Opbrengsten en uitstroom

Leeropbrengsten

Kentalis stelt voor alle doelgroepen in het VSO passende ambities. De Kentalisambities worden gesteld halverwege de schooltijd (In het VSO na de 3e klas) en aan het einde van de schooltijd. Alle uitgewerkte ambities zijn op te vragen bij onze administratie: infovsooss@kentalis.nl 

Uitstroom arbeid/dagbesteding 

CITO

  • Voor leerlingen met uitstroom arbeid gelden de ambities van 75% op de genoemde momenten op begrijpend lezen en rekenen. We vinden deze leergebied specifieke vakken van belang voor de functionele geletterdheid (functioneren in de maatschappij). 
  • Voor leerlingen met uitstroom vervolgonderwijs (MBO-1) gelden de ambities op begrijpend lezen, rekenen en taalverzorging. We streven naar uitstroom 1F als benodigd instroomniveau voor MBO-1.

Eind laatste onderbouwjaar wordt de ambitie niet gehaald bij het vak rekenen/ wiskunde (57%), begrijpend lezen (71%), taalverzorging; spelling werkwoorden (38%), spelling niet werkwoorden (50%). Eind laatste leerjaar wordt de ambitie gehaald op begrijpend lezen (100%) en niet gehaald bij het vak rekenen/ wiskunde (0%), taalverzorging spelling werkwoorden (0%), spelling niet werkwoorden (0%).

Analyse en ondernomen acties

De groep in het laatste onderbouwjaar bestaat uit 8 leerlingen en de groep in het laatste leerjaar bestaat uit 2 leerlingen. Dat betekent dat een score van een individuele leerling een sterke invloed heeft op de bovengenoemde percentages. In de cito analyse kunnen we wel zien dat de vaardigheidsscore van de leerling is toegenomen, maar deze is niet voldoende om te ambitie te halen. Echter de achterstanden ten opzichte van de gemiddelde leerling is toegenomen. Als verbeteractie is in het schooljaar 2018-2019 hebben we het volgende gedaan:

  • We zijn gestart met het woord van de dag. Het komende schooljaar zal gekeken moeten worden hoe we het woord van de dag verder uit kunnen bouwen, bijvoorbeeld middels de methodiek van Verhallen & Verhallen. We verwachten hiermee dat leerlingen nog meer kunnen groeien op het gebied van Nederlands woordenschat en het niveau van begrijpend lezen. 
  • We hebben de scores bij instroom bekeken irt instroomeisen en bepaald welke de meest passende route is (route naar 1F of route naar <1F). Dit maakt dat we beter opbrengstgericht kunnen gaan werken. 
  • IB-er en docent hebben de toetsen geanalyseerd voor leerlingen die de tussenniveaus of de verwachte groei niet halen of juist boven verwachting scoren. De focus ligt hierbij op remediëren (wat kan de docent nog meer doen om de leerling de doelen te laten halen) of verdieping stof aanbieden (de docent zorgt voor meer uitdaging in de lesstof).
  • Op leerling niveau hebben docent en IB-er doelen gesteld in het OPP. Deze worden na een vast gestelde periode geëvalueerd. Ouders worden hierover geïnformeerd. In die toekomst gaan we ouders en leerlingen hier nadrukkelijker bij betrekken (zie jaarplan).
  • Woordenschatontwikkeling binnen de praktijkvakken ontwikkeld (woord van de dag; zie jaarplan). We verwachten dat hiermee het niveau van begrijpend lezen zal toenemen. 
  • De ambities zijn besproken binnen een landelijk overleg en er is gevraagd naar good-practices (op het gebied van docentvaaridgheden, methodes, lesuren). De lessentabel is aangepast: we hebben technisch lezen opgenomen in de lessentabel voor de onder- en bovenbouw. In de onderbouw geven we RALFI lezen en leesdossier. In de bovenbouw leesdossier. 

