Opbrengsten en uitstroom

Uitvoering maatregelen 2025-2026

Basisvaardigheden burgerschap 

Er is in 2025-2026 weer expliciet aandacht besteed aan de Gouden Weken aan het begin van het schooljaar. Ook aan de Zilveren Weken en aan de Bronzen Weken is aandacht besteed; dit kan echter nog uitgebreider worden gedaan. 

De studiedag Schurende Gesprekken was zeer waardevol. Daarna is nog regelmatig aandacht besteed aan het voeren van schurende gesprekken in de klas. We zijn een traject ingegaan om ook in het team medewerkers elkaar beter feedback te leren geven en meer het ongemak te kunnen opzoeken. We doen dit middels een traject van de organisatie ‘Met systemische blik’. Ook organiseren we als team regelmatig schurende gesprekken over onderwerpen in het onderwijs middels de werkvorm Deep Democracy. Een aantal sleutelfiguren is getraind in het werken daarmee (level 1 t/m 3). 

Er is dit voorjaar een extra training geweest op het gebied van het geven van lessen RIS. De twee aandachtsfunctionarissen (ieder team heeft er 1) hebben de regie op de uitvoering van de lessen, materialen en middelen. 

Er zijn aan het begin van het schooljaar tijdens de Gouden Weken weer anti-pestlessen gegeven. We zijn nog niet helemaal tevreden over de uitvoering ervan; dit vraagt een stuk extra ondersteuning van de mentoren/coaches. De anti-pestcoördinator gaat hier zorg voor dragen. Komend jaar gaan we met alle eerste klassen naar de Heksenwaag in Oudewater tijdens de week tegen het pesten.  

De stem van de leerling is, na een aantal jaar leerlingenarena’s te hebben georganiseerd, weer ondergebracht in de leerlingenraad. Deze heeft inmiddels een aantal zaken besproken. Ook ‘meer plezier in school’ is een van de gespreksonderwerpen. 

Vanuit de data uit de IKAN (ik en de ander) is in de groepen ingezet op groepsdoelen en -acties. 

PE‑TOS (psycho educatie bij TOS): deze kentalisbrede methodiek is succesvol in de lessen ingevoerd.  

Basisvaardigheden taal 

Taal speelt in al onze vakken een belangrijke rol. Daarom werken we schoolbreed aan het versterken van taalvaardigheden. Onze lesgevers worden hierin ondersteund via een vierjarig taalbeleidsplan, zodat zij taalcompetent les kunnen geven.  Een van onze LD-docenten is geschoold als taalcoördinator VO en het Taalbeleidsplan is herzien. 
 
De KCU basisles is aangepast aan de hand van de ontwikkelingen: alle docenten besteden aandacht aan taal, zoals woordenschat vergroten en taalsteun bieden op het gebied van schrijf-, spreek-, luister- en leesonderwijs.  

Focus van dit schooljaar waren de volgende punten. 

Woordenschat 

  • Lesgevers gebruiken de 4‑takt en de vijf-woordraadstrategieën. 
  • We zetten taalgericht vakonderwijs in om leerlingen te helpen groeien in schooltaal (van DAT naar CAT). 
  • Er zijn studiedagen, een placemat, materialen voor taalsteun en teamuitwisselingen georganiseerd. 
  • Nieuwe collega’s zijn ingewerkt in onze woordenschatdidactiek (door de logopedisten). 

Leesvaardigheid 

  • We zijn verder gegaan met het vergroten van technisch lezen middels groepsdoorbroken leesgroepjes. 
  • We stimuleren leesplezier bij leerlingen én collega’s. 
  • De bibliotheek heeft een centrale plek gekregen met nieuwe boeken en een uitleensysteem. 
  • Collega’s kozen een boek bij hun vakgebied en delen zichtbaar wat ze lezen. 
  • De teams hebben gewerkt met kleine leesdoelen, zoals voorlezen uit een door leerlingen gekozen boek. 

Dit heeft het volgende opgeleverd. 

  • Meer aandacht voor taal in alle vakken. 
  • Grotere woordenschat, betere leesvaardigheid en meer leesplezier. 
  • Lesgevers die taal bewust en doelgericht inzetten. 

 

Basisvaardigheden rekenen 

We hebben onze medewerkers meegenomen tijdens twee studiedagen in het samen vaststellen en gebruiken van dezelfde rekentaal en -strategieën en het rekenrijk maken van de binnen- en buitenruimtes op school. Onze leerlingen (PrO) zijn meer gaan oefenen met taal en rekenen in echte situaties, zoals in de praktijk (Voor U, KIB FOOD etc).  

Extra oefenen (taal en rekenen)  
Leerlingen oefenen extra met Studyflow. Dit gebeurt één los lesuur per week en is geëvalueerd. We gaan dit vanaf komend schooljaar integreren in de vakken NL en wiskunde/rekenen. 

Curriculumontwikkeling 

VMBO

Het VMBO-team is in 2025-2026 onder begeleiding van Vernieuwenderwijs gestart met het herontwerpen van het curriculum voor het VMBO. Hierbij spelen de vernieuwde kerndoelen uit 2025 en werken vanuit doelen een grote rol. Er wordt tevens rekening gehouden met het implementeren van de basisvaardigheden van rekenen en Nederlands. We zijn in dit schooljaar gestart met het herontwerp van de vakken Nederlands, Mens en Maatschappij en Engels. Hier zijn we nu nog druk mee aan de slag. We verwachten dit komend schooljaar af te ronden. De andere vakken volgen hierna. We gebruiken de methode ‘backwards design’. 
Daarnaast heeft het VMBO zich dit jaar gericht op het differentiëren binnen de vakken en hebben we extra aandacht besteed aan leesonderwijs en woordenschat. Ook zijn we bezig geweest met summatief en formatief toetsen en hebben we het digitaal toetsen met test-correct geïmplementeerd. 

We hebben besloten om Duits in te voeren als tweede Moderne Vreemde Taal (MVT), deze wordt in 2026-2027 opgenomen in de lessentabel van het VMBO.

We hebben acties uitgezet om de resultaten Engels in het VMBO te verhogen. Deze acties waren met name het invoeren van een andere (additionele) methode: Holmwoods.

