmethode voor dove leerlingen. De taalmethode bestaat uit twee versies: Nederlandse Gebarentaal (NGT) en Nederlands. De woordenschat-methodiek ‘Met woorden in de weer’ wordt op de hele school gehanteerd. We bieden woorden aan in clusters om de woordenschat van de leerlingen te verbeteren. Taal krijgt de hele dag aandacht en wordt geïntegreerd met andere vakken. Specifiek voor de Bosschool is het op het niveau van het kind aangepaste taalaanbod. Kortom: taal staat centraal. 

Gesproken Nederlands ondersteund met gebaren en Nederlandse Gebarentaal

Op de afdeling SH/Doof bieden wij een tweetalig aanbod: gesproken Nederlands ondersteund met gebaren (NMG) en Nederlandse Gebarentaal (NGT). In onze Nederlandse taal maakt iedereen gebruik van natuurlijke gebaren. Voor leerlingen van de TOS afdeling kunnen gebaren ondersteunend zijn om de gesproken taal te leren. Medewerkers van de TOS afdeling van de groepen 1 t/m 4 spreken zo veel mogelijk Nederlands ondersteund met gebaren (NMG). Alle medewerkers van de groepen 1 t/m 4 volgen NMG scholing.

Debatteren en Engels

De leerlingen van de  groepen 7 en 8 (soms al eerder) krijgen lessen in het debatteren. De groepen 7 en 8 krijgen het vak Engelse aangeboden.

Lezen 

De leerlingen op de Bosschool leren door hun beperking (slechthorendheid, doofheid, taalontwikkelingsstoornis) niet zo gemakkelijk lezen als leerlingen op een reguliere basisschool. Daarom besteden we in de aanvangsgroepen zorgvuldig aandacht aan de basisvaardigheden voor het leren lezen. Alle leerkrachten zijn geschoold en gespecialiseerd in leesonderwijs.  Om het proces zo goed mogelijk te begeleiden, gebruiken zowel de afdeling TOS als de afdeling SH/Doof actuele methoden en methodieken. De aanvangsgroep TOS gebruikt de methodes ‘Veilig Leren Lezen’, ‘Stap voor Stap’ en ‘Spreekbeeld’ (klankondersteunende gebaren). De groepen 4 t/m 8 gebruiken de methodes ‘Estafette’ en ‘Lekker lezen’ voor voortgezet technisch lezen. Daarnaast maken we gebruik van het protocol ‘Leesproblemen en Dyslexie voor het SBO’.  Binnen de afdeling SH/Doof wordt de methode  ‘Leeslijn’ gebruikt.  Begrijpend lezen is een belangrijk leergebied, hier gebruiken we ‘Nieuwsbegrip XL’ voor. Op zowel de afdeling TOS als op de afdeling SH/Doof wordt ‘Nieuwsbegrip’ gebruikt. Deze methode gaat uit van actuele gebeurtenissen. 

De afdeling SH/Doof maakt bij zelfstandig lezen gebruik van leeskilometers. Via de website www.sprongvooruit.nl kunnen leerlingen op school en thuis inloggen en leeskilometers maken. Het is een erg leuk programma dat het zo nodige lezen stimuleert. Het zou fijn zijn als u het thuisgebruik van deze website stimuleert. 

Thuis lezen met uw kind blijft voor het leesonderwijs erg belangrijk. U kunt uw kind helpen door dagelijks voor te lezen. Ook bij oudere kinderen is het goed om dat te blijven doen. Vanaf groep 3 leert uw kind zelf lezen. Het is van groot belang dat uw kind ook thuis dagelijks leest. De groepsleerkracht kan u vertellen welk leesniveau uw kind heeft. U kunt dan samen met uw kind boekjes kiezen die aansluiten bij dit leesniveau. Veel ouders kiezen voor een vast moment, bijvoorbeeld als vast onderdeel bij het naar bed gaan. Kortom we doen hierin graag een beroep op u.

