Onderwijsprogramma en activiteiten

Vakken

De Kentalis Guyotschool voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) biedt verschillende uitstroomprofielen. Deze uitstroomprofielen sluiten aan bij de mogelijkheden en toekomstplannen van de leerlingen.
De school biedt de volgende uitstroomprofielen:
  • hoger algemeen vormend onderwijs (havo)
  • voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), met de basisberoepsgerichte leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg en de theoretische leerweg
  • arbeid
  • beschutte arbeid
 
Uitstroomprofiel vervolgonderwijs
Voor het uitstroomprofiel vervolgonderwijs zijn de decaan en de examencoördinator betrokken bij de begeleiding van de leerlingen.
 
Uitstroomprofiel havo en theoretische leerweg
In de eerste jaren van de school, de onderbouw, krijgen leerlingen les in zeven geclusterde vakken. Dit zijn Nederlands, wiskunde, mens en maatschappij, Engels, mens en natuur, kunst en cultuur en bewegen en sport.
Leerlingen die onderwijs volgen op havo‑niveau en op het niveau van de theoretische leerweg zitten in de onderbouw samen in één klas. Binnen deze klassen bieden wij onderwijs op maat, passend bij het niveau en de ondersteuningsbehoeften van de leerlingen.
 
In de bovenbouw kiezen leerlingen op havo‑niveau één van de volgende profielen:
  • cultuur en maatschappij
  • economie en maatschappij
  • natuur en gezondheid
  • natuur en techniek
 
Op het niveau van de theoretische leerweg kiezen leerlingen in de bovenbouw één van de volgende sectoren:
  • techniek
  • zorg
  • economie
 
Het havo‑traject duurt vijf jaar. De theoretische leerweg duurt vier jaar. Na het afronden van het vierde leerjaar van de theoretische leerweg kan een leerling overstappen naar havo 4, als dit past bij de mogelijkheden van de leerling.
 
Uitstroomprofiel vmbo basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg
Ook binnen het vmbo volgen leerlingen in de eerste twee leerjaren onderwijs in zeven geclusterde vakken. Dit zijn Nederlands, wiskunde, mens en maatschappij, Engels, mens en natuur, kunst en cultuur en bewegen en sport.
Na de onderbouw kiest de leerling voor de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg. Binnen deze leerwegen kan de leerling kiezen uit de volgende profielen:
  • zorg en welzijn
  • economie en ondernemen
  • produceren, installeren en energie
  • bouwen, wonen en interieur
De praktijklessen vinden plaats in de bovenbouw. Leerlingen volgen deze lessen bij een reguliere school. Het Gomarus College biedt goede faciliteiten voor alle praktijklessen. Vanuit de Guyotschool voor VSO gaat er een vaste contactpersoon mee naar het Gomarus College om de leerlingen te begeleiden en de samenwerking te ondersteunen.
 
Leerlingen in de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg volgen vier jaar onderwijs. Als een leerling na het afronden van de basisberoepsgerichte leerweg verder wil leren voor een diploma in de kaderberoepsgerichte leerweg, dan is dat mogelijk door nog een extra jaar onderwijs te volgen op onze school. Vaak is het nodig dat de leerling dan al eerder extra ondersteuning krijgt, bijvoorbeeld bij wiskunde.

Diplomering HAVO-VMBO-BBL-KBL-TL

Voor de leerroute vervolgonderwijs (VO), die is gericht op het behalen van een regulier diploma, gebruikt de school lesmethoden uit het reguliere voortgezet onderwijs.
 
Voor het hoger algemeen vormend onderwijs en de theoretische leerweg gebruiken wij de methoden van het Maartenscollege. Voor het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, basisberoepsgerichte leerweg en kaderberoepsgerichte leerweg gebruiken wij de methoden van het Gomarus College.
 
Waar nodig passen wij het onderwijs aan, zodat het aansluit bij de behoeften van onze leerlingen. Zo nemen wij bij talige vakken, zoals Duits, Engels en Nederlands, kijktoetsen af in plaats van luistertoetsen. Deze toetsen worden geleverd door het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito) en zijn voorzien van ondertiteling.
 