Praktijkonderwijs

In het praktijkonderwijs zijn de leerroutekaarten herzien. Hierin zijn de nieuwe kerndoelen uit 2025 meegenomen en tevens wordt er gekeken naar de JIJ-toetsen die erbij worden afgenomen. Zijn dit de juiste toetsen? Verder is het digitaal portfolio Simulise in gebruik genomen. 

We zijn gestart met onze nieuwe leeromgeving bij Kentalis In Bedrijf (KIB): Voor U!
In deze levensechte leeromgeving, een cafetaria en een tweedehands kledingwinkel voor de buurt, en met realistische opdrachten laten we onze leerlingen in de praktijk zoveel mogelijk communiceren, waardoor hun communicatieve redzaamheid vergroot. Tevens werken zij er aan een aantal werknemersvaardigheden.

Veiligheid 

De vertrouwenspersoon heeft zich meer op de kaart gezet bij de leerlingen door aandacht in de nieuwsbrief ouders/leerlingen, presentatie op het digitale scherm in de school en door de klassen rond te gaan. 

We hebben gewerkt met een aantal doelen en acties per lesperiode om de veiligheidsbeleving van de leerlingen te vergroten. 

In periode 2 hebben we gewerkt aan: iedereen houdt zich aan het pauzerooster​; we staan op tijd bij de deur om de leerlingen te ontvangen​; we gaan actiever surveilleren op de gangen​; we evalueren het pauzebeleid.   

In periode 3 hebben we gewerkt aan het preventiever signaleren van conflicten, o.a. door het inzetten van de de-escalatieladder en hebben we de leerlingenraad advies gevraagd bij het aanpakken van de veiligheid op school. ​ 

Meer plezier op school 

We werken aan meer plezier tijdens schooldagen. Activiteiten in de pauze en een schaaktoernooi hebben hierbij geholpen. We gaan dit komend schooljaar uitbreiden.  

Het telefoonbeleid is geëvalueerd. Vanaf komend schooljaar blijft de telefoon thuis of in de kluis. Ook in dat licht gaan we de pauze-activiteiten uitbreiden. 

De gezonde school 

Afgelopen schooljaar hebben we binnen De Gezonde School mooie stappen gezet richting een gezonde en veilige leeromgeving. We zijn trots op de verdere ontwikkeling van Gezond Gewicht Op School (GGOS), met als mooi voorbeeld de gezonde schoollunch. Leerlingen en medewerkers kunnen op donderdag in de grote pauze een gratis lunch halen, verzorgd door leerlingen van het praktijkonderwijs. We zien dat leerlingen en medewerkers dit waarderen en dat het bijdraagt aan een prettige, gezonde schoolsfeer. 

Binnen De Gezonde School hebben we ook oog voor sociale veiligheid. Om een positieve sfeer en prettig contact tussen leerlingen te stimuleren worden er in de pauzes activiteiten georganiseerd waaraan leerlingen vrijwillig kunnen deelnemen. Dit ondersteunt samen spelen, samenwerken en elkaar ontmoeten op een fijne manier. 

Ook binnen het thema Relaties, Intimiteit en Seksualiteit (RIS) hebben we stappen gezet. We gaan met leerlingen actief in gesprek over hoe je relaties aangaat, welke grenzen daarbij horen (van jezelf en van de ander) en welke lichamelijke veranderingen er plaatsvinden in de puberteit. Leerlingen vinden dit soms spannend, maar zijn ook nieuwsgierig en onderzoekend. Daarom begeleiden we hen in een vertrouwde setting in deze belangrijke ontwikkelingsfase. We willen hiermee bijdragen aan het normaliseren van praten over relaties, intimiteit en seksualiteit, zodat leerlingen leren dat vragen stellen en hierover in gesprek gaan erbij hoort. 

In schooljaar 2026-2027 bouwen we hierop voort. We borgen de gezonde schoollunch op donderdag en onderzoeken hoe we deze waar mogelijk kunnen uitbreiden. Daarnaast breiden we onze aanpak rondom gezonde voeding en bewuste keuzes verder uit, zodat gezonde gewoontes nog meer vanzelfsprekend worden binnen de school. Ook willen we de ouderbetrokkenheid vergroten door ouders/verzorgers beter te informeren en te betrekken. Zo werken we samen aan een gezonde leefstijl die aansluit bij wat leerlingen thuis en op school meemaken. 

Verder willen we bewegend leren nog meer stimuleren, zodat beweging op een natuurlijke manier onderdeel wordt van de lesdag en bijdraagt aan concentratie, motivatie en welbevinden. 

Zo werken we stap voor stap aan een school waarin gezondheid, veiligheid en ontwikkeling hand in hand gaan. 

Leskwaliteit en expertise 

Dit schooljaar (2025-2026) hebben we een start gemaakt met verbetering van de leskwaliteit en expertise op drie niveaus. We hebben het daarbij over het schoolniveau, het teamniveau en het individuele niveau van de docent. 
Op schoolniveau hebben we vooral aandacht gehad voor de Kentalis Basisles, met in het bijzonder Retrieval Practice. Daarnaast hebben alle nieuwe collega’s meer kennis gekregen over de Basisles. Ook is er veel aandacht besteed aan de gouden, zilveren en bronzen weken en is er veel aandacht geweest voor leesonderwijs en woordenschat in de les. Tevens hebben we als school gewerkt aan de school rekenrijker maken. 
Op teamniveau hebben we vooral aandacht gehad voor differentiatie. Er is gedeeld en geïnspireerd. Daarnaast hebben we aandacht besteed aan lesdoelen en deze vertaald naar ‘het waarom’ we de dingen leren die we leren. 
Het was de bedoeling om ook middels intervisie op individueel niveau te gaan werken aan het verbeteren van de leskwaliteit. Dit is echter door tijdtechnische redenen verschoven naar het schooljaar 2026-2027. Wel zijn alle nieuwe collega’s gecoacht door de IB'ers en logopedisten.  

We hebben een start gemaakt met ondersteuning van Linque bij het opzetten van een lesobservatieteam, dat bestaat uit twee intern begeleiders/kwaliteitscoördinatoren, twee expert-docenten (LD) en de directie. We hebben alle voorbereidende werkzaamheden gedaan, zodat we komend schooljaar direct goed van start kunnen. 

Nieuw beleid Wet van school naar duurzaam werk

We hebben in het beleidsplan Wet van school naar duurzaam werk beschreven hoe we als school contact onderhouden met oud-leerlingen. De nazorgcoördinator heeft verder vorm gegeven aan het alumni-beleid. 

