Onderwijsprogramma en activiteiten

Vakken

Vakken VMBO Onderbouw

Het aantal lessen op het rooster van de onderbouw is voor alle leerlingen in eenzelfde leerjaar gelijk. Er is echter wel differentiatie van het lesstofaanbod op het niveau van de leerling. We bieden BBL (basisberoepsgerichte leerweg), KBL (kaderberoepsgerichte leerweg) en TL (theoretische leerweg) aan. We bieden alle niveaus aan in één klas.

Nederlands

Bij het vak Nederlands wordt gewerkt met de methode Talent. Deze methode heeft aandacht voor vaardigheden als spreken, spelling, lezen, schrijven en luisteren. Vooral de vaardigheden die nodig zijn voor tekstbegrip (ook via de methode Nieuwsbegrip), het schrijven van teksten (werkstukken en brieven) en het houden van presentaties krijgen extra aandacht. De logopediste ondersteunt de leerling en docent (indien mogelijk binnen de klas wanneer deze vaardigheden getraind worden). Nederlands is naast een examenvak tevens een vak dat apart wordt beoordeeld via de referentieniveaus (1F, 2F, etc). Naast het examencijfer Nederlands moet de leerling bij zijn examen een voldoende halen op zijn eigen referentieniveau voor de toets Nederlands. De onderdelen taalverzorging (spelling, werkwoordspelling, niet-werkwoordspelling), leesvaardigheid (tekstbegrip) en woordenschat worden in deze toets beoordeeld. Daarom volgen we de leerling door het afnemen van CITO-VOLG toetsen en bieden we extra ondersteuning, wanneer dit nodig is.

Engels

Bij het vak Engels werken we aan woordenschat, grammatica, lees-, luister- en schrijfvaardigheden. We besteden extra aandacht aan de afwijkende schrijfwijze en grammatica. De  methode waarmee gewerkt wordt in de onderbouw is New Interface. Ook hier volgen we de leerling door het afnemen van de CITO-Volg toetsen en bieden we extra ondersteuning, wanneer dit nodig is.

Rekenen

Sinds de invoering van de referentieniveaus (1F, 2F, etc.) wordt rekenen weer expliciet aangeboden op alle scholen voor middelbaar onderwijs Het gaat hierbij om de deelgebieden: meten en meetkunde, verbanden, verhoudingen en getalbegrip. Ook op dit gebied worden leerlingen extra gevolgd met behulp van de CITO-VOLG toetsen en wordt er extra ondersteuning aangeboden wanneer de reguliere lesstof niet toereikend is. De methode die in de onderbouw wordt geboden is SMART-Rekenen, een methode die digitaal materiaal omvat.

Wiskunde

Vanaf het eerste leerjaar is wiskunde een onderdeel van het vakkenpakket. De leerling wordt aangeleerd om op systematische wijze een min of meer abstract probleem op te lossen. Door het minder talige en vaak visuele karakter van het vak wiskunde komen onze leerlingen bij dit vak vaak goed tot hun recht. Er wordt gewerkt met de methode Moderne Wiskunde.

Mens en Natuur

De vakken biologie, natuurkunde, verzorging, techniek en koken vallen onder noemer ‘mens en natuur’. Deze indeling is vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gemaakt om de samenhang tussen de diverse vakgebieden te benadrukken. Biologie behandelt de levende natuur; bij natuurkunde komen de meer abstracte aspecten van onze omgeving aan bod, zoals zwaartekracht en elektriciteit. Bij het vak techniek worden de leerlingen de beginselen van de techniek op aanschouwelijke en proefondervindelijke wijze aangeboden. De leerlingen leren hier door het uitvoeren van praktijkopdrachten, daarbij ondersteund door de bijpassende theorie. Omdat onze leerlingen opgeleid worden voor een zelfstandige toekomst in de maatschappij komt ook het vak verzorging aan bod. Hierbij wordt zowel op theoretische als op praktische manier geoefend met vaardigheden, zoals koken, die nodig zijn om later zelfstandig te kunnen functioneren. Er is een methode voor biologie/verzorging onderbouw (Biologie en verzorging voor jou) en één voor natuur/techniek (NOVA). Deze vakken worden ook in die combinatie in het rooster aangeboden.