Voor de examinering in de examenjaren werken wij volgens het programma van toetsing en afsluiting (PTA). Daarbij volgen wij de handreiking examens voortgezet onderwijs van Siméa. Deze handreiking helpt om examens op een passende en toegankelijke manier af te nemen voor dove en slechthorende leerlingen.

Uitstroomprofiel Arbeid/ Beschutte Arbeid

 
Vanuit de missie van de Guyotschool voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) is de visie ontwikkeld voor het uitstroomprofiel arbeid en het uitstroomprofiel beschutte arbeid. Omdat de school relatief klein is, is ervoor gekozen om het uitstroomprofiel arbeid verder uit te werken. Daarbij houden wij per leerling rekening met niveau en leertempo.
 
Het onderwijsprogramma is vooral gericht op zelfredzaamheid en op voorbereiding op werken naar vermogen. Hierbij volgen wij de richtlijnen en regels van het Ministerie van Onderwijs.
 
De leergebied‑specifieke kerndoelen voor de uitstroomprofielen arbeidsmarktgericht en beschutte arbeid van het Ministerie van Onderwijs zijn leidend in ons onderwijsaanbod. Het gezamenlijke doel van de school, de ouders en de leerling is het vinden van een zo passend mogelijke werkplek in de maatschappij.
 
Belangrijke aandachtspunten in het onderwijs zijn zelfrespect, zelfvertrouwen, taalbegrip, zelfstandigheid, motivatie, sociale vaardigheden en werkhouding.
 
Het uitstroomprofiel arbeid bereidt leerlingen voor op een betaalde baan. Afhankelijk van de mogelijkheden van de leerling stroomt hij of zij uit naar regulier werk of naar werk met ondersteuning. In enkele gevallen kan een leerling doorstromen naar een entreeopleiding in het middelbaar beroepsonderwijs, niveau 1.
 
Het onderwijstraject binnen dit uitstroomprofiel is opgebouwd rond vier pijlers.
De eerste pijler bestaat uit cognitieve vakken. Dit zijn Nederlands, rekenen en wiskunde en Engels. Het vak Engels is alleen verplicht binnen het uitstroomprofiel arbeid.
De tweede pijler is wonen en vrije tijd. Hieronder vallen vakken en thema’s zoals mens en maatschappij en mens, natuur en techniek. Onderwerpen die aan bod komen zijn onder andere verkeer, burgerschap en sociale redzaamheid.
De derde pijler is voorbereiding op arbeid. Hieronder vallen het mentoruur, beroepsgerichte vakken, arbeidstoeleiding, arbeidstraining, stage‑intervisie en stage.
De vierde pijler is vrije tijd. Hierbij gaat het om lichamelijke opvoeding, culturele oriëntatie en creatieve expressie.
 
Voor alle vier de pijlers geldt het uitgangspunt leren door te doen. Dit betekent dat leerlingen vooral leren vanuit de praktijk en minder uit boeken.
Deze vier pijlers worden aangeboden op twee leerroutes:
  • leerroute arbeid
  • leerroute beschutte arbeid
Vanuit het uitgangspunt “eruit halen wat erin zit” wordt per leerling gekeken welke leerroute en welk niveau het beste past.

Clusteruren uitstroomprofiel Arbeid/ Beschutte Arbeid

In uitstroom Arbeid/Beschutte Arbeid wordt gewerkt met zogenaamde clusteruren voor de cognitieve vakken Nederlands, Rekenen en eventueel Engels. Per vak wordt instructie gegeven aan de verschillende niveaugroepen. Deze niveaugroepen worden bepaald aan de hand van het uitstroomprofiel, de niveaus in Nederlands en rekenen en de ervaringen van de leerling en leerkrachten. Periodiek worden de resultaten van de leerlingen geëvalueerd waarna ze in de niveaugroep blijven of eventueel naar een andere niveaugroep worden overgeplaatst. Op het rooster van de leerlingen staat in welk lokaal ze verwacht worden voor de instructie. Wanneer de instructie geweest is, wordt er van de leerlingen verwacht dat ze zelfstandig (door)werken aan de opgegeven opdrachten tijdens de instructie.  