Onderwijsresultaten

Didactische opbrengsten 

Didactische opbrengsten VMBO

Kentalis hanteert als ambitie dat minimaal 75% van de leerlingen op of boven het uitstroomprofiel (UP) presteert.  

Nederlands leesvaardigheid 

De resultaten voor begrijpend lezen zijn al jaren laag. Veel leerlingen starten onder het gewenste niveau (1F). Ook na twee jaar zitten veel leerlingen nog onder dit niveau, echter behalen we gemiddeld wel de ambitie: 77% van de leerlingen in de BB-leerweg behaalt aan het einde van de onderbouw vmbo het niveau behorend bij het UP. 
(Zie CITO-resultaten.) 

Wat zien we: 

  • Veel leerlingen beginnen met een achterstand. 
  • In leerjaar 1 groeien leerlingen, maar dit is niet genoeg. 
  • Veel leerlingen halen uiteindelijk geen niveau 1F na leerjaar 2. 
  • In en tussen klassen zijn de verschillen groot. 

Het is een probleem dat we al vele jaren terugzien in onze resultaten. Daarom hebben we ook veel gedaan om dit te verbeteren. We werken bijvoorbeeld met leesgroepjes op niveau om het technisch lezen te verbeteren. Veel leerlingen gaan in twee jaar tijd heel erg vooruit met technisch lezen. Maar het zorgt nog niet bij alle leerlingen voor verbetering van de leesvaardigheid begrijpend lezen. Technisch lezen is een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde voor begrijpend lezen. Een leerling moet woorden voldoende snel en accuraat kunnen lezen om de inhoud te begrijpen. Hoe sterker het technisch lezen geautomatiseerd is, hoe meer aandacht overblijft voor begrip. Tegelijkertijd spelen taalbegrip, woordenschat en achtergrondkennis een minstens zo belangrijke rol, vooral bij leerlingen met TOS.  

Vooruitgang op taalgebied is bij leerlingen met TOS zeker mogelijk, maar vraagt om een langdurige, systematische en intensieve aanpak waarbij vaardigheden steeds opnieuw in verschillende situaties worden geoefend. 

Nederlands – technisch lezen 

Over een periode van twee jaar vmbo-onderwijs is een duidelijke groei zichtbaar in het technisch leesniveau van onze leerlingen. Bij de start van leerjaar 1 varieerden de leesniveaus van E4 tot AVI Plus, terwijl aan het einde van leerjaar 2 het merendeel van de leerlingen het hoogste niveau, AVI Plus, heeft bereikt. Verschillende leerlingen maakten een groei door van drie tot zelfs vier leesniveaus. Gemiddeld groeiden de leerlingen ruim anderhalf leesniveau in deze periode. Hoewel een aantal leerlingen al op AVI Plus startte en daardoor weinig of geen verdere niveaustijging kon laten zien, wisten zij hun hoge leesvaardigheid wel vast te houden. Slechts één leerling liet een lichte terugval zien. De resultaten laten zien dat het technisch leesonderwijs binnen onze school effectief bijdraagt aan de ontwikkeling van technische leesvaardigheid en dat leerlingen. 

Nederlands woordenschat 

De resultaten voor woordenschat zijn ook al jaren erg laag. Veel leerlingen beginnen met een kleine woordenschat. Soms is die zelfs onder het niveau van de toets. 
(Zie CITO-resultaten.) 

Wat zien we: 

  • In leerjaar 1 leren leerlingen wel nieuwe woorden. 
  • De groei is klein en wisselt per leerling. 
  • Veel leerlingen gaan niet naar een hoger niveau. 
  • In en tussen klassen zijn de verschillen groot: 
    sommige leerlingen hebben een grote woordenschat, anderen een kleine. 

Dit probleem zien we ieder jaar. Er is ondanks alle acties nog geen duidelijke verbetering. Ook tussen leerjaar 1 en 2 gaat de groei te langzaam. Leerlingen die laag starten, blijven vaak laag. De ambitie van 75 % wordt niet behaald. Onze leerlingen behalen in de groep BB-leerweg gemiddeld: 23%. In de KB- en TL groep scoren de leerlingen niet veel hoger. 

Rekenen 

Veel leerlingen starten onder het gewenste niveau. Maar de achterstand is minder groot dan bij taal. (Zie CITO-resultaten.) 

Wat zien we: 

  • In leerjaar 1 groeien leerlingen duidelijk. 
  • Veel leerlingen gaan richting niveau 1F. 
  • Dit laat zien dat de onze lessen hierbij helpen. 
  • In de klas zijn verschillen, maar minder groot dan bij taal. 
  • De meeste leerlingen komen dichter bij het juiste niveau. 

De resultaten zijn al jaren vrij stabiel. Een groot deel van de leerlingen haalt het niveau. 
Een andere groep blijft daaronder. De overgang naar leerjaar 2 gaat beter dan bij taal. 
Leerlingen die groeien, blijven meestal groeien.  

Omdat onze leerlingen het goed doen hadden wij dit jaar onze ambitie verhoogd van 75% naar 90% van de leerlingen die het niveau van het UP behalen. 
Wij hebben deze ambitie behaald: 92% van de leerlingen in de BB-leerweg behaalt aan het einde van de onderbouw vmbo het niveau behorend bij het UP. Van de groep KB-leerlingen (12) behaalt zelfs 100% van de leerlingen het niveau behorend bij het UP. 
En van de TL-leerlingen (2) ook 100%. 

Engels woordenschat

De resultaten voor Engelse woordenschat zijn best goed. De meeste leerlingen leren genoeg woorden. 

De verschillen tussen klassen zijn klein. De meeste leerlingen zitten rond niveau A2. Sommige leerlingen groeien naar een hoger niveau (B1). 

Wat zien we: 

  • In alle klassen is het niveau ongeveer hetzelfde. 
  • Leerlingen bouwen een goede basis op in woordenschat. 
  • De verschillen in de klas zijn niet heel groot. 

Wel zien we dit: 

  • De groei naar een hoger niveau gaat langzaam. 
  • Niet veel leerlingen halen een hoger niveau zoals B1. 

De overgang van leerjaar 1 naar leerjaar 2 gaat goed. 
Leerlingen blijven woorden leren. Maar de groei wordt later minder sterk. 