Rekenen

Rekenen is meer dan sommen uit een boek maken. Rekenen betekent ordening aanbrengen in de wereld om je heen. Het in eerste instantie vooral veel doen en daarover praten, zodat leerlingen het later beter kunnen toepassen. Het taalgebruik is van groot belang, sommen zijn vaak verpakt in een verhaal. Wie het verhaal niet snapt, kan de som dus niet maken. Ook voor rekenen is taalonderwijs op onze school dus belangrijk. We werken met de rekenmethode ‘De wereld in getallen’, de vierde versie.

Sociale vaardigheden

Door de communicatieve problemen van de leerlingen, is het belangrijk dat leerlingen hun gevoelens en gedrag leren begrijpen en benoemen en voor zichzelf leren opkomen. Op school besteden we daarom veel aandacht aan de sociaal-emotionele ontwikkeling. Hiervoor gebruiken we de PAD-methode. PAD staat voor ‘Programma Alternatieve Denkstrategieën’. Voor de leerlingen noemen we dit ook wel het ‘Programma Anders Denken’. Deze methode combineren we met de ‘Kanjertraining’ en de leerlijn ‘Seksualiteit en Relaties’. 

Wij volgen onze leerlingen ook  in hun sociale ontwikkeling. Dat gebeurt op twee manieren. Twee keer per jaar nemen wij de veiligheidsthermometer af. Dit instrument geeft zicht  op de gevoelens van (on)veiligheid van de leerlingen. Het is te gebruiken:

  • Om een indruk te krijgen van de veiligheidsbeleving van individuele kinderen en van de veiligheidsbeleving van de groep als geheel.
  • Als aanleiding voor een gesprek hierover met de groep of individuele kinderen.

De andere manier is door mideel van het observatiesysteem SCOL (Sociale Competentie Observatie Lijst). Deze scorelijst vullen wij  tweemaal per jaar voor elke leerling in. Na de eerste keer invullen maken we een beginanalyse van zowel de leerling als de groep. We maken tevens een analyse op schoolniveau. Na iedere afname vergelijken wij de resultaten met die van de vorige afname en brengen we de ontwikkelingen in kaart. De resultaten van beide metingen gebruiken we om de PAD-methode, lessen relatie en seksualiteit en Kanjertraining nog gerichter in te zetten. De resultaten van gedane metingen vindt u terug bij de beschrijvingen opbrengsten van ons onderwijs. Daarnaast bespreken we ze met u tijdens de ouderavonden.

Seksualiteit

In het onderwijs aan onze leerlingen is seksualiteit en relatievorming een onderdeel van de gehele kennisoverdracht. In het beleidsplan seksualiteit staan de visie en uitgangspunten binnen Kentalis verwoord. Op alle ontwikkelingsgebieden- en dus ook ten aanzien van de sociaal-emotionele ontwikkeling en seksuele vorming- streven wij via de leerlijn relaties en seksualiteit de kerndoelen na. We hebben als uitgangspunt dat wij vragen over seksualiteit benaderen vanuit het individuele ontwikkelingsniveau en afstemmen op de individuele mogelijkheden en behoeften van de leerling. De voorlichting richt zich niet alleen op de technische aspecten van seksualiteit, maar ook op de sociale, ethische en emotionele aspecten. Zowel bij deze leerlijn als bij de Kanjertraining zetten we vaardigheids- en weerbaarheidstrainingen in om de mentale en fysieke weerbaarheid van leerlingen te vergroten.

