Onderwijsprogramma en activiteiten

Vakken

Uitstroomprofiel vervolgonderwijs

In de volgende secties worden de onderstaande onderdelen beschreven:

  • Onderbouw vmbo/havo met daarin het schakelonderwijs
  • Bovenbouw vmbo/havo

Onderbouw in vmbo of havo (reguliere leertrajecten)

Op de Guyotschool voor VSO wordt in de eerste twee of drie leerjaren lesgegeven in een opzet van zeven geclusterde vakken, namelijk Nederlands, wiskunde, Mens & Maatschappij, Engels, mens en natuur, kunst en cultuur en bewegen en sport. Binnen deze vakken wordt gewerkt aan 58 kerndoelen van de onderbouw VO (OC&W, 2006). De inhoud van de vakken vormt de basis die iedere leerling nodig heeft om later de weg in de maatschappij te kunnen vinden. Het is echter niet zo dat alle leerlingen de leerstof op hetzelfde niveau krijgen aangeboden. De lessen in de onderbouw kennen verschillende niveaus, afhankelijk van de mogelijkheden, de leerprestaties en het werktempo van de leerling. In de onderbouw (vmbo/havo) werken wij met overgangsnormen.

Specifieke vaardigheden in de onderbouw

In de onderbouw wordt veel aandacht besteed aan het aanleren van algemene vaardigheden, zoals omgaan met informatie, samenwerken, werk plannen, regelen en organiseren en reflecteren op eigen functioneren. Ook vakspecifieke vaardigheden komen aan de orde, zo mogelijk geclusterd. De taalvakken oefenen de vaardigheden gezamenlijk, bijvoorbeeld door het uitbreiden van de woordenschat.

Begrijpend lezen

Vanuit het vak Nederlands wordt extra aandacht besteed aan begrijpend lezen. Informatie uit geschreven teksten kunnen halen is een bepalende factor bij het kunnen behalen van een diploma.

Groepslogopedie

Het vergroten van de communicatieve vaardigheden met horenden vindt plaats in samenwerking met logopedie. In de loop van het eerste jaar en ter voorbereiding op de stages worden groepslessen georganiseerd. De logopedisten oefenen de vaardigheden in dagelijkse situaties buiten school, zoals in een winkel.

Dovencultuur

Doelen van het vak dovencultuur in de onderbouw zijn identificatiemogelijkheden met dove volwassenen, samenwerking, creativiteit, presentatievaardigheden en zelfvertrouwen en zelfverzekerdheid. Elk schooljaar worden twee cultuurdagen georganiseerd voor de hele school.

Schakelonderwijs

Het uitgangspunt van het schakelonderwijs op de Guyotschool voor VSO is dat een leerling een opleiding kan volgen die past bij zijn/haar capaciteiten en mogelijkheden. Leerlingen die voldoen aan de instroomeisen van verschillende opleidingen kunnen instromen in een voor hen passende opleiding. Deze opleiding heeft dezelfde opleiding als een reguliere VO-opleiding. Echter de begeleidingsintensiteit is in vergelijking met reguliere opleidingen op de Guyotschool voor VSO beduidend hoger.

Leerlingen die een leerachterstand hebben (rekenen/taal), voldoen nog niet aan de instroomeisen van de door ons aangeboden opleidingen. De school kiest er bewust voor om deze leerlingen niet meteen in een lager niveau opleiding te plaatsen. Het uitgangspunt is immers dat we focussen op de uitbouw van de mogelijkheden van elke individuele leerling. Voor deze leerlingen heeft de school een apart onderwijsaanbod ontwikkeld in de vorm van één schakeljaar.

Door het schakelonderwijs is het mogelijk de ontstane leerachterstanden versneld te verkleinen. Het lesaanbod, lesinhoud en de lesurentabel zijn aangepast en de monitoring van de desbetreffende leerlingen vindt op frequentere basis plaats.

Bovenbouw

Na twee of drie jaar onderbouw (al dan niet na één schakeljaar) kan de leerling het algemeen vormend onderwijs vervolgen op vmbo of havo niveau. In het vmbo kan de leerling binnen de school voor de profielen BBL (basisberoepsgerichte leerweg) en KBL (kaderberoepsgerichte leerweg) kiezen voor de profielen:

  • Zorg en Welzijn (Z&W);
  • Economie en Ondernemen (E&O);
  • Produceren, Installeren en Energie (PIE);
  • Bouwen, Wonen en Interieur (BWI).

Op TL (theoretische leerweg) niveau zijn er drie sectoren waaruit gekozen kan worden, namelijk:

  • Techniek;
  • Zorg;
  • Economie.