De basis voor Engels woordenschat is goed. Maar meer leerlingen kunnen doorgroeien naar een hoger niveau. Daar is extra aandacht voor nodig.  

Onze ambitie van 75% is nét niet behaald: 69% van de leerlingen in de BB-leerweg behaalt aan het einde van de onderbouw vmbo het niveau behorend bij het UP 

Engels leesvaardigheid 

De resultaten voor Engels lezen zijn goed. Er zijn wel verschillen tussen klassen, maar die zijn niet groot. 

In leerjaar 1 zien we meer verschillen tussen leerlingen. Sommige leerlingen zitten onder A2, anderen rond of iets boven A2. In leerjaar 2 lijken de niveaus meer op elkaar. De meeste leerlingen zitten rond A2-niveau. Een paar leerlingen groeien door naar B1.  

Wat zien we: 

  • Leerlingen leren Engels lezen op een passend niveau. 
  • De basis is goed. 
  • De groei naar een hoger niveau gaat langzaam. 
  • Niet veel leerlingen halen niveau B1 of hoger. 

In leerjaar 1 gaan de leerlingen erg vooruit. De overgang van leerjaar 1 naar leerjaar 2 gaat ook goed. Leerlingen vallen niet terug. Ze blijven zich ontwikkelen, maar de groei wordt minder snel. De meeste leerlingen blijven rond hetzelfde niveau (A2). 

De basis voor Engels lezen is goed. Maar nog meer leerlingen kunnen doorgroeien naar een hoger niveau.  

Onze ambitie van 75% is behaald: 92% van de leerlingen in de BB-leerweg behaalt aan het einde van de onderbouw vmbo het niveau behorend bij het UP.
 

Didactische opbrengsten Praktijkonderwijs

Kentalis hanteert als ambitie dat minimaal 75% van de leerlingen op of boven het uitstroomprofiel (UP) presteert.  
 
Voor rekenen hebben we op onze school voor de leerlingen in het praktijkonderwijs een hogere ambitie van 80% gesteld. 

Voor de uitstroom in de U-fase hebben de de ambitie dat 75% of hoger uitstroomt op 1F op rekenen en Nederlands. 

Gedurende schooljaar 2025-2026 is ervoor gekozen om al in leerjaar 1 (B-fase) kritisch te kijken of het uitstroomprofiel van leerlingen passend is en of opstromen mogelijk is. Deze analyse heeft geleid tot een aanpassing van twee uitstroomprofielen naar UP vervolgonderwijs. 

De opbrengsten van deze analyse worden gebruikt om in het komende schooljaar nog beter maatwerk te bieden. Door gerichter te differentiëren willen we de talenten van leerlingen optimaal benutten en de ontwikkeling van kennis en vaardigheden verder versterken. 

Rekenen 

Binnen rekenen laten de resultaten een wisselend beeld zien. In de B-fase presteren acht van de tien leerlingen op of boven hun uitstroomprofiel en heeft zeven van hen groei laten zien ten opzichte van de eerste meting. Hier behalen we dus de ambitie van 80%. In de O-fase scoren zeven van de dertien leerlingen op of boven hun uitstroomprofiel. Drie leerlingen bevinden zich net onder het uitstroomprofiel en drie leerlingen scoren daaronder. Tegelijkertijd laten tien van de dertien leerlingen groei zien ten opzichte van de vorige afname. In de U-fase scoren twee van de twaalf leerlingen op of boven hun uitstroomprofiel. Vier leerlingen laten wel groei zien, maar deze ontwikkeling is beperkt. Rekenen is daarmee een belangrijk aandachtspunt, met name in de uitstroomfase. 

Nederlands 

Voor Nederlands zijn de opbrengsten over het geheel genomen positief. Bij Kijken en Luisteren scoren in de B-fase negen van de tien leerlingen op of boven hun uitstroomprofiel en laten alle leerlingen groei zien, waarvan negen leerlingen een sterke ontwikkeling doormaken. In de O-fase presteren vijf van de dertien leerlingen op of boven hun uitstroomprofiel. Negen leerlingen laten groei zien, waarvan zes een sterke groei. Eén leerling behaalt een lagere score dan bij de vorige afname. In de U-fase scoren zeven van de twaalf leerlingen op of boven hun uitstroomprofiel en laten twee leerlingen een duidelijke groei zien ten opzichte van de vorige meting. 

Ook bij Begrijpend Lezen zijn de resultaten sterk in de B-fase: alle tien leerlingen scoren op of boven hun uitstroomprofiel en laten bovendien een sterke groei zien ten opzichte van de vorige toetsafname. In de O-fase presteren vijf van de dertien leerlingen op of boven hun uitstroomprofiel. Alle leerlingen laten groei zien, waarvan acht leerlingen een sterke vooruitgang hebben geboekt. In de U-fase scoren zeven van de twaalf leerlingen op of boven hun uitstroomprofiel en laten vier leerlingen een duidelijke groei zien. Nederlands laat daarmee een overwegend positieve ontwikkeling zien, met name in de B-fase en U-fase. 

Engels 

Ook voor Engels zijn de opbrengsten in de B-fase sterk: negen van de tien leerlingen scoren op of boven hun uitstroomprofiel en negen leerlingen laten een sterke groei zien. Eén leerling behaalt een iets lagere score dan bij de vorige afname. In de O-fase scoren zeven van de twaalf leerlingen op of boven hun uitstroomprofiel. Twee leerlingen bevinden zich net onder het uitstroomprofiel. Alle leerlingen laten groei zien, waarvan tien leerlingen een sterke ontwikkeling doormaken. In de U-fase van leerjaar 4 scoren drie van de zes leerlingen op of boven hun uitstroomprofiel en laten drie leerlingen een duidelijke groei zien. Voor leerjaar 5 is geen referentieniveau of uitstroomprofiel meer beschikbaar waarop de resultaten kunnen worden afgezet. Daardoor is een beoordeling ten opzichte van het uitstroomprofiel niet mogelijk. Wel blijkt uit de toetsresultaten dat de leerlingen hun niveau ten opzichte van de vorige afname hebben behouden. 