SCOL

Voor de SCOL (sociale competentie observatielijst) hanteren we een schoolnorm van 2.7

Eind laatste onderbouwjaar wordt de ambitie gehaald door 78% van de leerlingen. Eind laatste leerjaar wordt de ambitie gehaald op 100% van de leerlingen.

Analyse

De groep in het laatste onderbouwjaar bestaat uit 8 leerlingen en de groep in het laatste leerjaar bestaat uit 2 leerlingen. Dat betekent dat een score van een individuele leerling een sterke invloed heeft op de bovengenoemde percentages.  78% van de leerlingen aan het einde van de onderbouw behaalt de normscore van 2.7. Met name de categorieën; ruzie en samen scoren laag (beide 2,56). Verklaringen hiervoor zouden kunnen zijn dat leerlingen wegens hun TOS moeite hebben om ruzies op te lossen en samen te werken. Het bedenken/ verwoorden van een oplossing, nagaan wat de ander zegt en luisteren naar de ander zijn vaardigheden die lastig zijn. Voor het onderdeel “samen” (houdt zich aan de afspraak, draagt ideeën aan in een gezamenlijke activiteit, overlegt over de aanpak in wat de ander zegt) scoren de leerlingen ook onvoldoende competent. We zien in de groepen dat leerlingen gericht zijn op zichzelf en weinig met elkaar. Ook zien we in de klas grote verschillen in de sociale competentie, met name in K345 (score 2,33). Deze leerlingen vormen niet een groep als geheel. Zij hebben geen verbinding met elkaar en ontwikkelen zich als individu. De lage scores op beide onderdelen is mogelijk ook te verklaren doordat docenten onze leerlingen nu (t.o.v schooljaar 16-17) vergelijken met jongeren zonder TOS omdat we (door de SIS constructie) de jongeren in de reguliere school steeds beter in beeld hebben (door observaties in vrije momenten).

Ondernomen acties

  • Op schoolniveau hebben we de twee categorieën ruzie en samen als speerpunten genomen waaraan we gaan werken. 
  • Op klassenniveau hebben we twee groepsdoelen gesteld. Deze hebben we opgenomen in het groepsplan en gevisualiseerd in de klas.
  • Op leerlingniveau hebben we de SCOL opgenomen in het rapport en een doel gesteld wanneer nodig. Deze is tevens opgenomen in het OPP en ter info naar CVL.
  • In schooljaar 2018-2019 is het aanbod op sociale en maatschappelijke competenties (zie jaarplan) vastgelegd.
  • We hebben twee SCOL bijeenkomsten georganiseerd waarin we met het team gekeken hebben naar de interpretatie van de score en we hebben ingezamelijkheid (meer dan medewerkers die de leerlingen goed kennen) de SCOL ingevuld.
  • We hebben een landelijke SCOL bijeekomst georganiseerd en gevraagd naar good-practices (op het gebied van docentvaardigheden, methodes, lesuren).

Monitor Sociale Veiligheid

Het is belangrijk dat onze leerlingen zich veilig voelen op school. Om het gevoel van veiligheid te meten wordt de monitor sociale veiligheid afgenomen. Dit is een vragenlijst die alle leerlingen invullen.

82% van de leerlingen ervaren locatie de Singel als een veilige school. In de klas en op de Kentalis-vleugen voelt 93% van de leerlingen zich veilig. 

De actiepunten die zijn ingezet om het gevoel van veiligheid te vergroten zijn;

  • Er is een lessenserie over Sociale Media gebruik opgenomen in lessen zoals SOVA, LVS CV, Toekomsttraining, Mentoruur.
  • Er wordt structureel aandacht besteedt aan omgaan met Sociale Media en Cyberpesten.
  • In schooljaar 2018-2019 is er gekeken hoe “leren omgaan met social media”  op de lessentabel een plaats kan krijgen. De coördinator Sociale Veiligheid gaat in samenwerking met de werkgroep vanuit het Hooghuis lesmaterialen ontwikkelen en vormgeven. 
  • Coördinator Sociale Veiligheid organiseert een brainstormsessie om de lessenserie rondom Sociale Veiligheid vorm te geven. Deze lessenserie wordt opgenomen in de jaarplanning van een nader te bepalen AVO vak. 
  • De mentoren inventariseren/bespreken op klassenniveau de resultaten van de monitor. Expliciet is er aandacht voor de veiligheid van de openbare ruimtes. De mentor inventariseert welke acties moeten worden uitgezet (leerlingen wordt betrokken bij hoe dit veiligheidsgevoel te vergroten).

