Onderwijsprogramma en activiteiten

Onderwijsprogramma

VMBO Onderbouw

In de onderbouw hebben alle leerlingen in hetzelfde leerjaar evenveel lessen op het rooster. We passen de lesstof wel aan het niveau van de leerling aan. We bieden drie niveaus aan: 

  • BB (basis) 
  • KB (kader) 
  • TL (theoretisch) 

Leerlingen met verschillende niveaus zitten samen in één klas. Sommige vakken zijn speciaal voor het eerste of tweede leerjaar. 

Nederlands 

Bij het vak Nederlands leren leerlingen goed spreken, schrijven, luisteren en spellen. 
We besteden extra aandacht aan lezen (technisch en begrijpend), het schrijven van teksten en het geven van presentaties. Leerlingen leren manieren (strategieën) om moeilijke teksten beter te begrijpen. Ook werken we veel aan woordenschat en leesplezier. Tijdens de leesuren oefenen leerlingen extra met lezen. Samen met de Bibliotheek Utrecht proberen we lezen leuker te maken. Goed kunnen lezen is heel belangrijk. Het helpt bij het eindexamen en in het dagelijks leven. De vaardigheden die leerlingen leren bij Nederlands, gebruiken ze ook bij andere vakken. In de lessen leggen we taal stap voor stap uit. We oefenen veel en herhalen belangrijke woorden en regels. We kijken naar de resultaten van toetsen, zoals CITO en AVI, om de lessen goed aan te passen aan de leerlingen. Een goede basis in de Nederlandse taal is belangrijk. Het helpt leerlingen om ook bij andere vakken beter te leren. 

Engels 

Bij het vak Engels leren leerlingen lezen, luisteren, spreken en schrijven. 
Ze werken aan woordenschat en grammatica en leren hoe ze deze goed kunnen gebruiken. In de lessen oefenen leerlingen stap voor stap met de verschillende taalvaardigheden. We besteden ook aandacht aan spelling en leestekens. We kijken naar de resultaten van toetsen, zoals de CITO‑toets. Zo kunnen we de lessen goed aanpassen aan wat leerlingen nodig hebben. Leerlingen werken waar mogelijk op hun eigen niveau. De opdrachten sluiten aan bij de wereld van nu. Leerlingen werken bijvoorbeeld met vlogs, podcasts, interviews en korte presentaties (pitches). 

Basisvaardigheden Nederlands en rekenen 

Bij dit vak oefenen leerlingen in kleine groepen met taal en rekenen. Dit gebeurt één keer per week. We helpen leerlingen om wat nog lastig is beter te begrijpen. Zo bouwen ze stap voor stap een goede basis op voor moeilijkere onderdelen van rekenen en taal. Door veel te oefenen krijgen leerlingen meer zelfvertrouwen. Ze leren ook om zich duidelijker uit te drukken. Deze extra lessen zijn belangrijk. Een goede basis in taal en rekenen helpt om ook beter te worden in andere vakken. 

Wiskunde 

Bij wiskunde leren leerlingen rekenen en logisch nadenken. 
Ze leren problemen stap voor stap op te lossen. We werken met voorbeelden uit het dagelijks leven. Zo begrijpen leerlingen beter waar wiskunde voor nodig is. Door duidelijke uitleg en veel oefenen krijgen leerlingen meer zelfvertrouwen. De vaardigheden die ze leren, gebruiken ze bij andere vakken en in het dagelijks leven. 

Communicatieve vaardigheden 

De mentor en de logopedist geven één keer per week les in communicatieve vaardigheden. In deze lessen leren leerlingen beter communiceren. Ze oefenen bijvoorbeeld met vragen stellen, een gesprek voeren en hun mening geven. Elke periode werken leerlingen aan nieuwe doelen. Zo worden ze steeds beter in praten en luisteren. 

PeTOS 

In leerjaar 1 en 2 krijgen leerlingen PeTOS-lessen. 
Ze hebben elk jaar ongeveer 7 tot 10 lessen. Deze lessen worden gegeven door de mentor en de logopedist. PeTOS betekent psycho‑educatie TOS. In dit vak leren leerlingen meer over zichzelf en over hun taalprobleem (TOS) of gehoorprobleem. Er is aandacht voor verschillende onderwerpen. Leerlingen leren wat hun sterke en minder sterke kanten zijn in communicatie. Ook leren ze welke hulpmiddelen hen kunnen helpen, bijvoorbeeld om taal beter te begrijpen. 