Conclusie 

De resultaten laten zien dat met name in de B-fase op vrijwel alle vakgebieden goede opbrengsten worden behaald en de gestelde ambitie grotendeels wordt gerealiseerd. Ook is bij de meeste leerlingen sprake van aantoonbare groei. In de O-fase blijft de ontwikkeling positief, hoewel minder leerlingen op of boven hun uitstroomprofiel presteren. De resultaten in de U-fase laten zien dat het vasthouden van groei en het behalen van het niveau dat past bij het uitstroomprofiel, met name voor rekenen, extra aandacht vraagt. De analyses vormen de basis voor verdere differentiatie en het bieden van maatwerk, zodat iedere leerling zich optimaal kan ontwikkelen richting een passende uitstroom. 

Opbrengsten burgerschap 

We zijn op dit moment bezig met het ontwikkelen van een instrumentarium om het meten van burgerschap op individueel niveau mogelijk te maken. We werken hieraan middels het vormgeven van opdrachten in het portfolio (Simulise). 

Op schoolniveau gaan wij vanaf komend schooljaar werken met ROVICT.

Opbrengsten sociaal-emotionele ontwikkeling

Op het Kentalis College Utrecht (KCU) volgen we de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen met de IKAN-vragenlijst. Deze wordt twee keer per jaar ingevuld door leerlingen en hun mentor of coach. Voor het beoordelen van de resultaten gebruiken we de scores van de docenten.

De missie van het Kentalis College Utrecht (KCU) is dat leerlingen zo zelfredzaam mogelijk uitstromen. Dit kan ook zelfredzaam met een hulpmiddel of aanpassing zijn. Voor de bovenbouwklassen vinden we een score van 3 voldoende. Voor de leerlingen met het uitstroomperspectief beschutte arbeid ligt deze norm wat lager, omdat zij meestal meer tijd nodig hebben voor de sociaal-emotionele ontwikkeling.

In schooljaar 2025-2026 behaalde 66% van de leerlingen de voor hen gestelde norm. Dat is een duidelijke verbetering ten opzichte van vorig schooljaar, toen 47% van de leerlingen de norm behaalde.

De meeste klassen lieten tijdens het schooljaar groei zien in hun sociaal-emotionele vaardigheden. De resultaten laten zien dat leerlingen vooral sterk zijn in het 'afstemmen op anderen en hun omgeving' en in het 'positief presenteren van zichzelf'. Vaardigheden die nog extra aandacht vragen zijn 'zelfkennis', 'omgaan met gevoelens en gedrag' en 'omgaan met moeilijkheden'.

De resultaten worden op 14 juli 2026 met het team besproken. In schooljaar 2026-2027 blijven we gericht werken aan deze ontwikkelpunten, zodat leerlingen zich verder kunnen ontwikkelen tot zo zelfstandig en zelfredzaam mogelijke jongeren.

Opbrengsten sociale veiligheid

Elk jaar onderzoekt het Kentalis College Utrecht (KCU) hoe veilig leerlingen zich voelen op school. Hiervoor gebruiken we de Monitor Sociale Veiligheid (MSV). In het voorjaar van 2026 hebben 81 leerlingen die op locatie Slotlaan 37 leren, de vragenlijst ingevuld, wat neerkomt op een respons van 92%. Vanaf dit schooljaar gebruiken we een nieuw instrument waardoor vergelijken met voorgaande jaren niet mogelijk is. De antwoordopties zijn aangepast waardoor de scores op sommige onderdelen mogelijk wat lager uitvallen. De nieuwe antwoordcategorieën lijken de leerlingen meer nuance te brengen in hun antwoorden. Daarnaast is er een mogelijkheid dat leerlingen sommige formuleringen niet geheel begrijpen of verschillend interpreteren. Dit kan van invloed zijn op de uiteindelijke scores. We moeten dit schooljaar daarom zien als een 0-meting.

De resultaten laten zien dat leerlingen veel waardering hebben voor het onderwijs op school. Zo is 84% positief over de lessen, de regels en afspraken en de ondersteuning van docenten. Ook geeft 83% aan nooit of bijna nooit gepest te worden.

Tegelijkertijd zien we kansen om verder te groeien. Zo heeft 60% van de leerlingen een positief gevoel over school en voelt 61% zich veilig op school. Deze uitkomsten gebruiken we om gerichte verbeteringen door te voeren.

In het afgelopen schooljaar hebben we extra aandacht besteed aan de veiligheid tijdens pauzes en leswisselingen. Medewerkers waren vaker zichtbaar aanwezig en er zijn duidelijke afspraken gemaakt over gewenst gedrag. Ook is de leerlingenraad betrokken bij het bespreken van ervaringen en verbeterideeën.

De sociale veiligheid blijft een belangrijk aandachtspunt. Met behulp van de jaarlijkse meting blijven we werken aan een schoolomgeving waarin iedereen zich veilig, gezien en gewaardeerd voelt.

Opbrengsten bestendiging van ons onderwijs

Ook het afgelopen schooljaar heeft Kentalis College Utrecht weer een bestendigingsonderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoeksrapport plaatsbestendiging en functioneren van oud-leerlingen halen we gegevens die van essentieel belang zijn om zicht te houden op het vervolgsucces van onze leerlingen en de kwaliteitszorg en leerlingenzorg, die geboden wordt aan leerlingen op het KCU. Door de lage responsrate (33,3 %) is het lastig om hieruit bruikbare conclusies te kunnen trekken.

 

Overgang naar een andere school

Tussentijdse uitstroom

De grootste tussentijdse uitstroom van leerlingen vindt bij Kentalis College Utrecht plaats richting de bovenbouw van het reguliere vmbo. Het gaat dan steeds om het vinden van de best passende onderwijsplek. Daarom stapt een aantal leerlingen over naar (met name) het regulier onderwijs met een ondersteuningsarrangement. Sommige leerlingen met een TOS krijgen na uitplaatsing nazorg en geen nieuw arrangement. Dit heeft te maken met de specifieke ondersteuningsbehoefte van deze leerlingen.  

Einduitstroom 

Bij de einduitstroom gaat van de TOS/SH-leerlingen het merendeel naar (beschut) arbeid. Een bijna even groot deel gaat naar het regulier vervolgonderwijs (MBO). 

Het niveau van uitstroom in het (speciaal) voortgezet onderwijs is wisselend en past bij het gemiddelde uitstroomperspectief van Kentalis College Utrecht: VMBO/Praktijkonderwijs. 