Zoals in de visie van Uitstroomprofiel Arbeid en Beschutte Arbeid omschreven is, streven wij er naar om leerlingen goed voor te bereiden op zelfredzaamheid en op arbeid naar vermogen. Deze voorbereiding wordt in deze vorm van onderwijs ondersteund en is terug te vinden in de leergebiedoverstijgende kerndoelen, zoals:  

  • het leren doelgericht en planmatig te leren en daarbij strategieën te gebruiken (Leren leren) 
  • het leren zich redzaam en weerbaar te gedragen bij de uitvoering van dagelijkse activiteiten (Leren taken uitvoeren) 
  • het leren op doelgerichte, planmatige en methodische wijze taken en activiteiten uit te voeren (Leren taken uitvoeren) 
  • het leren samen te werken aan een taak of activiteit (Leren taken uitvoeren) 

Bovengenoemde leergebiedoverstijgende kerndoelen worden ook meegenomen in de periodieke evaluatie, zodat ook voor de voorbereiding op stage aangegeven kan worden welke doelen de leerlingen beheersen binnen deze setting.  

LESSENTABELLEN 

In deze bijlage staan de lessentabellen van de beide leerstromen (Arbeid/ Beschutte Arbeid en VO) en de wereldklas.

 

 

 

 

Activiteiten

Excursies

Voor leerlingen is het belangrijk dat zij niet alleen leren uit boeken. Daarom organiseert de school, als aanvulling op het onderwijsprogramma, regelmatig excursies. Dit kunnen bijvoorbeeld bezoeken zijn aan een bedrijf, een instelling of een tentoonstelling. Alle excursies vinden plaats onder verantwoordelijkheid en begeleiding van docenten.
 
Introductiekamp eerstejaars
Voor leerlingen in het eerste leerjaar is er een introductiekamp van drie dagen. Dit kamp vindt plaats in de eerste schoolweek. Tijdens het introductiekamp maken leerlingen kennis met elkaar, met de school en met de manier van werken.
 
Werkweek
Ieder jaar, rond de voorjaarsvakantie, gaan alle groepen op werkweek. De inhoud van de werkweek verschilt per groep en hangt af van de leeftijd en de leerroute van de leerlingen. De werkweken worden per leerjaar voor de hele school georganiseerd. Dit stimuleert het samenhorigheidsgevoel en zorgt ervoor dat leerlingen van elkaar leren.
Waar nodig passen wij de activiteiten aan het niveau van de leerlingen aan. De werkweken zijn onderdeel van het lesprogramma en daarom verplicht voor alle leerlingen.
De thema’s van de werkweken zijn:
  • leerjaar 1: burgerschap
  • leerjaar 2: grenzen verleggen
  • leerjaar 3 en wereldklas: buitenlandreis naar Oostenrijk
  • leerjaar 4: toekomst, wonen, werken en vrije tijd
  • leerjaar 5: toekomst, wonen, werken en vrije tijd
Londenreis voortgezet onderwijs examenjaar
Een uitwisseling of reis naar het buitenland biedt leerlingen de kans om op een andere manier te werken aan hun leerdoelen. De reis naar Londen is bedoeld voor leerlingen in het examenjaar van het voortgezet onderwijs. Deze reis is gekoppeld aan twee toetsen uit het programma van toetsing en afsluiting (PTA) en is een goede voorbereiding op de centrale examens Engels voor het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en het hoger algemeen vormend onderwijs.
De examenleerlingen gaan gemiddeld vier dagen naar Londen. Het programma bestaat uit verschillende onderdelen die voor een groot deel door de leerlingen zelf worden voorbereid. Dit zorgt voor betrokkenheid en een goede voorbereiding.
Tijdens de reis bezoeken wij onder andere de dovenschool Oak Lodge in Zuid‑Londen. Daarnaast bereiden leerlingen een stadswandeling voor en nemen zij deel aan culturele activiteiten, zoals het bezoeken van musea, markten en het bekijken van bijzondere gebouwen.