Biologie 

Bij biologie leren leerlingen hoe het leven werkt. Ze leren over het menselijk lichaam, gezondheid, planten en dieren en de natuur. Ook onderwerpen zoals voeding, erfelijkheid en het klimaat komen aan bod. In de lessen krijgen leerlingen uitleg en doen ze ook opdrachten en proefjes. Zo leren zij kijken, onderzoeken, nadenken en samenwerken. Door veel te doen sluiten de lessen goed aan bij wat leerlingen zelf meemaken. Biologie helpt leerlingen om hun eigen lichaam en de wereld om hen heen beter te begrijpen. Het vak bereidt hen ook voor op opleidingen en beroepen, bijvoorbeeld in de zorg, het milieu of de techniek. 

Natuur- en Scheikunde 

Bij natuur- en scheikunde (NaSK) leren leerlingen hoe de wereld om hen heen werkt. Ze leren over onderwerpen zoals elektriciteit, licht, geluid, krachten en stoffen. Ook praten we over dingen van nu, zoals duurzame energie en nieuwe techniek. In de lessen krijgen leerlingen uitleg en doen ze proefjes. Zo leren ze goed meten, veilig werken en nadenken over wat ze zien. Door zelf te onderzoeken, sluiten de lessen goed aan bij het dagelijks leven. Dit vak geeft een goede basis voor vervolgopleidingen en beroepen, bijvoorbeeld in de techniek, bouw of zorg. 

Mens en Maatschappij 

Bij het vak Mens en Maatschappij leren leerlingen over aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappijleer en economie. Deze vakken horen bij elkaar en helpen om de wereld beter te begrijpen. Leerlingen leren kijken naar wat er gebeurt in de wereld, dichtbij en ver weg. Ze leren ook over het verleden, hoe mensen wonen en werken en hoe geld en economie werken. In de lessen oefenen leerlingen met vaardigheden zoals informatie zoeken, een mening geven en luisteren naar andere meningen. Dit vak helpt leerlingen om mee te doen in de samenleving. Ze leren na te denken over de wereld en bereiden zich voor op hun toekomst. 

Beeldende Vorming 

Bij beeldende vorming ontdekken leerlingen hun creativiteit en eigen ideeën. Dat is niet alleen leuk, maar ook belangrijk voor hun ontwikkeling. Leerlingen werken met verschillende materialen. Ze tekenen, schilderen en ontwerpen. Zo leren ze hun ideeën om te zetten in iets wat je kunt zien. Bij dit vak mogen leerlingen uitproberen en fouten maken. Dat helpt om meer zelfvertrouwen te krijgen. Ze leren ook op een creatieve manier denken, wat helpt bij andere vakken. Daarnaast oefenen leerlingen met samenwerken, nadenken en het vormen van hun eigen mening. Beeldende vorming zorgt ook voor ontspanning en plezier. Het is een fijne afwisseling met vakken waarbij je veel moet lezen en leren. 

Bewegen en Sport 

Bij gym draait het om bewegen, samenwerken en ontdekken wat je kunt. Leerlingen maken kennis met verschillende sporten, zoals balsporten, turnen en atletiek. Ze werken aan een betere conditie en leren hun lichaam goed te gebruiken. Ook is er aandacht voor sportief gedrag, zoals samenwerken, eerlijk spelen en omgaan met winnen en verliezen. Door samen te sporten leren leerlingen ook beter omgaan met anderen. Deze vaardigheden helpen niet alleen in de gymzaal, maar ook daarbuiten. Gym zorgt op een actieve en leuke manier voor een gezonde leefstijl en meer zelfvertrouwen.  

Digitale Vaardigheden 

Bij het vak digitale vaardigheden leren leerlingen hoe ze goed en veilig met computers en internet omgaan. Ze oefenen met praktische dingen, zoals het maken van teksten en presentaties. Ook leren ze hoe computers werken. Daarnaast leren leerlingen mediawijsheid. Dat betekent dat zij leren om goed na te denken over informatie op internet, om te gaan met sociale media en hun privacy te beschermen. Ze leren ook omgaan met informatie en maken kennis met de basis van programmeren of techniek. Deze vaardigheden zijn belangrijk voor school en later voor  werk. Ieder jaar doen we mee aan het programma Media Masters. Hiermee oefenen leerlingen op een leuke en spannende manier met digitale vaardigheden. 

Sociaal-emotionele ontwikkeling 

Op school krijgen alle klassen les in sociaal-emotionele ontwikkeling (SEO). In deze lessen leren leerlingen beter omgaan met zichzelf en met anderen. Leerlingen leren bijvoorbeeld om: 

  • hun gevoelens te herkennen en te begrijpen 
  • hun eigen wensen en grenzen te kennen 
  • contact te maken en vriendschappen op te bouwen. 