Mens en Maatschappij

De vakken aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappijleer en economie vallen onder de noemer 'mens en maatschappij'. Leerlingen leren in deze vakken de wereld om hen heen te begrijpen en situaties in een context te plaatsen. De methode die hiervoor wordt gebruikt is Plein M.

Kunst en Cultuur

Onze leerlingen krijgen een gericht lesaanbod op het gebied van kunst en cultuur. De leerlingen worden in contact gebracht met diverse kunstuitingen en leren deze te interpreteren en waarderen. Bij het vak beeldende vorming (BV) zullen leerlingen praktische opdrachten uitvoeren. Het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) is een verplicht onderdeel van het VMBO-curriculum en zal op het reguliere vmbo in het 3e leerjaar worden afgerond.

Bewegen en Sport

De leerlingen volgen de gymlessen in het gymlokaal, maar zullen bij mooi weer ook buiten sporten. Verder worden sportmiddagen georganiseerd en krijgen leerlingen les 'op locatie', zoals op de wakeboardbaan. Daarnaast doen we mee aan het project 'Special Heroes'. Dit is een sportprogramma waardoor leerlingen kennismaken met allerlei sporten.

Voor de veiligheid van de leerlingen en de hygiëne in de gymzaal en kleedkamers zijn er regels voor het meedoen in de gymles.

  • De leerlingen maken gebruik van gymkleren.
  • In verband met de veiligheid en de hygiëne moeten de leerlingen met gymschoenen aan sporten. Het moeten stevige schoenen zijn met witte zolen.
  • In verband met de veiligheid van de (mede-) leerlingen is het niet toegestaan om horloges, ringen, armbanden, oorbellen of piercings te dragen.
  • Na de gymlessen douchen de leerlingen, daarom moeten de leerlingen ook een handdoek meenemen. Deodorant wordt aanbevolen, liever geen spuitbussen.
  • Kostbaarheden dienen de leerlingen in hun kluis te bewaren en niet mee te nemen naar de gymzaal.

Koken

In het leerjaar 1 van het vmbo krijgen de leerlingen het vak koken. In leerjaar 1 is dit vak gericht op het zelfstandig een maaltijd kunnen bereiden en de werkzaamheden in de keuken leren kennen. Op onze school werken we met gezonde producten in de keuken. We werken onder andere met rundvlees- en kipproducten. Deze producten, eventueel halal, worden bij onze vaste leverancier ingekocht. Op deze manier kunnen al onze leerlingen de kookactiviteiten volgen en ook de producten opeten.

Digitale geletterdheid

Digitale geletterdheid is het geheel van vier basisvaardigheden Basiskennis ICT. Het is belangrijk dat leerlingen leren omgaan met een computer en dat ze kunnen werken in standaardprogramma’s bijvoorbeeld om teksten te verwerken en te presenteren. Maar ook mediawijsheid is een belangrijk onderdeel van digitale geletterdheid. Hoe gedraag je je op het internet en social media? Wat zijn de gevaren ervan? Daarnaast wordt aandacht besteed aan Computational thinking en informatievaardigheden.  

Communicatieve vaardigheden

Tijdens de wekelijkse communicatielessen wordt er samen met de docent en de logopedist gewerkt aan het versterken van de communicatieve vaardigheden. 

Sociale vaardigheden

De leerlijn sociale vaardigheden richt zich op het ontwikkelen van de sociale vaardigheden van de leerlingen. Sociale vaardigheden helpen bijvoorbeeld bij het opbouwen en behouden van sociale contacten, en zorgen ervoor dat iemand wordt geaccepteerd door anderen. Bovendien spelen sociale vaardigheden een rol bij het ontstaan van vriendschappen. Ook zorgen ze ervoor dat een jongere in staat is zich goed aan te passen op school. Ten slotte stellen ze mensen in staat om om te gaan met de eisen die vanuit de sociale omgeving worden gesteld en zich hieraan aan te passen.

Presenteren en leren

In deze lessen wordt aandacht besteed aan presenteren maar ook aan het 'leren leren'. 