Wereldoriëntatie

Voor wereldoriëntatie wordt er van diverse methoden gebruik gemaakt. We maken voor geschiedenis op de afdeling SH/Doof gebruik van de methode ‘Speurtocht’ en voor aardrijkskunde gebruiken we de methode ‘Blauwe planeet’. Op de afdeling SH/Doof bieden we het vakgebied dovencultuur aangeboden. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van de methode CIDS (Culturele Identiteit Dove en Slechthorende). Daarnaast werken we op zowel TOS als SH/Doof ook thematisch. We maken hierbij gebruik van de thema’s uit nieuwsbegrip en onze taalmethode. In deze methodes worden de kennisgebieden aardrijkskunde, geschiedenis, de natuur, geestelijke stromingen, sociale redzaamheid en bevorderen van gezond gedrag in samenhang met elkaar aangeboden. De bovenbouw TOS gebruikt de methode Meander (groep 5 t/m 8) voor aardrijkskunde. Voor geschiedenis gebruiken we de methode Brandaan. Voor natuur en techniek (groepen 7 en 8) gebruiken we de methode Naut. Elk jaar wordt er een gezamenlijk thema gekozen waar de leerlingen aan werken. De resultaten laten ze op een inloopmiddag/-avond aan hun familie zien.

Verkeersonderwijs

‘Klaar over!’ is de methode voor het verkeersonderwijs vanaf groep 3. In groep 7 doen de leerlingen mee aan het theoretisch gedeelte van het landelijk verkeersexamen.

Expressie

Leerlingen hebben veel fantasie en kunnen van alles maken. Tekenen, handenarbeid en muziek zijn bij uitstek creatieve vakken. Maar ook bij andere vakken proberen we de eigen creativiteit te stimuleren. Creatief betekent letterlijk ‘iets nieuws maken’. Zo werken de leerlingen met verschillende materialen en technieken, zodat zij veel verschillende ervaringen opdoen. Hierdoor leren de leerlingen zich op hun eigen persoonlijke manier uiten. De methodes ‘Moet je doen!’ en ‘Uit de Kunst’ sluiten hierbij aan. Op de afdeling SH/Doof is gekozen voor het vak drama als extra ondersteuning in de communicatieve ontwikkeling van de leerlingen. Drama is communicatie. In de dramales leert het kind zichzelf of zijn rol met (lichaams)taal duidelijk te maken aan zijn medespeler. Deze reageert daarop en zo ontstaat samenspel. Het gaat er niet om prachtig toneel te leren spelen (hoewel dat soms wel gebeurt). Het vak drama wordt ingezet als extra middel tot de persoonlijkheidsontwikkeling van de leerlingen. Op de afdeling SH/Doof vieren we een maandsluiting. De groepen verzorgen een optreden voor belangstellenden en elkaar. Wanneer uw kind deelneemt aan een maandsluiting, krijgt u een uitnodiging om deze bij te wonen.

Bewegingsonderwijs en schoolzwemmen

Plezier in bewegen vinden wij belangrijk! We willen buitenspel op school en thuis stimuleren en de leerlingen laten kennismaken met verschillende sporten en spellen. We nemen deel aan verschillende sporttoernooien, sportevenementen en organiseren zelf een sportdag. We hebben een map met daarin speciale sportclubs en vakanties. Als uw kind het niet leuk vindt of niet goed kan meekomen bij een sportclub of bij de zwemlessen, dan kunnen wij u adviseren bij het vinden van een geschikte club. Leerlingen in de groepen 4 in Arnhem krijgen schoolzwemles. De gemeente Arnhem financiert dit voor een gedeelte. Het is fijn wanneer u, als uw kind zes jaar is, zelf met hem of haar naar zwemles gaat. Als u daar niet toe in staat bent, kunt u misschien wel regelmatig zelf met uw kind gaan zwemmen. Uw kind zal dan bij het begin van de schoolzwemlessen waarschijnlijk al watervrij zijn en kan dan snel beginnen met het leren van de zwemslagen. Alle leerlingen van groep 4 gaan tot de herfstvakantie zwemmen, daarna kijken we welke leerlingen nog zwemonderwijs blijven volgen. Leerlingen die een zwemdiploma hebben krijgen dan geen zwemlessen meer. Zij krijgen op dat moment meer ondersteuning op het gebied van taal. De zwembehoefte van het kind staat centraal.