Deze vaardigheden helpen leerlingen op school, tijdens stage, op werk en in hun vrije tijd. Ze leren ook rekening te houden met zichzelf én met anderen. We werken met een leerlijn voor SEO. Ook gebruiken we elke twee jaar de iKAN om te kijken hoe leerlingen zich ontwikkelen. Zo kunnen we de groei van leerlingen goed volgen. 

Presenteren en leren 

In VMBO leerjaar 2 krijgen leerlingen het vak Presenteren en Leren (P&L). Deze lessen worden gegeven door de mentor en de logopedist. In de lessen oefenen leerlingen met presenteren en samenwerken. Ze werken aan verschillende projecten. Leerlingen leren hoe ze informatie verzamelen en ordenen, bijvoorbeeld met een mindmap. Ook oefenen ze met overleggen en samenwerken, zoals het verdelen van taken of samen een presentatie maken. Tijdens het jaar werken leerlingen met programma’s zoals PowerPoint, Excel en Canva. Elk project sluiten ze af met een presentatie voor de klas. 

Profieloriëntatie 

Aan het einde van de onderbouw kiezen leerlingen een profiel voor leerjaar 3 en 4. Dit is een belangrijke keuze voor hun toekomst. Om leerlingen goed te helpen bij deze keuze, krijgen zij het vak profieloriëntatie. In dit vak maken zij kennis met de verschillende richtingen (profielen) in het VMBO. De VMBO‑profielen zijn onder andere: 

  • Bouwen, wonen en interieur 
  • Produceren, installeren en energie 
  • Mobiliteit en transport 
  • Media, vormgeving en ICT 
  • Economie en ondernemen 
  • Horeca, bakkerij en recreatie 
  • Zorg en welzijn 
  • Groen 
  • Dienstverlening en producten. 

(Het profiel Maritiem en techniek bieden wij niet aan.) Leerlingen volgen ook het (keuze)vak EHBO en verdiepen zich in een profiel dat zij interessant vinden. Daarnaast doen zij onderzoek naar een mogelijke vervolgschool. Zo bereiden we leerlingen goed voor op hun volgende stap. 

 

PRAKTIJKONDERWIJS

Het Praktijkonderwijs richt zich op de pijlers: wonen, werken, vrije tijd, burgerschap en 'leren leren'. 

In het Praktijkonderwijs werken we in 3 fases: Basisfase (leerjaar 1), Oriëntatiefase (leerjaar 2 en 3) en Uitstroomfase (leerjaar 4 en 5). Leerlingen starten in de Basisfase. In de Basisfase wordt naast gewerkt aan algemene vorming en didactische ontwikkeling, ook al kennisgemaakt met werknemersvaardigheden. Hierbij wordt gewerkt aan vakkennis, materiaalkennis en vaktermen. De verwachting is dat veel leerlingen na één jaar over zullen gaan naar de Oriëntatiefase. In de Oriëntatiefase zullen de leerlingen verder gaan met de werknemersvaardigheden op school in de verschillende afdelingen van de KiB. Vervolgens is er een combinatie van arbeidsvoorbereiding op school en één dag stage bij een bedrijf. In de Uitstroomfase lopen de leerlingen twee of drie dagen stage. Tijdens de Basisfase en Oriëntatiefase is er extra aandacht voor communicatieve redzaamheid, sociaal emotionele ontwikkeling en leren leren. 

Nederlands

Het streefniveau voor het uitstroomperspectief Arbeid is referentieniveau 1F/1S. Er wordt gewerkt aan mondelinge en schriftelijke vaardigheden (luisteren, gesprekken, spreken, lezen en schrijven). De leerlingen leren strategieën om een tekst te begrijpen. Tekstbegrip wordt geoefend met behulp van Nieuwsbegrip. Naast de methodetoetsen gebruiken we ook de toetsen van het toetsplatform JIJ! om de vorderingen van de leerling te volgen.

Rekenen

Het streefdoel voor rekenen is het referentieniveau 1F/1S. Het gaat bij rekenen om de deelgebieden meten en meetkunde, verbanden, verhoudingen en getalbegrip. De leerlingen worden extra gevolgd met behulp van de JIJ! toetsen. We werken met STARTrekenen Vooraf 1F of 2F. Dit zijn methodes die zowel op papier als digitaal worden aangeboden.

Engels

Het onderwijsaanbod is gericht op het leren van basiszinnen en dagelijkse uitdrukkingen, gericht op concrete handelingen aansluitend bij de leefwereld van de leerlingen.

Communicatieve vaardigheden

De mentor en logopedist geven één keer per week de les communicatieve vaardigheden. In deze lessen wordt gewerkt aan het uitbreiden en verbeteren van de communicatieve vaardigheden.