Profieloriëntatie

Aan het einde van de onderbouw, bij de overstap naar het reguliere onderwijs, kiezen de leerlingen voor een profiel wat ze in leerjaar 3 en 4 gaan volgen. Hiermee wordt al een belangrijke keuze gemaakt voor de toekomst van onze leerlingen. Het is dus van belang om hen hier goed op voor te bereiden. Dat doen we tijdens het vak profieloriëntatie; hierin maken de leerlingen kennis met de verschillende profielen die in het reguliere VMBO in de bovenbouw worden aangeboden.

 

Vakken in het PRAKTIJKONDERWIJS

In het Praktijkonderwijs werken we in 3 fases. Basisfase (leerjaar 1), Oriëntatiefase (leerjaar 2 en 3) en Uitstroomfase (leerjaar 4 en 5). Leerlingen starten bij de schoolstart in de Basisfase. In de Basisfase wordt Kentalis in Bedrijf (KiB)  gegeven, waarin wordt kennisgemaakt met werknemersvaardigheden. Hierbij wordt gewerkt aan vakkennis, materiaal kennis, vaktermen. De verwachting is dat veel leerlingen na één jaar over zullen gaan naar de Oriëntatiefase. In de Oriëntatiefase zullen de leerlingen verder gaan met de werknemersvaardigheden op school in de verschillende afdelingen van de KiB. Vervolgens is er een combinatie van arbeidsvoorbereiding op school en één dag stage bij een bedrijf. In de Uitstroomfase lopen de leerlingen twee of drie dagen stage. Tijdens de Basisfase en Oriëntatiefase is er extra aandacht voor communicatieve redzaamheid, sociale vaardigheden en leren leren. (Dit blijven de aandachtspunten, in verband met ons cluster 2 aanbod). Het praktijkonderwijs richt zich op de pijlers: wonen, werken, vrije tijd, burgerschap en 'leren leren'.

Nederlands

Het streefniveau voor het uitstroomperspectief Arbeid is referentieniveau 1F. Er wordt gewerkt aan mondelinge en schriftelijke vaardigheden (luisteren, gesprekken, spreken, lezen en schrijven). De leerlingen leren strategieën om een tekst te begrijpen. Tekstbegrip wordt geoefend met behulp van Nieuwsbegrip. Naast de methodetoetsen gebruiken we ook de toetsen van het toetsplatform JIJ! om de vorderingen van de leerling te volgen.

Rekenen

Het streefdoel voor rekenen is het referentieniveau 1F. Het gaat bij rekenen om de deelgebieden meten en meetkunde, verbanden, verhoudingen en getalbegrip. De leerlingen worden extra gevold met behulp van de JIJ! toetsen. We werken met STARTrekenen Vooraf 1F of 2F. Dit zijn methodes die zowel op papier als digitaal worden aangeboden.

Engels

Het onderwijsaanbod is gericht op het leren van basiszinnen en dagelijkse uitdrukkingen, gericht op concrete handelingen aansluitend bij de leefwereld van de leerlingen.

Burgerschap

De rol van de leerling in de maatschappij staat centraal tijdens deze lessen. De leerling leert hulp en (ICT-) hulpmiddelen in te schakelen om de eigen redzaamheid te vergroten. Burgerschap bestaat uit de onderdelen:

  • Mens en Maatschappij
  • Digitale geletterdheid: Mediawijsheid en Basisvaardigheden ICT: Internet, Word, hebben en gebruiken van een e-mailadres, informatie opzoeken, PPT, zelfredzaamheid.
  • Verzorging, biologie, relaties, intimiteit en seksualiteit.

Sociale vaardigheden

De leerlijn sociale vaardigheden richt zich op het ontwikkelen van de sociale vaardigheden van de leerlingen. Sociale vaardigheden helpen bijvoorbeeld bij het opbouwen en behouden van sociale contacten, en zorgen ervoor dat iemand wordt geaccepteerd door anderen. Bovendien spelen sociale vaardigheden een rol bij het ontstaan van vriendschappen. Ook zorgen ze ervoor dat een jongere in staat is zich goed aan te passen op school. Ten slotte stellen ze mensen in staat om om te gaan met de eisen die vanuit de sociale omgeving worden gesteld en zich hieraan aan te passen.