Vrijwillige eigen bijdrage

Buiten het reguliere lesprogramma bieden wij als school ook meerdaagse activiteiten aan, zoals de introductieweek, werkweken in binnen- en buitenland en de trainingsweek. Hiervoor vragen wij voor elk schooljaar een vrijwillige ouderbijdragen van €250,- per leerling. Uw bijdrage kunt u overmaken op rekeningnummer NL52RABO 0357142837 t.n.v. Stichting Kentalis Onderwijs. Zet in de omschrijving de voor- en achternaam van de jongere en het schooljaar.

U bent niet verplicht om deze bijdrage te betalen en uw kind zal altijd meedoen tijdens deze weken. 

Hieronder ziet u een overzicht van de meerdaagse activiteiten per leerjaar/leerstroom. 

Introductieweek/-kampleerjaar 1 t/m 5; alle leerstromen
Werkweek ‘Burgerschap’leerjaar 1; alle leerstromen
Werkweek ‘Grenzen verleggen’ leerjaar 2; alle leerstromen
Werkweek ‘Buitenlandse reis’leerjaar 3; alle leerstromen
Werkweek ‘Toekomst wonen & werken’leerjaar 4,5; alle leerstromen
Examenreis Londen4bk, 4tl, 5h; vervolgonderwijs
TrainingsweekArbeid en Beschutte Arbeid

Andere activiteiten

Gedurende het schooljaar kunnen er diverse projecten uitgevoerd worden, zoals het voorbereiden en uitvoeren van een toneelvoorstelling. Ook wordt er gewerkt aan bepaalde thema’s zoals ‘na je school’, zelfredzaamheid, buitenland, sport enz. Een deel van de projecten vindt plaats tijdens de werkweken.

Projecten

Onze dove en slechthorende leerlingen doen actief mee aan cultuur. Om het jaar werkt een groep leerlingen samen met professionele theatermakers aan een dansvoorstelling. Deze voorstelling wordt uitgevoerd in een theater in Groningen. Het Noord Nederlands Orkest verzorgt daarbij de live muziek.
 
In dit schooljaar loopt het project Als woorden tekort schieten door. Daarnaast werken leerlingen samen met het Museum aan de A aan de inhoud van een tentoonstelling. In deze tentoonstelling staan het dovenonderwijs en de Nederlandse Gebarentaal centraal.
Dit project is een vervolg op Beeldentaal. Beeldentaal was een cultureel project voor dove en slechthorende jongeren en voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis. In de kunstlabs doen leerlingen actief mee aan culturele activiteiten. Zij ontdekken en leren hoe zij samen met anderen hun kwaliteiten kunnen ontwikkelen. Dit draagt bij aan inclusiviteit en samen leven met anderen.
Het project wordt gevolgd door onderzoekers van het Kenniscentrum Kunst en Samenleving van de Hanzehogeschool Groningen. Zij doen participatief en antropologisch onderzoek. De onderzoeker die bij dit project betrokken is, is zelf ervaringsdeskundig. Daardoor kunnen gesprekken en interviews volledig plaatsvinden in Nederlandse Gebarentaal.
Aan het begin van het schooljaar komt er een naslagwerk in de vorm van een film. In deze film vertellen leerlingen, docenten en begeleiders over hun ervaringen met het project.

Dovencultuurdagen

Elk jaar zijn er de Dovencultuurdagen, waarop alle leerlingen binnen en buiten de school aan de slag gaan met allerlei aspecten van Dovencultuur. 

Feesten en vieringen

De leerlingenraad organiseert elk jaar tweemaal een groot schoolfeest, waarop alle leerlingen welkom zijn. Elke groep kan klassenavonden organiseren, die op school plaatsvinden. Een hele feestelijke gebeurtenis is de bijeenkomst van leerlingen, ouders en medewerkers, waarop de schoolverlaters hun diploma of portfolio in ontvangst nemen!