Burgerschap

De rol van de leerling in de maatschappij staat centraal tijdens deze lessen. De leerling leert hulp en (ICT-)hulpmiddelen in te schakelen om de eigen redzaamheid te vergroten. Burgerschap bestaat uit de onderdelen:

  • Mens en Maatschappij;
  • Digitale geletterdheid (Mediawijsheid) en Basisvaardigheden ICT (Internet, Word, hebben en gebruiken van een e-mailadres, informatie opzoeken, PPT, zelfredzaamheid);
  • Verzorging, biologie, relaties, intimiteit en seksualiteit.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Om de sociaal-emotionele vaardigheden sterker te maken, wordt op school aan elke klas les gegeven in het vak sociaal-emotionele ontwikkeling (SEO). Sociaal-emotionele vaardigheden helpen bijvoorbeeld bij het herkennen en begrijpen van de eigen emoties, het herkennen van de eigen wensen en grenzen en bij het opbouwen en behouden van sociale contacten. Bovendien spelen sociaal-emotionele vaardigheden een rol bij het ontstaan van vriendschappen. Ook zorgen ze ervoor dat je je goed kunt aanpassen op school, stage, werk en in je vrije tijd. Met goede sociaal-emotionele vaardigheden kun je beter rekening houden met je eigen wensen en grenzen, en die van anderen.

Mens en natuur & mens en techniek

De doelen binnen de leerlijnen Mens en Natuur en Mens en techniek hebben een plaats gekregen in de leeromgeving KIB, daarover kunt u hieronder meer lezen.

Arbeidsvoorbereiding en Stage

De doorgaande leerlijn arbeidsvoorbereiding is gericht op de zelfredzaamheid van de leerling en op het aanleren van arbeidscompetenties die nodig zijn om te kunnen participeren op de arbeidsmarkt. Kennis en vaardigheden die nodig zijn voor een goede werknemer worden deels op school en deels tijdens stages geleerd. De leerling oriënteert zich op de beroepsmogelijkheden door de arbeidsvoorbereiding op school (KiB), de groepsstages, excursies naar bedrijven en stages. De stagedocenten begeleiden de leerlingen in het proces van arbeidstoeleiding in nauw overleg met hen en de leerbedrijven. We werken samen met JINC, waarmee we naast 'snuffelstages' in de basisfase ook sollicitatietraining bieden.

Bij de afdeling Praktijkonderwijs krijgen de leerlingen de eerste 3 jaar les bij wat wij noemen “KiB”, Kentalis in Bedrijf. Dit is een soort stage, maar dan op school. Daarbij draait het om 3 belangrijke doelen: 

  • Werknemersvaardigheden, zoals op tijd komen, samenwerken en netjes werken.
  • Communicatieve vaardigheden, zoals durven spreken, groeten en je mening geven.
  • Beroepsvaardigheden, waarbij we de leerlingen laten kennismaken met verschillende soorten werkzaamheden om hen te laten ontdekken wat ze leuk vinden. 

De afgelopen jaren hebben we veel tijd gestoken in het onderzoeken naar een manier om ons aanbod meer ‘levensecht’ te maken. Dat heeft ervoor gezorgd dat we dit jaar zijn gestart met een tweedehands kledingwinkel plus koffiecorner, met de klinkende naam: Voor U! Er is ook een lunch voor alle leerlingen en personeel, gemaakt in de keuken. De kruiden, fruit en groenten komen uit onze eigen pluktuin.

In januari 2026 is Voor U geopend. We zien dat leerlingen hier veel leren op alle onderdelen, bijvoorbeeld bij het koffiezetapparaat bedienen en de klanten durven aanspreken. 

Na de zomervakantie willen we vaker open en dat is mogelijk doordat we ook een werkplek aan gaan bieden aan scholen om ons heen met leerlingen met een extra onderwijsbehoefte. Ook willen we eens in de maand een buurtrestaurant openen met leerlingen uit de branchecursus (Bordje Voor U!). 

U bent natuurlijk van harte welkom voor een lekkere bak koffie, of thee met iets lekkers en wie weet kunt u nog een mooi kledingstuk scoren in de winkel? Dat is niet alleen goed voor de werkgelegenheid, maar ook omdat het de leerlingen trots maakt te kunnen laten zien wat ze kunnen!

Voor komend schooljaar gaan we samenwerking met scholen uit de buurt verder onderzoeken. Ook willen we de ontwikkelingen bij de leerlingen nog beter in kaart kunnen brengen, dat gaan we doen in het portfolio Simulise. En tenslotte gaan we de leerlijnen zoals Nederlands en rekenen meer aandacht geven in onze werkplaatsen. 

