Verwijscriteria zorg

We bieden zorg voor mensen met een (ernstig vermoeden) van een taalontwikkelingsstoornis (TOS).

Taal- en spraakproblemen bij mensen tot 23 jaar

Er is sprake van één of meer van de volgende aspecten:

  • Taal-begripstoornis of -beperking (moeite met begrijpen wat anderen zeggen);
  • Taal-productiestoornis of -beperking (moeite taal te gebruiken om zich aan anderen duidelijk te maken);
  • Spraakstoornis of -beperking (spreekt woorden en/of zinnen zo slecht uit dat anderen hem niet begrijpen);
  • Pragmatische taalstoornis of -beperking (te weinig rekening houden met anderen tijdens gesprek, alleen op kernwoorden reageren, uitingen te letterlijk opvatten waardoor misverstanden ontstaan, van de hak op de tak springen, teveel praten, geen onderscheid maken tegen wie je praat, herhalen, te precies taalgebruik, in zichzelf praten, moeite met beginnen van een gesprek).

De spraak-en taalproblemen kunnen niet worden verklaard uit een algemene ontwikkelingsachterstand (laag IQ). Ook als het communicatieprobleem niet het gevolg is van een in de persoon gelegen beperking, maar van omgevingsfactoren, is er geen sprake van een taal- of spraakontwikkelingsstoornis. Voorbeelden van omgevingsfactoren: opvoedingsproblemen of het spreken van een andere taal.

Beperkingen in de communicatieve redzaamheid
De stoornissen zijn vastgesteld door een medisch specialist of klinisch fysicus audioloog en laten zien dat het gaat om een - in de persoon gelegen - aandoening of stoornis die leidt tot ernstige of zeer ernstige beperkingen in de communicatieve redzaamheid, waardoor multidisciplinaire zintuiglijk gehandicaptenzorg nodig is.

Slechthorende en dove kinderen en volwassenen

Er is vastgesteld dat er sprake is van een auditieve beperking. Van een auditieve beperking is sprake als door een arts of klinisch fysicus audioloog stoornissen in het gehoorvermogen zijn vastgesteld. Er is sprake van een auditieve stoornis en daarmee van toegang tot de zintuiglijke gehandicapten zorg als het drempelverlies aan het beste oor bij het audiogram ten minste 35 dB bedraagt, verkregen door het gehoorverlies bij frequenties van 1000, 2000 en 4000 Hz te middelen of, als het drempelverlies groter is dan 25 dB bij meting volgens de Fletcherindex, het gemiddelde verlies bij frequenties van 500, 1000 en 2000 Hz. Diagnostiek vindt plaats zonder hulpmiddel.

De auditieve beperking kan voorkomen met ermee samenhangende ernstige sociaal emotionele problematiek, ernstige spraak/taal stoornis en/of leerachterstand.

Combinatie van gehoor en visus (doofblind)
De auditieve beperking is gecombineerd met een visuele stoornis van een gezichtsscherpte minder of gelijk aan 0.3 en/of het gezichtsveld minder dan 30 graden is aan het beste oog. Diagnostiek vindt plaats met hulpmiddel.

Aanvullende extramurale ZG-behandeling?

Voor behandeling bij Kentalis hebben mensen een verwijzing nodig. Voor cliënten van wie de ZG-stoornis eerder al is vastgesteld door een medisch specialist of KFA en die een aanvullende extramurale ZG-behandeling nodig hebben, kan worden volstaan met een verwijzing van de huisarts of de jeugdarts.