Sportdagen

Twee keer per jaar organiseert de vakdocent lichamelijke opvoeding in samenwerking met de examenleerlingen een sportdag. Afhankelijk van de tijd van het jaar is dat in de zaal of buiten op het sportveld.

Stage (VSO)

Op de Guyotschool voor VSO lopen de leerlingen uit beide leerstromen, Arbeid/ Beschutte Arbeid en VO, stage. In de beroepsgerichte opleidingen en het uitstroomprofiel (Beschutte)Arbeid nemen stages een zeer belangrijke plaats in.

Leerlingen Arbeid/ beschutte Arbeid

Voor leerlingen is het belangrijk dat zij hun kennis niet alleen uit boeken halen. De ervaring die zij opdoen in de praktijk is essentieel voor hun ontwikkeling en voor hun toekomst op de arbeidsmarkt. Daarom is stage een vast onderdeel van het onderwijs en maakt stage deel uit van het examenportfolio.
In het tweede en derde leerjaar kiezen leerlingen hun sectorvakken. Dit doen zij op basis van praktische sectororiëntatie en de stagecarrousel. Leerlingen kunnen uitstromen in de volgende sectoren: groen, metaal, hout, consumptief en dienstverlening.
Halverwege het tweede leerjaar starten leerlingen met de stagecarrousel. Dit is een stage van twee uur per week. In het derde leerjaar lopen leerlingen één dag per week stage. In het vierde leerjaar is dit twee dagen per week en in het vijfde leerjaar drie dagen per week. De school streeft ernaar dat leerlingen uitstromen naar een werkplek die goed bij hen past.
De stage wordt begeleid door stagedocenten, in samenwerking met de mentor en de vakdocenten. De stage wordt samen met de leerling, de praktijkbegeleider op de werkplek en de stagedocent van school geëvalueerd. Evaluaties en gespreksverslagen worden vastgelegd in het leerlingvolgsysteem. Deze verslagen worden ook opgenomen in het examenportfolio.
 
Aanvullende loopbaanbegeleiding
Leerlingen die hun opleiding hebben afgerond en uitstromen naar werk, kunnen tot twee jaar na het verlaten van school gebruikmaken van aanvullende loopbaanbegeleiding.
Voor de uitstroom informeert de stagecoördinator de leerling over deze vrijwillige begeleiding. De leerling kan dan aangeven of hij of zij hiervan gebruik wil maken. Als de leerling hiervoor kiest, neemt de stagecoördinator in het schooljaar na uitstroom twee keer contact op met de leerling. Het initiatief voor dit contact ligt bij de stagecoördinator.
Het contact kan plaatsvinden via beeldbellen, sms of een app, afhankelijk van wat de leerling prettig vindt. Tijdens deze contactmomenten bespreken de stagecoördinator en de leerling hoe het gaat op het werk en of extra ondersteuning nodig is. De contactmomenten vinden plaats rond oktober en mei.
Als een leerling bij uitstroom aangeeft geen gebruik te willen maken van aanvullende loopbaanbegeleiding, biedt de stagecoördinator dit in het tweede schooljaar na uitstroom nog één keer opnieuw aan.
 
Samenwerking met de gemeente en andere organisaties
De school werkt samen met verschillende organisaties die jongeren ondersteunen bij de overgang van school naar werk. Dit gebeurt binnen het regionale programma Van school naar duurzaam werk. In dit programma werken scholen, gemeenten en andere organisaties samen.
Daarnaast kan de school Kentalis Werkpad inzetten om extra ondersteuning te bieden bij het vinden en behouden van werk. Door deze samenwerking sluit de begeleiding goed op elkaar aan en kan deze worden voortgezet na het verlaten van school.
 