Bewegen en Sport

De leerlingen volgen de gymlessen in het gymlokaal, maar zullen bij mooi weer ook buiten sporten. Verder worden sportmiddagen georganiseerd en krijgen leerlingen les 'op locatie', zoals op de wakeboardbaan. Daarnaast doen we mee aan het project 'Special Heroes'. Dit is een sportprogramma waardoor leerlingen kennismaken met allerlei sporten.

Voor de veiligheid van de leerlingen en de hygiëne in de gymzaal en kleedkamers zijn er regels voor het meedoen in de gymles.

  • De leerlingen maken gebruik van gymkleren.
  • In verband met de veiligheid en de hygiëne moeten de leerlingen met gymschoenen aan sporten. Het moeten stevige schoenen zijn met witte zolen.
  • In verband met de veiligheid van de (mede-)leerlingen is het niet toegestaan om horloges, ringen, armbanden, oorbellen of piercings te dragen.
  • Na de gymlessen douchen de leerlingen, daarom moeten de leerlingen ook een handdoek meenemen. Deodorant wordt aanbevolen, liever geen spuitbussen.
  • Kostbaarheden dienen de leerlingen in hun kluis te bewaren en niet mee te nemen naar de gymzaal.

Kunst en Cultuur

Onze leerlingen krijgen een gericht lesaanbod op het gebied van kunst en cultuur. De leerlingen worden in contact gebracht met diverse kunstuitingen en leren deze te interpreteren en waarderen. Bij het vak beeldende vorming (BV) zullen leerlingen praktische opdrachten uitvoeren en de les muziek maakt ook onderdeel uit van de leerlijn.

Overgangscriteria

VMBO onderbouw

Normen, criteria en aanvullende aspecten (deze gelden alleen voor het VMBO)

Normen

Betekenis van de cijfers:

1Zeer zwak
2Zwak
3Zeer onvoldoende
4Ruim onvoldoende
5Onvoldoende
6Voldoende
7Ruim voldoende
8Goed
9Zeer goed
10Uitmuntend

Rapporten

Het schooljaar is opgebouwd in 3 periodes. Na elke periode is er een tussenrapport. Het schooljaar wordt afgerond met een eindrapport. Na elke periode is er een mentor-ouder-leerlinggesprek op school, waarbij ook de rapportcijfers worden besproken.

Weergave cijfers

  • De weging van de verschillende onderdelen bij de totstandkoming van het gemiddelde per periode staan beschreven in de leerlijn of in het curriculum.
  • Het gemiddelde cijfer van de periode wordt afgerond op één cijfer achter de komma.
  • Op het rapport staat tevens op welke niveau de leerling het cijfer heeft behaald.

Weergave beoordelingen

  • Er zijn ook onderdelen die zonder cijfers worden beoordeeld, met een onvoldoende (O), voldoende (V) of goed (G).

Aspecten leren leren

De docenten beoordelen ook aspecten leren leren met een O, V of G op het rapport. Het gaat hierbij om inzet, werkhouding en huiswerk maken.

Tussenrapport

Op het rapport staat het gemiddelde cijfer per vak van de betreffende periode. Dit cijfer wordt berekend aan de hand van het (gewogen) gemiddelde van alle behaalde resultaten (proefwerk, schriftelijke of mondelinge overhoring, verslag, werkstuk, presentatie e.d.).

Eindrapport

Het eindcijfer is het gewogen gemiddelde van alle behaalde resultaten in het schooljaar. Dit is het eindcijfer van de drie tussenrapporten samen.

Overgangsnormen

Op basis van het eindrapport wordt bepaald of een leerling overgaat naar het volgende leerjaar, wordt besproken, doubleert of op een lager niveau wordt geplaatst. De leerlingen worden besproken door de Commissie van Leerlingenzorg (CvL).

  • Een leerling wordt bevorderd naar het volgende leerjaar bij één of geen onvoldoende punten.
  • Een leerling wordt besproken bij twee, drie of vier onvoldoende punten.
  • Een leerling doubleert het leerjaar of wordt op een lager niveau geplaatst bij vijf of meer onvoldoende punten. 

Hierbij geldt:

  • het cijfer <5,5 wordt beschouwd als één onvoldoende punt.
  • het cijfer <4,5 wordt beschouwd als twee onvoldoende punten.                         
  • het cijfer <3,5 wordt beschouwd als drie onvoldoende punten. 

Daarnaast geldt het volgende.