De school werkt samen met reguliere vmbo-scholen voor de BBL en KBL profielen, waarbij leerlingen voor het praktijkgedeelte van hun profiel keuzevak naar het regulier onderwijs zal gaan. In veel gevallen wordt de vaktheorie door docenten van/op de Guyotschool voor VSO gegeven. In de bovenbouw worden de overgangsnormen van het regulier onderwijs gehanteerd. Deze krijgen de leerlingen aan het begin van elk schooljaar uitgereikt.

Op havo-niveau kunnen in principe alle profielen gekozen worden, mits er minimaal twee leerlingen voor een profiel aanwezig zijn. Sommige (praktijk-)lessen worden gevolgd op de reguliere school. Dit kan betekenen dat de lestijden aangepast moeten worden aan die van de reguliere school. Alle opleidingen worden afgesloten met een reguliere diplomering. De school werkt hierin samen met het Zernike College, Gomarus College (vmbo-bb/kb) te Groningen en het Maartenscollege (vmbo-tl en havo) te Haren.

Voor de leerroute Vervolgonderwijs, die gericht is op reguliere diplomering, worden de methoden van het regulier voortgezet onderwijs gebruikt. Indien noodzakelijk vinden er aanpassingen plaats naar aanleiding van de specifieke aard van de leerlingen. Er worden bijvoorbeeld bij het vak Nederlands kijktoetsen afgenomen in plaats van luistertoetsen. Voor de examinering in de PTA-jaren wordt de handreiking examens VO van Siméa gehanteerd.

Engels wordt op onze school aangeboden op dezelfde manier zoals op het regulier onderwijs en met dezelfde reguliere lesmethoden. In de bovenbouw wordt het PTA van het regulier onderwijs van onze partnerscholen gevolgd. We nemen alle domeinen zo veel mogelijk via dezelfde toetsen af als binnen regulier onderwijs, maar soms kan dat natuurlijk niet. Zo is de luistertoets voor onze leerlingen een kijktoets en kan bij een mondeling een leerling ook spreken via een app of door de vragen en antwoorden samen in te typen op de computer. We verwachten dat de leerling over de hele breedte van de taal leert en getoetst kan worden, altijd de individuele mogelijkheden van de leerling daarbij duidelijk in beeld.

Engels is meer dan een taal. Het is een cultuur, het is een manier van leven, het zijn mensen en volkeren. We besteden daarom naast het verplichte inhoudelijke pakket altijd aandacht aan cultuur, achtergrondkennis en zeker aan de actualiteit. English is a way of life.

Grammatica, lexicon en zinsbouw zijn complexe onderdelen voor onze leerlingen. We werken dan ook met een duidelijk opbouw systeem wat ten dele op maat is gemaakt voor de school. We doen veel aan herhaling, de taal moet kunnen ‘inslijten’. We vragen leerlingen om digitaal, via app's bijvoorbeeld, veel Engels te volgen. Ook je favoriete serie volgen met Engelse ondertiteling is een heel mooie manier om op je eigen manier en in je eigen tijd bij te leren, het stopt niet na de verplichte uurtjes op school.

Er zijn verschillen tussen leerlingen, zo wil de ene leerling graag veel Engels spreken en aandacht besteden aan de uitspraak, een ander wil dat liever niet. Daarin krijgen leerlingen vrijheid, maar we verwachten wel dat ze elkaar de ruimte geven. Juist door de verschillende belangstellingen te combineren hopen we het Engels veelzijdig en boeiend aan te bieden.

Vaardigheden:

  • Luisteren/kijken;
  • Lezen;
  • Gesprekken voeren, in gebaren, gesproken, digitaal enzovoort;
  • Schrijven;
  • Tekstbegrip.

Leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs kunnen wel volgens artikel 28 van de Wet op de expertisecentra (WEC) examen afleggen aan een school voor regulier voortgezet onderwijs. Daarom wordt voor de laatste twee jaren van de opleiding contact opgenomen met een reguliere school. Er worden onder andere afspraken gemaakt over de inhoud van de schoolonderzoeken en het programma van toetsing en afsluiting (PTA). De leerlingen doen het centraal schriftelijk examen op de reguliere school, waarbij de eigen docent of een tolk aanwezig is.

Uitstroomprofiel Arbeid/Dagbesteding

Vanuit de missie van de Guyotschool voor VSO is de visie voor het Uitstroomprofiel Arbeid en het Uitstroomprofiel Dagbesteding ontwikkeld. Gezien de omvang van de school is gekozen het Uitstroomprofiel Arbeid verder uit te werken en naar niveau en tempo te differentiëren per leerling. Het programma van de school is vooral gericht op zelfredzaamheid en voorbereiding op werken naar vermogen, binnen de kaders die het Ministerie van Onderwijs ons stelt. De leergebiedspecifieke kerndoelen voor de uitstroomprofielen Arbeidsmarktgericht en Dagbesteding van het Ministerie van Onderwijs zijn leidend in ons onderwijsaanbod binnen dit uitstroomprofiel.

