Verwijscriteria onderzoek

Bij onze audiologische centra bieden we multidisciplinair onderzoek en advies voor kinderen en volwassenen die problemen hebben met horen of de taal- of spraakontwikkeling. Het onderzoeksteam bestaat uit: audiologen, audiologieassistenten, maatschappelijk werkers, logopedisten, linguïsten en psychologen.

Onderzoek bij kinderen

Gehoor

  • Er is sprake van uitval neonatale gehoorscreening.
  • Bij het kind (tot 18 jaar) is de medische diagnostiek afgerond.
  • Betrouwbare audiometrie bij kno-arts is niet mogelijk, ter beoordeling van kno-arts.
  • Het kind reageert niet goed op geluiden/spraak uit de omgeving.
  • Het kind lijkt afwezig of dromerig (thuis of op school).
  • Het kind heeft buisjes of een andere behandeling gehad, maar hoort nog steeds niet goed.
  • Een kind is slechthorend en nog niet bekend bij een audiologisch centrum.
  • De ouders van een slechthorend kind hebben vragen m.b.t. de slechthorendheid.
  • Er is sprake is van plotsdoofheid, dit is niet te verklaren door kno-onderzoek.
  • Het kind hoort significant slechter in achtergrondlawaai.
  • Het kind heeft hoortoestellen of komt hiervoor in aanmerking.

Taal- en spraakontwikkeling (tot 18 jaar)

Als algemene regel geldt dat kinderen voor onderzoek in aanmerking komen als de problemen op het gebied van de taal- en/of spraakontwikkeling het meest op de voorgrond staan, zoals bij:

  • kinderen jonger dan 3 jaar met een vermoeden van een taal- en/of spraakprobleem in hun moedertaal.
  • kinderen tussen de 3 en 4 jaar met een duidelijk probleem op het gebied van taal- en/of spraak.
  • kinderen vanaf 4 jaar die onvoldoende vooruitgang boeken met logopedie of bij wie een ernstig taal- en/of spraakprobleem wordt gesignaleerd. anderstalige/meertalige kinderen met een vermoeden van een taal- en/of spraakprobleem in hun moedertaal (bij anderstaligen) / de ta(a)l(en) die ze het best beheersen (bij meertaligen) of die na een bepaalde periode taalaanbod in het Nederlands (peuterspeelzaal, school, adoptie) meer problemen hebben met het Nederlands dan kinderen in vergelijkbare situaties.
  • kinderen met problemen in de Auditieve Taalverwerking. (Bron: KITS-protocol 2005)

Algemeen

  • De ouders en/of derden hebben zorgen over de taal- of spraakontwikkeling.
  • Onderzoeksgegevens komen niet overeen met de spontane taal van het kind.
  • Er is behoefte aan uitgebreider en/of specifiek onderzoek. Ouders en/of derden kunnen hun kind moeilijk verstaan.
  • Er is behoefte aan advies over de (logopedische) behandeling van een kind als deze stagneert.
  • Psychologisch onderzoek is nodig in relatie tot stoornis in de spraak taal ontwikkeling.

Onderzoek bij volwassenen

Gehoor

  • Betrouwbare audiometrie bij kno-arts niet mogelijk, ter beoordeling van kno-arts
  • Ernstige slechthorendheid
  • Een slechte spraakdiscriminatie
  • Acceptatie- en motivatieproblemen, ter beoordeling van huisarts of kno-arts
  • Begeleiding van functionele slechthorendheid geïndiceerd, ter beoordeling van huisarts of kno-arts
  • Aan het gehoor gerelateerde problemen op werk of school
  • Slechthorendheid met werk in lawaai (zie definities)
  • Plotsdoven, met afgeronde medische diagnostiek (meer dan 80 dB verlies of een discriminatie van minder dan 50% aan het beste oor.) 
  • Meervoudige handicaps (slechthorend/slechtziend/verstandelijke handicap enz.)
  • Een hoortoestelaanpassing via kno-arts niet succesvol afgesloten binnen 3 maanden

(Bron: NOAH 4 protocol)

Algemeen

  • De cliënt reageert niet goed op geluiden/spraak uit de omgeving.
  • Vragen over omgaan met gehoorbeperking en eventuele revalidatie.
  • Het hoortoesteltraject bij de audicien verloopt niet naar wens (moeilijk te revalideren gehoor-, acceptatie- of motivatieproblemen).
  • Er is sprake van tinnitus en deze wordt als hinderlijk ervaren

Duizeligheidsklachten?

Bij duizeligheidsklachten kun je verwijzen naar het duizeligheidsinstituut. Meer informatie over verwijzen bij slechthorendheid is te vinden in de NHG-standaard. slechthorendheid.