Informatie over tussentijdse uitstroom

Het grootste deel van de leerlingen dat tussentijds uitstroomt, gaat naar het reguliere voortgezet onderwijs, dus van leerjaar 2 (VSO) naar leerjaar 3 (VO). Slechts een enkele keer stroomt een leerling uit naar een andere school, zie onderstaande tabel.  

Informatie over einduitstroom

Ambitie: minimaal 75% van de leerlingen verlaat de school op het gewenste niveau. 
In 2024-2025 behaalde 80,95% het gewenste niveau. De ambitie is behaald. 

Het VSO praktijkonderwijs duurt gemiddeld 5 jaar, het vmbo 4 jaar. 
Als de leerling daarna de school verlaat, hetzij naar een vervolgopleiding op het MBO, naar arbeid, dagvoorziening of overig noemen we dat einduitstroom. 

In onderstaande tabel is te zien waar onze leerlingen naar uitstroomden.

 2023-2024
 
2024-2025
 
2025-2026 
(voorlopige cijfers)
Tussentijdse uitstroom:   
VMBO 3

13

 

10

 

16
HAVO

1

 

  
VSO1 2
VSO / Arbeidsgericht   
PRO  3
Thuiszitter   
Buitenland1  
    
Einduitstroom:   
MBO 1 (met AB)444
MBO 2-4 (met AB)794
Arbeid172
Beschutte arbeid11 
Dagbesteding, arbeidsgericht   
Anders;   
 Totaal 29 llnTotaal 31 llnTotaal 31 lln

Informatie over vervolgsucces

Ieder jaar wordt in kaart gebracht hoeveel leerlingen zijn uitgestroomd op het niveau van de verwachte uitstroombestemming, zoals het in het OPP van de leerling 2 jaar eerder bepaald was. Dit heet bestendiging. We hebben een hoge ambitie: 75% van de uitgestroomde leerlingen functioneert na 2 jaar naar verwachting in de vervolgsetting (zoals geformuleerd in het ontwikkelingsperspectiefplan). Voor onze school geldt dat afgelopen jaar 83,9% van de leerlingen na een jaar nog op hetzelfde uitstroomniveau zat. De ambitie is behaald.

Onderstaande gegevens gaan over leerlingen die zijn uitgestroomd in het schooljaar 2023-2024 en die einduitstromers zijn (dus na het afronden van hun vso-schoolloopbaan; het gaat hier niet om de tussentijdse uitstromers).

Van leerlingen die in 2024-2025 uitstroomden geldt voor onze school dat: 

Uitgestroomde leerlingen 2024-2025aantal leerlingen 
Aantal leerlingen dat zich op 01-10-2025 nog op hetzelfde uitstroomniveau bevindt. 26 
Aantal leerlingen dat zich op 01-10-2025 niet op het uitstroomniveau bevindt. 4
Aantal leerlingen waarvan onbekend is of ze zich op 01-10-2025 nog op hetzelfde uitstroomniveau bevinden. 1

 

 

Ervaringenonderzoeken

Leerlingervaringenonderzoek 2025

Eén keer in de twee jaar brengt Kentalis College Utrecht (KCU) de ervaringen van de leerlingen in kaart. Dit doen wij met het instrument leerlingenervaringenonderzoek via WMK. Dit is een door Kentalis ontwikkeld instrument dat voldoet aan de inspectiekaders. Op basis van de resultaten worden schoolbrede doelen en acties uitgezet om positieve leerlingenervaringen op school te waarborgen en waar nodig te verbeteren. Zo zorgen wij voor een school waar de leerlingen zich prettig voelen en zo goed mogelijk tot leren kunnen komen. De ambitie van Kentalis is dat leerlingen tevreden zijn over de kwaliteit van de school. Hierbij wordt de norm van >3.0 gebruikt. Deze ambitie wordt niet behaald op alle domeinen. De ambitie van >3.0 wordt niet behaald op de domeinen kwaliteit, schoolklimaat en informatie en nét niet op het domein ondersteuning. Op het gebied van lesgeven en pedagogisch klimaat zijn de leerlingen tevreden. De leerlingen geven KCU een 6.0 als cijfer. Dit is een voldoende, maar we vinden dit niet genoeg. KCU streeft er naar om dit cijfer te verhogen. 

We moeten bij de analyse meenemen dat de spreiding tussen de klassen erg groot is; sommige klassen zijn erg tevreden en andere klassen een heel stuk minder. We gaan er met de collega's een diepere analyse op uitvoeren om hierin van elkaar te leren. De feedback vanuit de leerlingenraad is hierbij ook erg belangrijk en wordt meegenomen in het plan van aanpak. 

Ouderervaringenonderzoek 2026

Eén keer in de twee jaar brengt Kentalis College Utrecht (KCU) de ervaringen van de ouders in kaart. Dit doen wij met het instrument ouderervaringenonderzoek via WMK. Dit is een door Kentalis ontwikkeld instrument dat voldoet aan de inspectiekaders. Op basis van de resultaten worden schoolbrede doelen en acties uitgezet om positieve ouderervaringen op school te waarborgen en waar nodig te verbeteren. De ambitie van Kentalis is dat ouders tevreden zijn over de kwaliteit van de school. Hierbij wordt de norm van >3.0 gebruikt. 

Kentalis College Utrecht scoort als school een 3,19. Daarmee scoort de school voldoende. De respons op de Vragenlijst was 38%: 31 van de 82 respondenten heeft de Vragenlijst ingevuld. Het responspercentage is voldoende; de Vragenlijst werd door voldoende respondenten ingevuld. Daardoor krijgt de school een goed beeld van haar kwaliteit.

De sterke punten zijn volgens de ouders: de kwaliteit van het onderwijs, pedagogisch handelen en lesgeven vormen het stevige fundament van de school.
Er zijn ontwikkelkansen op het gebied van welbevinden van hun kind en informatievoorziening over de ontwikkeling van hun kind, die de school kan verbeteren.

Het rapportcijfer dat de ouders onze school geven is een 7,5.

Bovenstaande resultaten vormen een startpunt voor dialoog, reflectie en gezamenlijke verbetering met betrokkenheid van ouders. 

Inspectie

De basiskwaliteit van de school is in 2023 door de inspectie vastgesteld als 'voldoende'. Op het gebied van kwaliteitszorg ziet de inspectie onze school op enkele indicatoren zelfs als 'goed'. 