Het doel van onze school, ouders en de leerling is het vinden van een (zo) passend(e) (mogelijke) (werk)plek in de maatschappij. Kernbegrippen die een grote rol spelen zijn: zelfrespect, zelfvertrouwen, taalbegrip, zelfstandigheid, motivatie, sociale vaardigheid en werkhouding.

Het Uitstroomprofiel Arbeid leidt leerlingen toe naar een betaalde baan op de arbeidsmarkt. Afhankelijk van de mogelijkheden van de leerling stroomt deze uit naar reguliere arbeid of arbeid met ondersteuning. In enkele gevallen vindt er doorstroming plaats naar een entree opleiding. Op onze school combineren we dit traject met de uitstroom naar de dagbesteding bij een externe instantie. Ook hier wordt gewerkt aan sociale en arbeidscompetenties. Het onderwijstraject wordt vormgegeven binnen vier pijlers. Verplichte vakken die binnen dit profiel worden gegeven zijn:

  1. Cognitieve vakken: Nederlands, Rekenen/Wiskunde, Engels (alleen voor arbeid verplicht).
  2. Wonen en Burgerschap: Mens & Maatschappij, Mens natuur en techniek, (vakken die aanbod komen zijn Verkeer, Burgerschap, Sociale redzaamheid)
  3. Voorbereiding op Arbeid: Mentoruur, Beroepsgerichte vak, Arbeidstoeleiding, Arbeidstraining, Stage-intervisie, Stage.
  4. Vrije tijd: Sport & Bewegen, Culturele oriëntatie en Creatieve expressie.

Voor de vier genoemde pijlers geldt: leren door doen. Dit betekent dat de leerlingen leren vanuit de praktijk en minder uit boeken. Deze vier pijlers worden uitgewerkt op drie niveaus:

  1. Leerroute: arbeid (gericht op doorstroom naar Entree opleiding);
  2. Leerroute: arbeid;
  3. Leerroute: arbeidsmatige dagbesteding.

Vanuit het principe “er uit halen wat er in zit” wordt per leerling bekeken welk niveau past.

Clusteruren uitstroomprofiel Arbeid/Dagbesteding

In de eerste drie jaar van de uitstroom Arbeid/Dagbesteding wordt er gewerkt met zogenaamde clusteruren voor de cognitieve vakken Nederlands, Rekenen en eventueel Engels. Per vak wordt op een vast tijdstip instructie gegeven aan de verschillende niveaugroepen. Deze niveaugroepen worden bepaald aan de hand van het uitstroomprofiel, de niveaus in Nederlands en rekenen en de ervaringen van de leerling en leerkrachten. Periodiek worden de resultaten van de leerlingen geëvalueerd waarna ze in de niveaugroep blijven of eventueel naar een andere niveaugroep worden overgeplaatst.

Aan het begin van de week krijgen de leerlingen hun weektaak. Hierop staat wanneer ze in welk lokaal verwacht worden voor instructie. Tijdens de instructie wordt van overige leerlingen, die op dat moment geen instructie krijgen, verwacht dat zij zelfstandig werken aan de taken die vermeld staan op hun weektaak.

Zoals in de visie van Uitstroomprofiel Arbeid omschreven is, streven wij er naar om leerlingen goed voor te bereiden op zelfredzaamheid en op arbeid naar vermogen. Deze voorbereiding wordt in deze vorm van onderwijs ondersteund en is terug te vinden in de leergebiedoverstijgende kerndoelen, zoals:

  • het leren doelgericht en planmatig te leren en daarbij strategieën te gebruiken (Leren leren);
  • het leren zich redzaam en weerbaar te gedragen bij de uitvoering van dagelijkse activiteiten (Leren taken uitvoeren);
  • het leren op doelgerichte, planmatige en methodische wijze taken en activiteiten uit te voeren (Leren taken uitvoeren);
  • het leren samen te werken aan een taak of activiteit (Leren taken uitvoeren).

Bovengenoemde leergebiedoverstijgende kerndoelen worden ook meegenomen in de periodieke evaluatie, zodat ook voor de voorbereiding op stage aangegeven kan worden welke doelen de leerlingen beheersen binnen deze setting.

Project DOEN IN

De Guyotschool voor VSO heeft de visie op het onderwijs aan de leerlingen Arbeid en Dagbesteding vertaald in en met het portfoliosysteem DOEN IN. Hierdoor zal binnen de school op een uniforme werkwijze en met een herkenbaar portfoliosysteem gewerkt worden. Hiermee zal structuur, duidelijkheid en eigen verantwoordelijkheid (en trots) voor de leerlingen en docenten bereikt worden. De leerlingen krijgen de verantwoordelijkheid voor een vak-portfolio (praktijkvakken), een centraal portfolio (met de algemeen vormende vakken) en een stage-portfolio. Aan alle onderdelen van de verschillende portfolio’s zullen certificaten gekoppeld worden. Deze certificaten zullen in alle bouwen te behalen zijn. In de onderbouw van de school wordt voor de individuele leerlingen gekeken welke uitbreidingen en verdieping van de theoretische leerstof nog mogelijk is. In de midden- en bovenbouw worden steeds meer praktische vaardigheden aangeboden, voor een goede aansluiting op arbeidsmatige dagbesteding tot arbeidsmarkt.