  • Bij twee onvoldoende punten voor één van de drie kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde wordt een leerling besproken in de CvL.
  • Bij een onvoldoende op een vak dat bij het gekozen profiel in de bovenbouw hoort, wordt een leerling besproken in de CvL. Dit geldt alleen voor leerlingen in leerjaar 2.
  • De CvL bespreekt naast de rapportcijfers ook de resultaten van de methodeonafhankelijke toetsen (CITO volgsysteem-toetsen), de aspecten werkhouding, inzet en huiswerk maken en de aanvullende aspecten (zie bijlage 2).
  • De aspecten werkhouding, inzet en huiswerk maken worden beoordeeld in: Goed, Voldoende, Onvoldoende.  Wanneer een leerling meerdere onvoldoendes scoort, dan bespreekt de mentor dit in een multidisciplinair overleg (MDO), met de logopedist, gedragsdeskundige en intern begeleider.

De CvL beslist uiteindelijk over de voortgang op grond van bovenstaande normen en de aanvullende aspecten (zie ‘Aanvullende aspecten’), waardoor de CvL de mogelijkheid heeft om maatwerk te bieden.  De CvL geeft een bindend advies voor bevordering, doublure of afstroom naar een lager niveau of andere leerroute.

Criteria

Vaststellen van het niveau

De leerlingen in de onderbouw worden jaarlijks na elke rapportperiode in een overleg besproken. Hierbij wordt gekeken of de leerling onderwijs krijgt op het juiste niveau. Bij de leerlingen in leerjaar 2 wordt halverwege het schooljaar het voorlopige uitstroomniveau bepaald. Het definitieve uitstroomniveau wordt vastgesteld op basis van het eindrapport.

Op het Kentalis College Utrecht is het mogelijk om per vak een niveau te verhogen. Wanneer een leerling goed is in een bepaald vak, dan kan de leerling hiermee meer uitgedaagd worden. Verder is het ook mogelijk om stapsgewijs meerdere vakken op een hoger niveau aan te bieden. Tot slot is het mogelijk om alle vakken in één keer een niveau te verhogen, in dat geval wordt het uitstroomperspectief in het OPP ook aangepast.

Criteria voor niveau omhoog

  1. De leerling geeft aan naar een hoger niveau te willen/kunnen.
  2. De vakdocent(en) schat(ten) in dat de leerling een hoger niveau aan kan en bespreekt dit met mentor. De mentor bespreekt dit in het multidisciplinair overleg.
  3. Het merendeel van schema is op gewenst niveau.
  4. Het gemiddelde rapportcijfer voor het betreffende vak is minimaal 7,5. Ook zijn er voldoendes voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde.

Criteria voor niveau omlaag

  1. De leerling geeft aan naar een lager niveau te willen.
  2. De vakdocent(en) schat(ten) in dat het huidige niveau te lastig is voor de leerling.
  3. Het merendeel van schema is op een lager niveau.
  4. De leerling scoort onvoldoende op het rapport (zie ‘Overgangsnormen’).

Procedure bij een niveau omhoog of omlaag

Als de mentor, een docent en/of leerling gedurende of na een perioderapport twijfelen aan het juiste niveau, dan wordt dit eerst besproken in een multidisciplinair overleg. Bij gewenste aanpassingen of bij twijfel wordt de leerling vervolgens besproken in de CvL. De CvL beslist uiteindelijk over de voortgang op grond van bovenstaande normen en de aanvullende aspecten. Wanneer de CvL vaststelt dat een hoger of lager niveau beter passend is, volgt er een proeftijd van één periode om het proces goed te kunnen monitoren.

Uitstroomperspectief

Het uitstroomperspectief kan op basis van de rapportcijfers of CvL-besluit worden gecontinueerd of gewijzigd.

Uitstroomperspectief continueren

Het uitstroomperspectief wordt gecontinueerd wanneer het eindrapport van een leerling aan bovenstaande overgangsnormen voldoet. Of wanneer de CvL besluit dat de leerling overgaat naar het volgende leerjaar op hetzelfde niveau.

Uitstroomperspectief wijzigen

Het uitstroomperspectief wordt gewijzigd wanneer de CvL besluit dat een hoger of lager niveau passend is bij de ontwikkeling van de leerling. 

Aanvullende aspecten

Om een advies op te kunnen stellen is het belangrijk om een beeld van de leerling te hebben met zijn/haar bevorderende en belemmerende factoren en onderwijsbehoeften. En de ontwikkeling die de leerling in de afgelopen jaren heeft laten zien, zodat duidelijk wordt wat is het leerrendement is.