Ons brede aanbod in samenwerking met de regio wordt geprezen en goed bevonden.  

Maatregelen 2026-2027

De volgende maatregelen zullen worden uitgevoerd in het schooljaar 2026-2027. De maatregelen zijn gelinkt aan de evaluatie van de maatregelen van 2025-2026, het schoolplan 2024-2027 én de doelen van het jaarplan 2026. 

Op weg naar een nieuw schoolplan 

We gaan in 2026-2027 wederom een tweedaagse organiseren om het nieuwe schoolplan te maken, samen met het team. In oktober starten we met een zelfevaluatie, gevolgd door een interne audit in november. Deze input gebruiken we als basis voor een nieuw schoolplan. 

 

Basisvaardigheden taal 

In 2026‑2027 bouwen we verder aan een sterke taal- en leesomgeving binnen het Kentalis College Utrecht. We richten ons opnieuw op woordenschat en leesvaardigheid en breiden dat nu uit met schrijfonderwijs en spreekvaardigheid. 

Woordenschat 
We hebben de afgelopen jaren geleerd hoe goed woordenschatonderwijs in elkaar zit. Het is nu zaak om routines te laten ontstaan. Dus het geleerde ‘in te slijpen’. Binnen de kleine onderwijsteams kiezen we gezamenlijke doelen en delen we good practices. Tijdens lesbezoeken wordt specifiek gekeken naar hoe woordenschatonderwijs wordt ingezet. 

Leesvaardigheid 
We versterken kerndoel 1: een rijke taal- en leesomgeving. Leerlingen worden gestimuleerd door activiteiten zoals bibliotheekbezoeken, een leeswedstrijd, schrijver in de klas en een actuele schoolbibliotheek. Daarnaast werken we aan kerndoel 1b door schoolbrede afspraken te maken over literatuur, rijke teksten in alle vakken te gebruiken en gezamenlijke strategieën voor taalondersteuning in te zetten.  

Elk lokaal heeft een leesplankje gekregen om boeken zichtbaarder te maken. 

Schrijfonderwijs 
Lesgevers begrijpen het belang van schrijven en ontwikkelen één schrijfopdracht per periode die past binnen hun eigen vakgebied. 

Spreekvaardigheid 
Lesgevers weten hoe zij mondelinge taal kunnen stimuleren en bepalen waar binnen hun curriculum leerlingen kunnen oefenen met spreken. 

Basisvaardigheden rekenen 

We werken komend jaar verder aan de ontwikkeling van ons rekenbeleidsplan, dat een levend document is. We zijn toe aan de volgende stap: het implementeren van de gezamenlijk met het team gemaakte schoolbrede rekenwoordenlijst en we gaan de collega's scholen op de gezamenlijke rekenstrategieën.  
 

In het vmbo (leerjaar 1 en 2) zijn de rekenresultaten al jaren goed, echter in het praktijkonderwijs zien we dat we het niveau van rekenen niet vast kunnen houden in de 5 jaar dat leerlingen bij ons op school zijn.  
We richten ons komend schooljaar daarom met name op het verstevigen van het rekenonderwijs in de hogere leerjaren van het PrO. Vanwege het praktische karakter van het onderwijs betekent dit dat we het moeten zoeken in de praktische situaties; praktijkvakken en stages. 

Basisvaardigheden digitale geletterdheid 

Eind 2026-2027 zijn de nieuwe kerndoelen verwerkt in concrete doelen in het curriculum PrO en vmbo en bezitten alle lesgevende collega’s de basiscompetenties die vereist zijn voor de ICT- competente docent (zie actiepunten vanuit nulmeting december 2025). Onze i-coach en collega’s vmbo en PrO passen het curriculum aan in de leerroutekaarten. 

Curriculumontwikkeling 

Vmbo
De secties hebben het afgelopen jaar gewerkt aan het ontwikkelen en structureren van hun curriculum. Ze hebben de nieuwe kerndoelen geprioriteerd, methodes geanalyseerd en een opzet gemaakt voor de leerjaren. De komende fase richt zich op verder ontwikkelen én borgen van deze keuzes. 

Aan het einde van het traject hebben secties: 

  • Gerichte feedback ontvangen op hun ontwikkelde materialen. 
  • Aangescherpte curriculumkeuzes die onderbouwd en vastgelegd zijn. 
  • Meer zicht op leerlingontwikkeling aan de hand van geactualiseerde kerndoelen. 
  • Inzicht in kwaliteit en samenhang van hun curriculum. 
  • Concrete aandachtspunten voor verdere uitwerking. 

De begeleiding vindt plaats per vaksectie en bestaat uit advies- en werksessies waarin secties eigen producten, vragen en dilemma’s inbrengen. Het richt zich op feedback, verdieping, kritische vragen en het bepalen van vervolgstappen. De begeleiding wordt verzorgd door Vernieuwenderwijs, die meedenkt over keuzes en helpt bij borging. 

Praktijkonderwijs 
Binnen het praktijkonderwijs is de afgelopen jaren veel ontwikkeld: er zijn leerroutekaarten opgesteld en herzien, leerdoelen gekoppeld en een visie op toetsing uitgewerkt. De volgende stap is om dit alles zichtbaar en werkbaar te maken in de dagelijkse lessen. We gaan hiertoe een vervolgtraject starten met Vernieuwenderwijs!  

Aan het einde van dit traject: 

  • kunnen docenten de leerroutekaarten beter vertalen naar hun dagelijkse lessen; 
  • is duidelijk welke leeractiviteiten bijdragen aan het behalen van de leerdoelen; 
  • maken docenten bewustere keuzes in hoe zij leerdoelen laten oefenen en beoordelen; 
  • sluiten leerstofplanningen beter aan op de leerroutekaarten; 
  • beschikken docenten over concrete handvatten om doelgericht onderwijs te geven, o.a. via kwaliteitskaarten. 

Tijdens drie bijeenkomsten werken docenten met hun eigen materialen: leerroutekaarten, leerstofplanningen en voorbeelden uit de praktijk. Daarbij richten we ons op twee onderdelen: 

  • Van idee naar concreet gedrag in de les: hoe ziet doelgericht werken er écht uit in de klas? 
  • Passende leeractiviteiten: via backward design kijken we vanuit de toetsing terug naar de leeractiviteiten die nodig zijn. 