Uitstroom vervolgonderwijs (vmbo)

CITO

Voor leergebied specifieke vakken wordt de ambitie van 60% behaald bij de vakken werkwoordspelling (60%), niet-werkwoordspelling (60%), grammatica (80%), Nederlands leesvaardigheid (66,67%), Engels leesvaardigheid (73,33%), rekenen en meetkunde(60%), getallen (73,33%), wiskunde (60%), algebra (60%), statistiek en kansrekening(60%). De ambitie werd niet behaald bij de vakken Nederlands woordenschat (40%), Engels woordenschat (46,67%), rekenen (53,33%), verbanden (53,33%), verhoudingen (33,33%), meetkunde (53,33%), formules en grafieken (53,33%).

Analyse en ondernomen acties

De groep leerlingen bestaat uit 6 leerlingen die een verlengd onderbouwtraject heeft gevolgd en uit 9 leerlingen die het reguliere tweejarige onderbouwtraject heeft gevolgd. De leerlingen met een verlengd onderbouwtraject scoren beduidend beter.    De groep leerlingen die geen verlengd onderbouwtraject heeft gevolgd, liet op Cito Toets 0 en Cito toets 1 grote achterstanden zien. Op dit moment zijn er nog steeds achterstanden aanwezig, maar deze zijn minder groot t.o.v. van het vorige schooljaar.  Er is dus een positieve ontwikkeling zichtbaar.   Leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis hebben over het algemeen een lagere woordenschat. In het schooljaar 2018-2019 wordt hier een verbeteractie op ingezet, namelijk het invoeren van het woord van de dag. Voor Engels is er een docent die de tweedegraads lerarenopleiding Engels gaat doen. Dit zal de resultaten op het gebied van Engels wellicht ten goede komen.    De lage scores bij rekenen worden deels verklaard door twee leerlingen met een ER-dossier en een leerling met dyscalculie. Bij het examen mogen zij gebruik maken van rekenkaarten en een rekenmachine. Deze zijn bij de afname van de Cito niet gebruikt.

SCOL

Op de SCOL wordt de ambitie van 75% behaald. 80% van de leerlingen (12 van de 15 leerlingen) scoren aan het einde van de onderbouw boven de gestelde norm van 3.1. Aangezien we geen schoolverlaters hadden, hebben we hier geen gegevens van. Analyse en ondernomen acties: De leerlingen scoren over het algemeen het laagst op het onderdeel " omgaan met ruziesituaties".

De verbeteracties hierbij zijn - Inzetten op sociale en maatschappelijke competenties (zie jaarplan 2018-2019) - Inzetten weerbaarheidstraining vanaf schooljaar 2018-2019

De ambitie rondom veiligheid werd behaald door 85% van de leerlingen. Het betreft hier 23 van de 27 leerlingen.

Analyse en ondernomen acties

In de klas: Februari 85% (vorig schooljaar 84%) In de school: 2018 89% (vorig schooljaar 79%) Op het schoolplein: 2018: 67% (vorig schooljaar 95%) Tijdens de gymles: 2018: 100% (vorig schooljaar 95%)   We zijn tevreden met het veiligheidsgevoel in de klas, op school en tijdens de gym. We zijn niet tevreden met de veiligheid op het schoolplein.  Veiligheid op het schoolplein blijkt bij navraag te gaan over de veiligheidsbeleving op locaties Zuid en West. De leerlingen zijn dan op het schoolplein met grote groepen leerlingen uit het reguliere onderwijs. Als verbeteractie hebben we geregeld dat leerlingen pauze kunnen houden bij de trajectvoorziening. Daarnaast zal de weerbaarheidstraining gegeven worden, zodat leerlingen zich sterker gaan voelen t.o.v. andere leerlingen.