Het Kentalis College Utrecht houdt hierbij de vier domeinen van Siméa aan, deze zijn:

  • Didactische ontwikkeling
  • Leren Leren
  • Communicatieve redzaamheid
  • Sociaal-emotionele ontwikkeling

Didactische ontwikkeling (waaronder leren leren; zie hieronder)

Data uit:

  • CITO
  • Methodegebonden toetsen - (rapport)cijfers

Normen:

  • Overgangscriteria
  • Wisseling van niveau (BB, KB, TL)

 

Leren leren

Data uit:

  • Rapport; (O/V/G-onderdelen rapport (per vak)
  • Observaties mentor, docententeam, onderwijsassistent, logopedist, gedragsdeskundige, stagedocent, intern begeleider

Norm

  • CED-leerlijn leren leren

Aspecten die bekeken worden:

  • Huiswerkattitude
  • Taken plannen, organiseren en uitvoeren
  • Taakgerichtheid/werkhouding
  • Digitale/ICT-vaardigheden
  • Leerstrategieën
  • Samenwerken

Communicatieve redzaamheid

Data uit:

  • Observaties mentor, logopedist, gedragsdeskundige, docententeam, onderwijsassistent, stagedocent
  • Logopedisch onderzoek en observatie (uitgevoerd door logopedist)
  • Informatie uit (individuele) begeleiding door logopedist

Norm:

  • Gegevens uit logopedisch onderzoek:
    • Vergeleken met leeftijdsgenoten
    • Vergeleken met zichzelf (eerder logopedisch onderzoek; ontwikkeling zichtbaar?)

Aspecten die bekeken worden t.a.v. de communicatie:

  • Aandachtig luisteren
  • Initiatief nemen
  • Beurtgedrag; op de beurt wachten en de beurt nemen
  • Informatie vragen en geven
  • Praten over gevoelens
  • Reflecteren op communicatief gedrag
  • Reageren op een ander
  • Taalbegrip
  • Taalproductie
  • Verschillende soorten gesprekken voeren
  • Inzicht in eigen communicatieve (on)mogelijkheden
  • Adequaat omgaan met communicatieve (on)mogelijkheden. (wat helpt mij? Wat kan ik zelf doen? Wat heb ik van een ander en/of mijn omgeving nodig?)

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Data uit:

  • Observaties mentor, gedragsdeskundige, logopedist, docententeam, onderwijsassistent, stagedocent
  • Resultaten uit de IKAN
  • Resultaten uit overige instrumenten (afgenomen door gedragsdeskundige)
  • Informatie uit (individuele) begeleiding door gedragsdeskundige

Norm

  • IKAN-norm van desbetreffende klas. De IKAN-normen worden minstens 1 keer per jaar geëvalueerd en indien nodig bijgesteld door de gedragsdeskundige aan de hand van de Kentalis-normen en de door Kentalis geformuleerde aanbevelingen voor de IKAN. De IKAN-normen voor het KCU zijn:
    • Vmbo
      • 1e jaars ≥ 2,8
      • 2e jaars en extra ontwikkelingsjaar (uitstroomklassen) ≥ 3
  • Gegevens uit psychologisch onderzoek:
    • Vergeleken met leeftijdsgenoten
    • Vergeleken met zichzelf (eerder psychologisch onderzoek; ontwikkeling zichtbaar?)

Aspecten die bekeken worden:

  • Zelfvertrouwen en zelfbeeld
  • Zelfinzicht sociaal-emotioneel
    • Inzicht in helpende factoren (wat helpt mij op school)
    • Inzicht in sterke en minder sterke kanten van zichzelf
  • Mentaliserend vermogen (verplaatsen in de ander en naar jezelf kijken vanuit perspectief van de ander).
  • Jezelf presenteren; hoe je jezelf in contact met de ander presenteert.
  • Omgaan met conflicten
  • Vriendschappen
  • Aardig doen
  • Een keuze maken; kiezen met een positief effect
  • Opkomen voor jezelf en de ander

 

 

Activiteiten

Gezonde school

Kentalis College Utrecht doet mee met het project 'Gezonde schoolkantine'. 
Dat betekent dat wij: 

  • iedere dag gratis schoolfruit- en groente aanbieden;
  • op maandag tegen lage prijzen broodjes en ander gezond eten aanbieden;
  • op donderdag een gezonde schoollunch gratis serveren aan alle leerlingen (nieuw sinds het schooljaar 2025-2026!).

Lekker in je vel!

Wij zijn een 'Lekker in je vel!-school'. We hebben samen met GeluksBV en Panton een programma ontwikkeld, dat we gedurende het schooljaar op een aantal plekken in het curriculum terug laten komen: in het vak SEO, de mentorlessen, de activiteiten die we als school doen (binnen- en buitenschools en in contact met de samenleving en de buurt).