Communicatieve vaardigheden

De mentor geeft de les communicatieve vaardigheden samen met een logopedist: 1 lesuur in de week

Arbeidsvoorbereiding (Kentalis in bedrijf) en Stage

De doorgaande leerlijn is gericht op de zelfredzaamheid van de leerling en op het aanleren van arbeidscompetenties die nodig zijn om te kunnen participeren op de arbeidsmarkt. Kennis en vaardigheden die nodig zijn voor een goede werknemer worden deels op school en deels tijdens stages geleerd. In de Oriëntatiefase worden de volgende afdelingen aangeboden: techniek, food, diensten en producten en stage onder begeleiding van een docent wat een mogelijkheid geeft om leerlingen op hun niveau te laten ontwikkelen. De leerling oriënteert zich op de beroepsmogelijkheden door de arbeidsvoorbereiding op school, de groepsstages, excursies naar bedrijven en stages. De stagedocenten begeleiden de leerlingen in het proces van arbeidstoeleiding in nauw overleg met hen en de leerbedrijven. De leerlingen sluiten in de uitstroomfase de cursus SWB (Start Werk Blijf Veilig) af met een examen en kunnen een certificaat behalen. De leerlingen leren over de praktische arbeidsomstandigheden en leren om risico's op de werkvloer te herkennen en daarmee om te gaan. We werken samen met JINC, waarmee we naast 'snuffelstages' in de basisfase ook sollicitatietraining bieden aan onze leerlingen in de uitstroomfase.

Bewegen en Sport

De leerlingen volgen de gymlessen in het gymlokaal, maar zullen bij mooi weer ook buiten sporten. Verder worden sportmiddagen georganiseerd en krijgen leerlingen les 'op locatie', zoals op de wakeboardbaan. Daarnaast doen we mee aan het project 'Special Heroes'. Dit is een sportprogramma waardoor leerlingen kennismaken met allerlei sporten.

Voor de veiligheid van de leerlingen en de hygiëne in de gymzaal en kleedkamers zijn er regels voor het meedoen in de gymles.

  • De leerlingen maken gebruik van gymkleren.
  • In verband met de veiligheid en de hygiëne moeten de leerlingen met gymschoenen aan sporten. Het moeten stevige schoenen zijn met witte zolen.
  • In verband met de veiligheid van de (mede-) leerlingen is het niet toegestaan om horloges, ringen, armbanden, oorbellen of piercings te dragen.
  • Na de gymlessen douchen de leerlingen, daarom moeten de leerlingen ook een handdoek meenemen. Deodorant wordt aanbevolen, liever geen spuitbussen.
  • Kostbaarheden dienen de leerlingen in hun kluis te bewaren en niet mee te nemen naar de gymzaal.

Koken, hygiëne en schoonmaak (KHS)

In de basis- en oriëntatiefase krijgen de leerlingen het vak KHS. Zij leren in deze lessen zelfstandig maaltijden verzorgen en samenstellen om thuis te kunnen toepassen. De lessen zijn gericht op zelfstandigheidsbevordering. Op onze school werken we met gezonde producten in de keuken. We werken onder andere met rundvlees- en kipproducten. Deze producten, eventueel halal, worden bij onze vaste leverancier ingekocht. Op deze manier kunnen al onze leerlingen de kookactiviteiten volgen en ook de producten opeten.

Ook schoonmaak en hygiënisch werken zijn belangrijke vaardigheden die worden geleerd.

Overgangsnormen

Overgangscriteria vmbo onderbouw

Normen, criteria en aanvullende aspecten

Normen

Betekenis van de cijfers:

1

Zeer zwak

2

Zwak

3

Zeer onvoldoende

4

Ruim onvoldoende

5

Onvoldoende

6

Voldoende

7

Ruim voldoende

8

Goed

9

Zeer goed

10

Uitmuntend

Rapporten

Het schooljaar is opgebouwd in 3 periodes. Na elke periode is er een tussenrapport. Het schooljaar wordt afgerond met een eindrapport. Na elke periode is er een mentor-ouder-leerling gesprek op school, waarbij ook de rapportcijfers worden besproken.