Monitor Sociale Veiligheid

Het is belangrijk dat onze leerlingen zich veilig voelen op school. Om het gevoel van veiligheid te meten wordt de monitor sociale veiligheid afgenomen. Dit is een vragenlijst die alle leerlingen invullen.

85% van de leerlingen ervaren locatie de Singel als een veilige school. In de klas voelt 89% van de leerlingen zich veilig.  Er zijn geen grote verschillen op te merken tussen het schoolniveau en het klassenniveau.

De actiepunten die zijn ingezet om het gevoel van veiligheid te vergroten zijn;

  • Leerlingen van de 2e klas zijn voorbereiden op de bovenbouw. Het gevoel van veiligheid is vergroot op de locatie Zuid en West om ervoor te zorgen dat zij daar volgend jaar met een goed gevoel kunnen starten. (zelfredzaamheidstraining)
  • Er is een leerlijn social media opgezet zodat hier tijdens de ICT lessen van de tweede klas aan gewerkt kan worden. 
  • Mentoren formuleren samen met de coördinator Sociale Veiligheid een groepsdoel. Deze wordt opgenomen in het groepsplan klassendocent. Deze doelen worden over een jaar en tussentijds geëvalueerd, ook wordt dan gemeten of de veiligheidsbeleving verbeterd.
  • Op klassenniveau bespreken en acties uitzetten bij onvoldoende veiligheid (d.w.z. als een leerling aangeeft zich onvoldoende veilig te voelen). 

Psychisch welbevinden 

In het schooljaar 2018-2019 zijn alle leerlingen uit het tweede leerjaar van Kentalis Compas College te Oss (Locatie Den Bongerd en Locatie De Singel), gescreend door middel van Psywel. De bijpassende vragenlijsten ingevuld door de ouder(s)/verzorger(s), docent en de leerling zelf. De gedragsvragenlijsten zijn ter signalering van probleemgedrag, waarbij de leerling wordt vergeleken met leeftijdsgenoten. De resultaten worden weergeven als ‘gemiddeld’, ‘zorgelijk’ en ‘erg zorgelijk’, waarbij ‘zorgelijk’ in het grensgebied scoort en ‘erg zorgelijk’ in het klinische gebied. De vragenlijsten maken onderscheid tussen de domeinen: angstig/depressief, teruggetrokken gedrag, lichamelijke klachten, sociale problemen, denkproblemen, aandachtsproblemen, grensoverschrijdend gedrag, agressief gedrag, totaal internaliserend, totaal externaliserend, totaal probleemgedrag. Voor alle vragenlijsten geldt: als op minimaal één domein, door minimaal één betrokkene zorgelijk gescoord wordt, is de uitslag ‘niet pluis’. Voor een ‘pluis’ score moeten alle betrokkenen op alle domeinen gemiddeld scoren. Van de totale groep leerlingen scoort 36% ‘pluis’ en 64% ‘niet pluis’.  Op basis van de screening vindt in het geval van een ‘niet pluis’ uitslag, een gesprek plaats met de orthopedagoog, ouder(s)/verzorger(s) en leerling. In dit gesprek worden de uitkomsten besproken en bepaald welke vervolgstappen nodig zijn.    Uit een analyse van de gegevens komen de volgende percentages naar voren. 36% van de leerlingen is pluis direct na screening en 33% wordt na het gesprek met de orthopedagoog als pluis beoordeeld. 9% van de leerlingen is doorverwezen voor onderzoek binnen Kentalis. Bij 18% van de leerlingen is een passend aanbod al aanwezig en worden er verder geen specifieke acties uitgezet als gevolg van de screening. Bij 18% van de leerlingen is doorverwezen naar een externe instantie of GGZ (vergelijk; Herlaarhof etc.)