 

Leskwaliteit en expertise 

Komend jaar gaan we na een jaar inzet op 'retrieval practice' en deels differentiatie wederom inzetten op differentiatie. Uit onze data blijkt dat de verschillen tussen leerlingen groot zijn. Hier willen we beter op inspelen; we willen vanuit hoge verwachtingen dat onze leerlingen hetzelfde doel halen, op een manier die bij hen past.  
Hierbij wordt er kennis aangeboden over differentiëren, wordt differentiëren toegepast tijdens werkmomenten in het hele team en wordt er in de kleinere teams met elkaar gewerkt aan manier om te differentiëren binnen je eigen vak. 

In de onderwijsteams wordt regelmatig gesproken over de opgeleverde data (CITO/JIJ!) en wat de de mate van groei, maar ook de verschillen in groei tussen en in de klassen zouden kunnen betekenen. Samen werken de lesgevers met hun interne begeleider en elkaar aan verbetering van hun onderwijs aan de hand van de 6 onderdelen van het onderwijsleerproces. 

Om de leskwaliteit te ontwikkelen is er een observatieteam geformeerd van expertdocenten, intern begeleiders en de adjunct-directeur. Zij gaan collega's observeren om de leskwaliteit te verhogen en om middels coaching of co-teaching collega's te helpen om de kwaliteit van hun lessen te verbeteren. Dit observatieteam wordt gecoacht door een externe begeleider van Linque. 

De docenten worden voor het deel 'TOS-expertise' geobserveerd en gecoacht door ons team van logopedisten. 

Voor de individuele ontwikkeling van de lesgever wordt er ook ingezet op intervisie. Hierbij leert men met elkaar en van elkaar. In kleinere groepjes worden casussen besproken en probeer men elkaar uit te dagen om de volgende denkstap in je leerproces te maken. We worden hierbij ondersteund door een externe organisatie (Groeimeesters). Een aantal collega's wordt opgeleid: van laten doen --> naar samen doen --> naar zelf doen.  
In samenwerking met de ontwikkelgroepen taal/rekenen staan de rekenwoorden, de woordenschat, het leesonderwijs en differentiatie centraal als ontwikkelpunten. 

We borgen op deze manier zowel de ontwikkeling op school-, team- als individueel niveau. 

Onderwijs en begeleiding  

Daarnaast wordt er ingezet op het verstevigen van het mentoraat. We willen het pedagogisch klimaat in de klas versterken en de mentoren hun rol laten pakken daarin. De gouden, zilveren en bronzen weken spelen hierin een grote rol. Maar ook zetten we in op een goede communicatie met ouders; uit het ouderervaringenonderzoek van 2026 wordt door de ouders aangegeven dat zij vinden dat er onvoldoende wordt gecommuniceerd over de ontwikkeling van hun kind. 

Basisvaardigheden burgerschap 

In schooljaar 2026-2027 gaan we voor het eerst werken met ROVICT: een instrument voor het meten van burgerschap. We gaan aan de hand van de 0-meting doelen en acties uitzetten. 

Schoolklimaat en veiligheid 

De afgelopen jaren is ingezet op een aantal acties om het veiligheidsgevoel van leerlingen te vergroten. We kunnen, omdat we een nieuw instrument gebruiken voor de meting van sociale veiligheid, echter lastig vaststellen of dit de resultaten hebben opgeleverd die wij graag willen. We zien dit dus als nieuwe 0-meting.  
 
Er wordt in 2026-2027 weer expliciet aandacht besteed aan de Gouden Weken aan het begin van het schooljaar. Aan de Zilveren en de Bronzen Weken zal meer aandacht besteed worden.  

We blijven aandacht besteden aan het voeren van schurende gesprekken in de klas. We ronden in september een traject af om ook in het team medewerkers elkaar beter feedback te leren geven en meer het ongemak te kunnen opzoeken. We doen dit middels een traject van de organisatie ‘Met systemische blik’. Ook organiseren we als team regelmatig schurende gesprekken over onderwerpen in het onderwijs middels de werkvorm Deep Democracy. We blijven nieuwe collega's opleiden. 

Er zijn aan het begin van het schooljaar tijdens de Gouden Weken weer anti-pestlessen gegeven. We zijn nog niet helemaal tevreden over de uitvoering ervan; dit vraagt een stuk extra ondersteuning van de mentoren/coaches. De anti-pestcoördinator gaat hier zorg voor dragen. Komend jaar gaan we met alle eerste klassen naar de Heksenwaag in Oudewater tijdens de week tegen het pesten. De andere klassen krijgen een theatervoorstelling op school over Pesten. 

Het onderwerp ‘meer plezier in school’ zal een van de belangrijke gespreksonderwerpen zijn komend schooljaar, niet alleen in de leerlingenraad maar ook in de klassen. Uit verschillende data is gebleken dat daarin een belangrijk ontwikkelpunt ligt. 

Vanuit de data uit de IKAN (ik en de ander) worden in de groepen ingezet op individuele-, groepsdoelen en -acties.  

We gaan verder werken aan het preventiever signaleren van conflicten, o.a. door het inzetten van de de-escalatieladder. Bij de start van het schooljaar hebben we wederom een training in de-escalerend gedrag door Safety First.  

Het telefoonbeleid gaat veranderen. Vanaf dit schooljaar blijft de telefoon thuis of in de kluis. We gaan de pauze-activiteiten uitbreiden. 

De Gezonde School 

In schooljaar 2026-2027 bouwen we voort op hetgeen we afgelopen jaar hebben opgezet. We borgen de gezonde schoollunch op donderdag en onderzoeken hoe we deze waar mogelijk kunnen uitbreiden. Daarnaast breiden we onze aanpak rondom gezonde voeding en bewuste keuzes verder uit, zodat gezonde gewoontes nog meer vanzelfsprekend worden binnen de school. Ook willen we de ouderbetrokkenheid vergroten door ouders/verzorgers beter te informeren en te betrekken. Zo werken we samen aan een gezonde leefstijl die aansluit bij wat leerlingen thuis en op school meemaken.  

Verder willen we bewegend leren nog meer stimuleren, zodat beweging op een natuurlijke manier onderdeel wordt van de lesdag en bijdraagt aan concentratie, motivatie en welbevinden.  

Zo werken we stap voor stap aan een school waarin gezondheid, veiligheid en ontwikkeling hand in hand gaan.