Weergave cijfers

  • De weging van de verschillende onderdelen bij de totstandkoming van het gemiddelde per periode staan beschreven in de leerlijn of het curriculum.
  • Het gemiddelde cijfer van de periode wordt afgerond op één cijfer achter de komma.
  • Op het rapport staat tevens op welke niveau de leerling het cijfer heeft behaald.

Weergave beoordelingen

  • Er zijn ook onderdelen die zonder cijfers worden beoordeeld, met een onvoldoende (O), voldoende (V) of goed (G).

Aspecten leren leren

De docenten beoordelen ook aspecten leren leren met een O, V of G op het rapport. Het gaat hierbij om inzet, werkhouding en huiswerk maken.

Tussenrapport

Op het rapport staat het gemiddelde cijfer per vak van de betreffende periode. Dit cijfer wordt berekend aan de hand van het (gewogen) gemiddelde van alle behaalde resultaten (proefwerk, schriftelijke of mondelinge overhoring, verslag, werkstuk, presentatie e.d.).

Eindrapport

Het eindcijfer is het gewogen gemiddelde van alle behaalde resultaten in het schooljaar. Dit is het eind cijfer van de drie tussenrapporten samen.

Overgangsnormen

Op basis van het eindrapport wordt bepaald of een leerling wordt overgaat naar het volgende leerjaar, wordt besproken, doubleert of op een lager niveau wordt geplaatst. De leerlingen worden besproken door de Commissie van Leerlingenzorg (CvL).

  • een leerling wordt bevorderd naar het volgende leerjaar bij één of geen onvoldoende punten.
  • een leerling wordt besproken bij twee, drie of vier onvoldoende punten. 
  • een leerling doubleert het leerjaar of wordt op een lager niveau geplaatst bij vijf of meer onvoldoende punten. 

Hierbij geldt:

  • het cijfer <5,5 wordt beschouwd als één onvoldoende punt. 
  • het cijfer <4,5 wordt beschouwd als twee onvoldoende punten.                                     
  • het cijfer <3,5 wordt beschouwd als drie onvoldoende punten. 

Daarnaast geldt het volgende:  

  • Bij twee onvoldoende punten voor één van de drie kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde wordt een leerling besproken in de CvL.
  • Bij een onvoldoende op een vak dat bij het gekozen profiel in de bovenbouw hoort, wordt een leerling besproken in de CvL. Dit geldt alleen voor leerlingen in leerjaar 2.
  • De CvL bespreekt naast de rapportcijfers ook de resultaten van de methodeonafhankelijke toetsen (CITO volgsysteem-toetsen), de aspecten werkhouding, inzet en huiswerk maken en de aanvullende aspecten (zie bijlage 2).
  • De aspecten werkhouding, inzet en huiswerk maken worden beoordeeld in: Goed, Voldoende, Onvoldoende.  Wanneer een leerling meerdere onvoldoendes scoort, dan bespreekt de mentor dit in een multidisciplinair overleg (MDO), met de logopedist, gedragsdeskundige en intern begeleider.

De CvL beslist uiteindelijk over de voortgang op grond van bovenstaande normen en de aanvullende aspecten (zie ‘Aanvullende aspecten’), waardoor de CvL de mogelijkheid heeft om maatwerk te bieden.  De CvL geeft een bindend advies voor bevordering, doublure of afstroom naar een lager niveau of andere leerroute.

Criteria

Vaststellen van het niveau

De leerlingen in de onderbouw worden jaarlijks na elke rapport periode in een MDO besproken. Hierbij wordt gekeken of de leerling onderwijs krijgt op het juiste niveau. Bij de leerlingen in leerjaar 2 wordt halverwege het schooljaar het voorlopige uitstroomniveau bepaald. Het definitieve uitstroomniveau wordt vastgesteld op basis van het eindrapport.