Uit een inhoudelijke analyse van de gegevens komt naar voren dat er met name zorgen worden waargenomen op de gebieden: • Angstig, gedeprimeerd (24%) • Obsessieve compulsieve problemen (24%) • Posttraumatisch stress syndroom (21%) • Sociale problemen (18%) • Denkproblemen (18%)

Er worden door de leerling, ouder(s)/verzorger(s) en docent meer internaliserende gedragingen (naar binnen gerichte problemen) (27%), dan externaliserende gedragingen (naar buiten gerichte problemen) (18%) waargenomen.

Oudertevredenheid

De oudertevredenheid wordt tweejaarlijks onderzocht middels een enquête. Op basis van de resultaten worden aanpassingen gedaan. 

Het laatste oudertevredenheidsonderzoek van 17-18 liet vooral een lage respons zien van 31% en daarmee eigenlijk net niet voldoende om te komen tot een objectieve waardering. Voor de nieuwe meting hebben we afgesproken om deze af te nemen tijdens een ouderavond zodat we de ouders meer mee kunnen nemen in de vragen.

De school werd op dat moment gewaardeerd met een 7,1. Heel hoog scoorden beide scholen op de betrokkenheid van docenten bij de ontwikkeling van leerlingen, het respectvol benaderen en de regels op school. Ook het leerproces en de resultaten, de leerlingenzorg en communicatie werd als goed beoordeeld.

In algemene zin zijn als verbeterpunten opgenomen dat we in de communicatie naar ouders moeten verbeteren. Met name in de uitstroom vervolgonderwijs is de communicatie met de beroepsafdelingen lastig gebleken. Vanuit de directie hebben we een traject met de teamleiders van het vmbo van de partnerschool opgezet om de interne communicatie, lesuitval en betrokkenheid van onze leerlingen op de beroepsafdelingen te verbeteren. Daarnaast hebben de begeleiders van KCC op de beroepsafdelingen een direct contactmoment opgezet met één contactpersoon per afdeling zodat er altijd een korte lijn is met de afdeling. Daarnaast zal door de verhuizing van locatie Den Bongerd naar locatie West de interne communicatie soepeler worden zo is de  verwachting.

Overgang naar een andere school

Jaarlijks wordt het arrangement van de leerling besproken.

Indien een leerling er aan toe is om tussentijds uit te stromen naar een reguliere school, is er altijd overleg met ouders en de leerling. Op het moment dat een leerling kan doorstromen naar een andere school, zowel bij tussenuitstroom al bij einduitstroom, zal opnieuw in samenspraak met ouders en leerling gezocht worden naar een passende school of vervolgopleiding. School zorgt voor een passend arrangement en zal in de overgang zorgen voor een "warme" overdracht met betrokkenen.

Informatie over eind uitstroom

In onderstaande tabel is af te lezen waar onze leerlingen naartoe uitstroomden.

 

Uitstroom vso diplomagericht en arbeid/dagbesteding 2015-2016 2016-2017 2017-2018
Leerlingen die aan eind van de school uitstroomden gingen naar:      

1. Regulier vervolgonderwijs

MBO niveau 1 (entreeopleiding; bol/bbl)

MBO niveau 2 (entreeopleiding; bol/bbl)

MBO niveau 3&4 (entreeopleiding; bol/bbl)

VO-HAVO (na VMBO diploma)

HBO/Universiteit

 

  

  

  

 

 

 

  

  

  

 

 

 

 1

  

  

 

 

2. Arbeid

Reguliere arbeidsplaats

Beschut werk/beschermde werkomgeving

Arbeidstrainingscentrum (niet verbonden aan MBO/ATC)

 

  

 

 

 

 

 

 

 

2

 

  

3. Dagbesteding

VSO dagbesteding (arbeidsgericht)

VSO dagbesteding (activerend)

VSO dagbesteding (belevingsgericht)

 

 

 

 

 

 

1

 