Overdracht naar begeleiding door de gemeente
Wanneer de gemeente de begeleiding van een jongere overneemt na het verlaten van school, stelt de school een overgangsdocument op. In dit document staat belangrijke informatie die nodig is om de begeleiding goed voort te zetten.
Het overgangsdocument wordt in het vijfde leerjaar opgesteld, samen met de leerling en de mentor. Het document wordt alleen gedeeld met toestemming van de jongere en/of de ouders. Het document wordt meegegeven aan de ouders en/of aan de leerling zelf, als de leerling 18 jaar of ouder is en zelf beslissingen mag nemen.
Door toestemming te geven voor begeleiding door de gemeente, geven ouders en/of de jongere ook toestemming om het overgangsdocument met de gemeente te delen. De school deelt alleen noodzakelijke informatie en gaat zorgvuldig om met de privacy van de leerling.

Leerlingen VO

Leerlingen uit het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en het hoger algemeen vormend onderwijs lopen één of meerdere periodes een oriënterende stage. Deze stage is bedoeld om kennis te maken met verschillende beroepen en sectoren.
 
De oriënterende stages zijn als volgt verdeeld:
  • leerjaar 3 vmbo, basisberoepsgerichte leerweg en kaderberoepsgerichte leerweg: twee keer drie weken
  • leerjaar 4 vmbo, basisberoepsgerichte leerweg en kaderberoepsgerichte leerweg: één keer drie weken
  • leerjaar 3 havo: één week
  • leerjaar 4 havo: één week
 
Het belangrijkste doel van de oriënterende stage is dat leerlingen kennismaken met een mogelijke toekomstige beroepssector. Tijdens elke stageperiode krijgen leerlingen een praktijkbeoordeling. Daarnaast ontvangen zij een cijfer voor een stageverslag of voor een mondelinge beoordeling.
De stage is voor alle opleidingsprofielen een vast onderdeel van het onderwijsprogramma van de school. Het al dan niet succesvol afronden van de stage telt mee bij de overgang naar het volgende leerjaar. De stage is ook een verplicht onderdeel van het programma van toetsing en afsluiting (PTA).

Ziekte en afwezigheid

Is de leerling ziek op een stagedag? Dan moet de ouder (of de begeleider van het Verblijf) dit ’s ochtends tussen 08:00 en 08:15 uur doorgeven aan de school én aan het stagebedrijf. De contactgegevens van het stagebedrijf staan vermeld in het stagecontract. Voor het stagebedrijf is het van belang om te weten of een stagiaire aanwezig is op stage. 

ESF subsidie

De Guyotschool voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) ontvangt in de nieuwe subsidieperiode 2021–2027 een financiële bijdrage uit het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+).
Het Europees Sociaal Fonds Plus is een Europees programma dat helpt om werkgelegenheid te verbeteren. Het fonds ondersteunt mensen bij het vinden van werk en zorgt voor eerlijkere kansen op de arbeidsmarkt voor inwoners van de Europese Unie.
Met deze subsidie worden verbeteringen mogelijk gemaakt op het gebied van werk, onderwijs en sociale ontwikkeling. In deze subsidieperiode ligt de nadruk op het herstel van de Europese samenleving en economie na de gevolgen van het coronavirus.
Voor onze leerlingen is praktijkervaring, zoals stage, heel belangrijk voor hun toekomst op de arbeidsmarkt. Dankzij de financiële steun van de Europese Unie kunnen wij deze stages beter organiseren en uitbreiden.
In het afgelopen schooljaar hebben achttien leerlingen van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg, meerdere weken stage kunnen lopen. Zij hebben waardevolle ervaringen opgedaan die hen helpen bij het vinden van werk na school.
Daarnaast lopen zevenentwintig leerlingen in de leerroute arbeid stage. In het derde leerjaar lopen zij één dag per week stage, in het vierde leerjaar twee dagen per week en in het vijfde leerjaar drie dagen per week. De financiële steun vanuit de Europese Unie heeft hierbij een belangrijke rol gespeeld.
Door deze extra stage-ervaringen vinden leerlingen na het verlaten van school sneller een passende werkplek. Dit zien wij terug in de praktijk.