Vocal Statements (VOS)

Sinds enkele jaren werken we met Vocal Statements (VOS) samen.
Vocal Statements maakt muziekprojecten op maat voor het VMBO basis, kader en praktijkonderwijs, die ruimte geven aan de eigen stem van jongeren. Door middel van het schrijven van statements, samen zingen en storytelling biedt Vocal Statements jongeren een podium om hun eigen stem te ontwikkelen en hem vervolgens te durven gebruiken. Dit is niet alleen belangrijk op school, maar zeker ook in de wereld daarbuiten.

De leerlingen werken de eerste weken aan het gebruik van de stem. Je comfortabel voelen om klank te maken zijn de eerste stappen. Vervolgens gaan de leerlingen werken aan ‘creëer je eigen podium’. De bedoeling daarvan is om in school op zoek te gaan naar een goede presentatieplek.
Tijdens de eindpresentatie zijn de jongeren op plekken in het schoolgebouw te vinden, waar leerlingen zingen en statements voordragen.
De doelen zijn als volgt.
- De leerling ontdekt zijn of haar identiteit en durft zichzelf te laten horen door middel van het schrijven en uitspreken van Statements.
- De leerling leert de basis van het zingen en ritmisch spreken.
- De leerling ontwikkelt de inhoudelijke eindpresentatie in school.
- Met de werkwijze van VOS beogen we een omgeving waar leerlingen zich veilig kunnen voortbewegen. Je eigen handelen onderzoeken en het reageren op elkaar zijn onderwerpen van gesprek.
- De leerling onderzoekt de mogelijkheden van stemgebruik, zowel gezongen als gesproken, en zet deze in bij een zelfgeschreven statement.

Schoolactiviteiten

Elk jaar organiseren we een sportdag. Ook zijn er sportkeuzemiddagen: tijdens de sportkeuzemiddagen maken we gebruik van bijvoorbeeld de kunstijsbaan, het fitnesscentrum, de bowlingbaan en het zwembad. Verder doen we ook culturele activiteiten buiten school. Soms worden activiteiten georganiseerd door het Utrechts Centrum voor de Kunsten (UCK). De leerlingen beleven dan een dag kunst, cultuur, muziek en dans. We hebben twee keer per jaar een 'tussenweek' tussen twee leerperiodes, waarin verschillende activiteiten worden georganiseerd.

Ook gaan we één keer per jaar op schoolreisje, aan het einde van het schooljaar. We gaan het ene jaar naar De Efteling en het volgende jaar naar Walibi.

Schoolkamp

In het eerste jaar gaan alle leerlingen op brugklaskamp.

Vanaf het tweede jaar VMBO (O fase) hebben alle leerlingen de mogelijkheid om mee te gaan op een speciale reis zoals een surfkamp of skireis, die maximaal één keer tijdens hun schoolcarrière plaatsvindt. 

Voor actuele informatie en kosten verwijzen we u graag naar de informatiekaart, die aan het begin van het schooljaar wordt uitgereikt. Van elk schoolkamp waar uw kind mee te maken krijgt, ontvangt u per brief ook nog verdere informatie.

De schoolkampen vallen onder lestijd. Daarom gaan alle leerlingen in de genoemde leerjaren mee op kamp (uitzondering skireis/surfkamp). Er is mogelijkheid tot een gespreide betaling. Wanneer u de kosten niet zelf kunt betalen, verzoeken wij u contact op te nemen met de mentor. Sommige gemeenten hebben regelingen om bij te dragen aan deze kosten.

Feesten en vieringen

Voor de data verwijzen we u graag naar de informatiekaart, die aan het begin van het schooljaar wordt uitgereikt.

Stages

Het Kentalis College Utrecht stelt zich ten doel al haar leerlingen voor te bereiden op een vervolgopleiding en daarnaast op wonen, werken en vrije tijd. Stage neemt een belangrijke rol in.

In leerjaar 1 en 2 en in de Basis- en Oriëntatiefase lopen alle leerlingen JINC-bliksemstages bij bedrijven.

VMBO
Na de tweejarige onderbouw VMBO vervolgt een leerling zijn onderwijs op een andere (reguliere) VMBO en gaat daar in de derde klas stage lopen. In leerjaar 1 start er een traject Profiel Oriëntatie, waarin leerlingen zowel praktisch als theoretisch kennismaken met de verschillende profielen die in de bovenbouw van het vmbo worden aangeboden. 

Praktijkonderwijs
In het praktijkonderwijs lopen de leerlingen naast de externe bliksemstages van JINC ook een intern stagetraject in de Basis- en de Oriënterende fase, dat geleidelijk aan overgaat in externe stage.