4. Overige bestemmingen

Zorg/behandeling zonder onderwijs

Vrijwilligerswerk

Niet-bekostigd onderwijs

Thuiszitter, niet meer leerplichtig

Thuiszitter met leerplichtontheffing

Thuiszitter zonder leerplichtontheffing

Buitenland

Anders, namelijk een particuliere cursus

Onbekend

 

 

 

 

  

 

 

 

  

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1

Totaal aantal leerlingen dat aan eind van de school is uitgestroomd: 0 0 5
Totaal aantal uitgestroomde leerlingen (tussentijds en eind school): 0 6 6

 

Toelichting

2017-2018

Op Den Bongerd, vmbo, waren er nog geen schoolverlaters in de bovenbouw omdat er nog geen examenklas is. Volgend schooljaar zal deze groep voor de eerste keer uitstromen. Een leerling stroomt komend schooljaar uit naar de bovenbouw van een reguliere school (3% van het totaal).

Op één na alle leerlingen (5/6 = 83%) zitten daarbij op het uitstroomprofiel zoals vastgelegd was in het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) van twee jaar geleden. Eén leerling stroom op van uitstroom arbeid naar mbo 1 (vervolgonderwijs).

De ambitie dat minimaal 75% van de leerlingen aan het eind van de schoolloopbaan uitstroomt op het benodigde niveau voor uitstroom zoals 2 jaar voor uitstroom gesteld is in het Ontwikkelingsperspectief wordt hiermee behaald.

Vanuit het BestendigingsOnderzoek Kentalis (BOK) zoals dat door Kentalis jaarlijks uitgevoerd wordt blijkt dat alle oud-leerlingen van schooljaar 2014-2015, waar informatie over ontvangen is, op hetzelfde niveau functioneren als bij uitstroom. Voor 2015-2016 geldt dit voor 63% van de oud-leerlingen. Dit lage percentage heeft te maken met een lage respons. Uit een eigen onderzoek met voldoende respons bleken we wel aan de norm van 80% bestendiging (leerlingen functioneren na 2 jaar op hetzelfde niveau als bij uitstroom) te voldoen. We zetten in op een betere respons en bespreken twee jaar voor uitstroom nadrukkelijker met elkaar de verwachte uitstroom.

Aanpak sinds schooljaar 2016-2017 Vanuit het BOK-onderzoek werd voorgaande jaren aangegeven dat oud-leerlingen kritiek hebben op de manier van omgaan met elkaar. Zowel didactisch als pedagogisch werd dit als “pamperend” beschouwd. Met die wetenschap zijn de scholen op De Singel en Den Bongerd anders ingericht als voorheen. Door samen te werken met de reguliere partners, de routines, regels en cultuur te volgen is de perceptie dat het pamperen sterk vermindert. Het aankomend BOK-onderzoek wat zich richt op deze scholen zal hierover uitsluitsel geven. Voor de toekomst willen we hier permanent op focussen. Ook in het samenwerkingsdocument wat gemaakt is met medewerkers van De Singel is dit een item.

Informatie over tussentijdse uitstroom

3% (1/35) van de leerlingen van het vmbo die in het schooljaar 2018-2019 uitstroomden, stroomden voor het einde van de school uit. Deze leerling stroomde door naar de bovenbouw van het regulier vmbo. We noemen dat tussentijdse uitstroom. In onderstaande tabel is te zien waar zij naartoe uitstroomden.

 
Tussentijdse uitstroom vso diplomagericht en arbeid/dagbesteding 2015-2016 2016-2017 2017-2018
Leerlingen die tussentijds uitstroomden gingen naar:      

1. Voorgezet speciaal onderwijs

VSO dagbesteding (arbeidsgericht)

VSO dagbesteding (activerend)

VSO dagbesteding (belevingsgericht)

VSO arbeid/praktijkgericht onderwijs

VSO VMBO BBL of KBL

VSO VMBO GL of TL

VSO HAVO

VSO VWO

VSO gecombineerde brugklas VMBO/HAVO

VSO gecombineerde brugklas HAVO/VWO

 

 

 

 

  

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

  

 

 

 