Op het Kentalis College Utrecht is het mogelijk om per vak een niveau te verhogen. Wanneer een leerling goed is in een bepaald vak kan de leerling hiermee meer uitgedaagd worden. Verder is het ook mogelijk om stapsgewijs meerdere vakken op een hoger niveau aan te bieden. Tot slot is het mogelijk om alle vakken in één keer een niveau te verhogen, in dat geval wordt het uitstroomperspectief in het OPP ook aangepast.

Criteria voor niveau omhoog

  1. De leerling geeft aan naar een hoger niveau te willen/kunnen.
  2. De vakdocent(en) schat(ten) in dat de leerling een hoger niveau aan kan en bespreekt dit met mentor. De mentor bespreekt dit MDO.
  3. Het merendeel van schema is op gewenst niveau.
  4. Het gemiddelde rapportcijfer voor het betreffende vak is minimaal 7,5. Ook zijn er voldoendes voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde.

Criteria voor niveau omlaag

  1. De leerling geeft aan naar een lager niveau te willen.
  2. De vakdocent(en) schat(ten) in dat het huidige niveau te lastig is voor de leerling.
  3. Het merendeel van schema is op een lager niveau.
  4. De leerling scoort onvoldoende op het rapport (zie ‘Overgangsnormen’).

Procedure bij een niveau omhoog of omlaag

Als de mentor, een docent en/of leerling gedurende na een periode rapport twijfelen aan het juiste niveau wordt dit eerst besproken in een MDO. Bij gewenste aanpassingen of bij twijfel wordt de leerling vervolgens besproken in de CvL. De CvL beslist uiteindelijk over de voortgang op grond van bovenstaande normen en de aanvullende aspecten. Wanneer de CvL vaststelt dat hoger of lager niveau beter passend is, volgt er een proeftijd van één periode om het proces goed te kunnen monitoren.

Uitstroomperspectief

Het uitstroomperspectief kan op basis van de rapportcijfers of CvL besluit worden gecontinueerd of gewijzigd.

Uitstroomperspectief continueren

Het uitstroomperspectief wordt gecontinueerd wanneer het eindrapport van een leerling aan bovenstaande overgangsnormen voldoet. Of wanneer de CvL besluit dat de leerling overgaat naar het volgende leerjaar op hetzelfde niveau.

Uitstroomperspectief wijzigen

Het uitstroomperspectief wordt gewijzigd wanneer de CvL besluit dat een hoger of lager niveau passend is bij de leerling zijn/haar ontwikkeling. 

Aanvullende aspecten

Om een advies op te kunnen stellen is het belangrijk om een beeld van de leerling te hebben met zijn bevorderende en belemmerende factoren en onderwijsbehoeften. En de ontwikkeling die de leerling in de afgelopen jaren heeft laten zien. Zodat duidelijk wordt wat is het leerrendement is.

Het Kentalis College Utrecht houdt hierbij de vier domeinen van Siméa aan, deze zijn:

  • Didactische ontwikkeling
  • Leren Leren
  • Communicatieve redzaamheid
  • Sociaal-emotionele ontwikkeling

Didactische ontwikkeling (waaronder leren leren; zie hieronder)

Data uit:

  • CITO
  • Methodegebonden toetsen - (rapport)cijfers

 

Normen:

  • Overgangscriteria
  • Wisseling van niveau (BB, KB, TL)

 

Leren leren

Data uit:

  • Rapport; (O/V/G-onderdelen rapport (per vak)
  • Observaties mentor, docententeam, onderwijsassistent, logopedist, gedragsdeskundige, stagedocent, intern begeleider

 

Norm

  • CED-leerlijn leren leren

 

Aspecten die bekeken worden:

  • Huiswerkattitude
  • Taken plannen, organiseren en uitvoeren
  • Taakgerichtheid/ werkhouding
  • Digitale/ ICT-vaardigheden
  • Leerstrategieën
  • Samenwerken

Communicatieve redzaamheid

Data uit:

  • Observaties mentor, logopedist, gedragsdeskundige, docententeam, onderwijsassistent, stagedocent
  • LVS CV (in toekomst Spraakwaterval)
  • Logopedisch onderzoek en observatie (uitgevoerd door logopedist)
  • Informatie uit (individuele) begeleiding door logopedist

 

Norm:

  • Gegevens in LVS CV worden vergeleken met leeftijdsgenoten uit het cluster 2 onderwijs
  • Gegevens uit logopedisch onderzoek:
    • Vergeleken met leeftijdsgenoten
    • Vergeleken met zichzelf (eerder logopedisch onderzoek; ontwikkeling zichtbaar?)