Overige activiteiten 

ICT 

Alle groepen hebben ten minste twee computers. Daarnaast zijn er op elke locatie tablets en of iPads. Er is in elk lokaal een digitaal schoolbord. Op elke locatie is een leerkracht belast met onder andere het stimuleren van het computergebruik, gebruik van de tablets en het inventariseren van wensen op het gebied van software en apps. Zij zullen het ICT-beleid de komende jaren verder ontwikkelen, zodat ICT verder ingebed wordt in het onderwijs. In de groepen 5 t/m 8 wordt gewerkt met Snappet. De verwerking van rekenen gebeurt op de snappet tablet. Het internet biedt geweldige kansen aan onze leerlingen voor zowel het onderwijs als ontspanningsmogelijkheden. Leerlingen zijn vaak enthousiaste gebruikers, met name als het gaat om interactieve diensten als e-mail en chatten. Ook spelletjes en muziekwebsites zijn erg populair. Echter, zoals geldt voor de meeste spannende activiteiten: aan het gebruik van het internet zijn bepaalde risico's verbonden (bijvoorbeeld digitaal pesten, seksuele intimidatie en/of schending van privacy). Leren werken met het internet is vergelijkbaar met het verwerven van sociale vaardigheden. De school besteedt aandacht aan veilig internetten. We adviseren u hier thuis ook op te letten.

Huiswerk

Leerlingen hebben hun vrije tijd hard nodig. Toch vinden we het belangrijk dat leerlingen met huiswerk leren omgaan. We proberen dit zo geleidelijk mogelijk op te bouwen. We streven er naar dat leerlingen op het moment dat ze naar het voortgezet onderwijs gaan hun huiswerk kunnen plannen.  In andere groepen vragen wij ouders de logopedie oefeningen thuis te herhalen, wekelijks het spellingspakket te oefenen en/of samen met uw kind een paar bladzijden te lezen.

Activiteiten

Schoolreis

Alle leerlingen gaan elk jaar op schoolreisje. Afhankelijk van de leeftijd kiezen we een bestemming. Voor het schoolreisje vragen wij van u een aanvullende bijdrage.

Schoolkamp

De leerlingen uit groep 8 gaan op schoolkamp als afsluiting van de ‘Bosschooltijd’. De TOS leerlingen gaan drie dagen op kamp. De leerlingen van SH/Doof hebben een apart kamp. De locatie wisselt per jaar. Voor het schoolkamp vragen wij van u een aanvullende bijdrage.

Projecten

Vaak staat er in de tweede helft van het schooljaar in de hele school één thema centraal, waar u als afsluiting naar het werk van de leerlingen kunt komen kijken.

Feesten en vieringen 

Op school besteden we aandacht aan een aantal vieringen en feesten. We kiezen er bewust voor vieringen niet te vaak en te uitgebreid te houden. Onze leerlingen hebben de onderwijstijd hard nodig. Aan het begin van het schooljaar wordt altijd aandacht besteed aan de Kinderboekenweek en leespromotie. Ook worden Sinterklaas en Kerstmis gevierd. De leerlingen van groep 8 verlaten aan het eind van het schooljaar de school met een afsluiting waarbij ouders en collega's uitgenodigd worden.

Verjaardagen

In de onderbouwgroepen zijn ouders altijd uitgenodigd bij de viering van de verjaardag. De groepsleerkracht geeft u aan het begin van het jaar meer informatie mee over het vieren van de verjaardag. Samen met ouders proberen we snoepen op school te beperken. Graag willen we u dringend verzoeken bij de verjaardag van uw kind te kijken naar een gezond alternatief. 

Schoolfotograaf 

Elk jaar komt de schoolfotograaf op school. De datum waarop de schoolfotograaf op school is, staat vermeld in de kalender.  

Stage (VSO)

N.v.t.