2. Regulier voortgezet onderwijs

Praktijkonderwijs (Pro)

VMBO BBL of KBL (+/- LWOO)

VMBO GL of TL (+/- LWOO)

HAVO

VWO

Gecombineerde brugklas VMBO/HAVO

Gecombineerde brugklas HAVO/VWO

MBO niveau 1

 

 

 

 

 

 

  

6

 

 

 

 

 

 

 

  

1

 

 

 

 

 

 

3. Overige bestemmingen

Zorg/behandeling zonder onderwijs

Vrijwilligerswerk

Niet-bekostigd onderwijs

Thuiszitter met leerplichtontheffing

Thuiszitter zonder leerplichtontheffing

Buitenland

Anders, namelijk...

Onbekend

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Totaal aantal leerlingen dat tussentijds is uitgestroomd: 0 6 1
Totaal aantal uitgestroomde leerlingen (tussentijds en eind school) 0 6 6

 

 

Informatie over vervolgsucces

Schoolverlatersoverleg

Leerlingen die de school gaan verlaten worden in het laatste schooljaar gevolgd en begeleid naar een passende werkplek of vervolgopleiding. Een groep mensen soms wisselend van samenstelling (een maatschappelijk werker, ambulante begeleider, stagecoördinator, medewerker van UVW, gemeente en re-integratiebedrijf, afdelingsdirecteur) komen regelmatig bij elkaar voor het schoolverlatersoverleg. In dit overleg worden schoolverlaters individueel besproken, (eventuele) begeleidingsbehoeften vastgesteld en zo nodig acties ondernomen om de overgang naar een werkplek of vervolgopleiding zo soepel mogelijk te laten verlopen. Uiteraard worden ouders hierin uitdrukkelijk meegenomen. In voorkomende gevallen wordt er een beroep gedaan op ouders om stagetrajecten of doorstroomvragen samen met school op te pakken.

Als ambitie hebben we opgenomen dat alle leerlingen die KCC Oss verlaten een plek hebben om te werken, dagbesteding kunnen invullen of vervolgonderwijs kunnen volgen. Op het moment dat voor een leerling dit nog niet gegarandeerd is bespreken we met ouders en leerling een verlengd traject zodat we de overstap kunnen borgen.

Bestendiging

Van alle leerlingen die onze school verlaten houden wij gedurende twee jaar bij of zij nog op de bestemming zitten waarvoor is gekozen bij het verlaten van de school. Dit heet bestendiging. Als er sprake is van een wijziging onderzoeken we de oorzaak daarvan. We stellen een hoge ambitie voor de bestendiging. Van leerlingen die in 2015-2016 uitstroomden geldt voor onze school dat:

De ambitie dat van minimaal 80% van de uitgestroomde leerlingen de bestemming na het verlaten van school bekend is en voldoet aan de verwachtingen van de school. 

Omdat KCC Oss nog maar kort in Oss gevestigd is hebben we nog geen bestendigingscijfers. Vmbo-leerlingen stromen pas voor het eerste jaar uit in schooljaar 2018-2019. Van de tussentijdse doorstromers naar het regulier onderwijs (7 leerlingen in schooljaar 2016-2017, 1 leerling in schooljaar 2017-2018, zitten alle leerlingen nog op het regulier onderwijs.)

In de uitstroom arbeid zijn de eerste leerlingen uitgestroomd in schooljaar 2017-2018. De bestendigingsgegevens hiervan zijn pas bekend eind schooljaar 2019-2020.

 
Plaatsbestendiging van leerlingen uitgestroomd in schooljaar 2015-2016  
Aantal leerlingen dat zich op 1 oktober 2018 nog op hetzelfde uitstroombestemmingsniveau bevindt n.v.t.
Aantal leerlingen dat zich op 1 oktober 2018 niet meer op hetzelfde uitstroombestemmingsniveau bevindt n.v.t.
Aantal leerlingen waarvan onbekend is of ze zich op 1 oktober 2018 nog op hetzelfde uitstroombestemmingsniveau bevindt n.v.t.