 

Aspecten die bekeken worden:

  • De 10 (12) hoofddoelen uit LVS CV
  1. Aandachtig luisteren
  2. Initiatief nemen
  3. Beurtgedrag; op de beurt wachten en de beurt nemen
  4. Informatie vragen en geven
  5. Praten over gevoelens
  6. Reflecteren op communicatief gedrag
  7. Reageren op een ander
  8. Mondelingen informatie begrijpen
  9. Begrijpelijk vertellen; taalinhoud en taalvorm
  10. Verschillende soorten gesprekken kunnen voeren
  • Aangevuld met:
    • Inzicht in eigen communicatieve (on)mogelijkheden
    • Adequaat omgaan met communicatieve (on)mogelijkheden. (wat helpt mij? Wat kan ik zelf doen? Wat heb ik van een ander en/of mijn omgeving nodig?)
 

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Data uit:

  • Observaties mentor, gedragsdeskundige, logopedist, docententeam, onderwijsassistent, stagedocent
  • Resultaten uit de IKAN
  • Resultaten uit overige instrumenten (afgenomen door gedragsdeskundige)
  • Informatie uit (individuele) begeleiding door gedragsdeskundige

Norm

  • IKAN norm van desbetreffende klas. De IKAN normen worden minstens 1 keer per jaar geëvalueerd en indien nodig bijgesteld door de gedragsdeskundige aan de hand van de Kentalis-normen en de door Kentalis geformuleerde aanbevelingen voor de IKAN. De IKAN normen voor het KCU in 2022/2023 zijn:
    • PrO
      • 1e jaars/Basisfase ≥ 2,6
      • 2e en 3e jaars/Oriëntatiefase ≥ 2,8
      • 4e en 5de jaars/Uitstroomfase ≥ 3
      • Entree ≥ 3 (zie ook de criteria van de Entree voor de specifieke IKAN eisen)
    • Vmbo
      • 1e jaars ≥ 2,8
      • 2e jaars en extra ontwikkelingsjaar (uitstroomklassen) ≥ 3
  • Gegevens uit psychologisch onderzoek:
    • Vergeleken met leeftijdsgenoten
    • Vergeleken met zichzelf (eerder psychologisch onderzoek; ontwikkeling zichtbaar?)

Aspecten die bekeken worden:

  • Zelfvertrouwen en zelfbeeld
  • Zelfinzicht sociaal-emotioneel
    • Inzicht in helpende factoren (wat helpt mij op school)
    • Inzicht in sterke en minder sterkte kanten van zichzelf
  • Mentaliserend vermogen (verplaatsen in de ander en naar jezelf kijken vanuit perspectief van de ander).
  • Jezelf presenteren; hoe je jezelf in contact met de ander presenteert.
  • Omgaan met conflicten
  • Vriendschappen
  • Aardig doen
  • Een keuze maken; kiezen met een positief effect
  • Opkomen voor jezelf en de ander

 

 

Activiteiten

Lekker in je vel!

Wij willen graag een 'Lekker in je vel!-school' zijn. Daarom hebben we samen met GeluksBV en Panton een programma ontwikkeld dat we gedurende het schooljaar op een aantal plekken in het curriculum terug laten komen; in het vak SOVA, de mentorlessen, de activiteiten die we als school doen (binnen en buitenschools en in contact met de samenleving en de buurt).

Vocal Statements

Sinds twee jaar werken we (door gebruikmaking van een subsidie) met Vocal Statements (VOS) samen. Vocal Statements maakt muziekprojecten op maat voor het vmbo basis, kader en praktijkonderwijs die ruimte geven aan de eigen stem van jongeren. Door middel van het schrijven van statements, samen zingen en storytelling biedt Vocal Statements jongeren een podium om hun eigen stem te ontwikkelen en hem vervolgens te durven gebruiken. Dit is niet alleen belangrijk op school, maar zeker ook in de wereld daarbuiten.

De leerlingen werken de eerste weken aan het gebruik van de stem. Je comfortabel voelen om klank te maken zijn de eerste stappen. Vervolgens gaan de leerlingen werken aan ‘creëer je eigen podium’. De bedoeling daarvan is om in school op zoek te gaan naar een goede presentatieplek. Tijdens de eindpresentatie zijn de jongeren op plekken in het schoolgebouw te vinden, waar leerlingen zingen en statements voordragen. Doelen: - De leerling ontdekt zijn of haar identiteit en durft zichzelf te laten horen door middel van het schrijven en uitspreken van Statements. - De leerling leert de basis van het zingen en ritmisch spreken. - De leerling ontwikkelt de inhoudelijke eindpresentatie in school. - Met de werkwijze van VOS beogen we een omgeving waar leerlingen zich veilig kunnen voortbewegen. Je eigen handelen onderzoeken en het reageren op elkaar zijn onderwerpen van gesprek. - De leerling onderzoekt de mogelijkheden van stemgebruik, zowel gezongen als gesproken en zet deze in bij een zelfgeschreven statement.

Schoolactiviteiten

Elk jaar organiseren we een sportdag. Tijdens de sportkeuzemiddagen maken we gebruik van bijvoorbeeld de kunstijsbaan, het fitnesscentrum, de bowlingbaan en het zwembad. Ook doen we culturele activiteiten buiten school. Ook worden die activiteiten georganiseerd door het Utrechts Centrum voor de Kunsten (UCK). De leerlingen beleven dan een dag kunst, cultuur, muziek en dans.

Schoolkamp

In het eerste leerjaar van Kentalis College Utrecht gaan de leerlingen drie dagen op kamp in Nederland. 

De schoolkampen vallen onder lestijd. Daarom stelt de school het op prijs dat alle leerlingen in de genoemde leerjaren mee op kamp gaan. De kosten voor leerlingen van het eerste leerjaar zullen rond de € 100,00 liggen. Er is mogelijkheid tot een gespreide betaling. Wanneer u de kosten niet zelf kunt betalen, verzoeken wij u contact op te nemen met de mentor. Sommige gemeenten hebben regelingen om bij te dragen aan deze kosten.

In het derde leerjaar (O2 fase) gaan de leerlingen naar een kamp dat iets verder weg ligt, bijvoorbeeld naar Ameland. De kosten voor leerlingen van het derde leerjaar zullen rond de € 200,00 liggen.

Voor de uitstroomfase is er de mogelijkheid om mee te gaan op skivakantie. De kosten hiervoor worden nog nader worden gespecificeerd in een brief die de leerlingen zullen ontvangen. Deze zullen rond de € 550,00 liggen. Van elk schoolkamp waar uw kind mee te maken krijgt, ontvangt u per brief verdere informatie.

Feesten en vieringen

Voor de data verwijzen we u graag naar de informatiekaart die aan het begin van het schooljaar wordt uitgereikt.

Stage (VSO)

Kentalis College Utrecht stelt zich ten doel al haar leerlingen voor te bereiden op een vervolgopleiding en daarnaast op wonen, werken en vrije tijd. Stage neemt een belangrijke rol in.

In leerjaar 1 en 2 / de basis- en oriëntatiefase lopen alle leerlingen JINC-bliksemstages bij bedrijven.

VMBO Na de tweejarige onderbouw VMBO vervolgt een leerling zijn onderwijs op een andere (reguliere) vmbo en gaat daar in de derde klas stage lopen. In leerjaar 2 start er een traject Profiel Oriëntatie, waarin leerlingen zowel praktisch als theoretisch kennismaken met de verschillende profielen die in de bovenbouw van het vmbo worden aangeboden. 

Praktijkonderwijs In het praktijkonderwijs lopen de leerlingen naast de externe bliksemstages van JINC ook een intern stagetraject in de basis en de oriënterende fase, dat geleidelijk aan overgaat in externe stage.