Burgerschap en Cultuur

Vanzelfsprekend is er aandacht voor de Dovencultuur als onderdeel van het burgerschap in Nederland. De Nederlandse taal, zowel gesproken als geschreven, is voor onze doelgroep moeilijker toegankelijk. We besteden daar extra aandacht aan. Een breed taalaanbod (in gebaren, gesproken, geschreven en in beeld) vergroot de communicatieve redzaamheid van de leerlingen en de toegang tot informatiebronnen. Het vergroten van de communicatieve redzaamheid gebeurt ook in nauwe samenwerking met logopedie. Willekeurig opgevangen informatie, voor horende leerlingen meer vanzelfsprekend, vindt bij onze doelgroep vaak minder plaats. Vandaar dat we gebeurtenissen uit het dagelijks leven welbewust aan de orde stellen.

Activiteiten

Excursies Voor de leerlingen is het van belang dat zij hun kennis niet alleen opdoen uit de boeken. In aansluiting op het onderwijsprogramma worden regelmatig excursies georganiseerd. Bijvoorbeeld een bezoek aan een bedrijf of instelling of aan een bepaalde tentoonstelling. Deze excursies vinden altijd plaats onder de verantwoordelijkheid en begeleiding van docenten. De kosten voor excursies worden gefinancierd uit de ouderbijdrage. Incidenteel wordt aan de ouders/verzorgers een kleine aanvullende bijdrage gevraagd. Werk- en trainingsweken Jaarlijks gaan alle groepen op werkweek. De inhoud van de werkweek varieert per groep en is mede afhankelijk van de leeftijd en opleidingsroute van de leerlingen. Voor de eerstejaars leerlingen is er een introductiekamp van drie dagen in de eerste schoolweek. Andere groepen gaan kamperen of hebben een werkweek gericht op arbeid en beroep. In het voorlaatste schooljaar maken de leerlingen een buitenlandse schoolreis, waarbij in de regel ook een bezoek wordt gebracht aan een dovenschool. Voor de schoolverlaters worden activiteiten in het kader van het schoolverlaten georganiseerd. De ouders betalen een bijdrage voor de werkweken. Binnen de leerroute Arbeid/Dagbesteding worden in de onderbouw jaarlijks trainingsweken georganiseerd, waarin aangeleerde vaardigheden toegepast kunnen worden in de dagelijkse praktijk.

Werkweek London – VO examenjaar Een uitwisseling of bezoek aan het buitenland biedt de mogelijkheid om op een creatieve manier aan de leerdoelen van onze leerlingen te werken. De reis naar Londen is gekoppeld aan twee toetsen uit het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) en tevens een zeer goede voorbereiding voor de Centrale Examens VMBO en HAVO. Tijdens de werkweek (februari) gaan de examenleerlingen van het VO gemiddeld 4 dagen naar Londen. Het programma van deze reis bestaat uit verschillende onderdelen die, voorafgaand aan de reis, grotendeels door de leerlingen zijn voorbereid. Op die manier is de draagkracht van de reis optimaal. Tijdens de reis bezoeken wij de dovenschool Oak Lodge in Zuid-Londen en tevens wordt er door de leerlingen een stadswandeling voorbereid. Daarnaast zijn er verschillende culturele uitstapjes waaronder het bezoeken van musea, markten, bekijken van architectuur, e.a.. Dovencultuurdagen Elk jaar zijn er de Dovencultuurdagen, waarop alle leerlingen binnen en buiten de school aan de slag gaan met allerlei aspecten van Dovencultuur. Gedurende het schooljaar kunnen er diverse projecten uitgevoerd worden, zoals het voorbereiden en uitvoeren van een toneelvoorstelling. Ook wordt er gewerkt aan bepaalde thema’s zoals ‘na je school’, zelfredzaamheid, buitenland, sport enz. Een deel van de projecten vindt plaats tijdens de werkweken.

Feesten en vieringen De leerlingenraad organiseert elk jaar een groot schoolfeest, waarop alle leerlingen welkom zijn. Elke groep kan klassenavonden organiseren, die op school plaatsvinden. Ook is er aandacht voor feesten als Sinterklaas en Kerstmis. Een hele feestelijke gebeurtenis is de bijeenkomst van leerlingen, ouders en medewerkers, waarop de schoolverlaters hun diploma of portfolio in ontvangst nemen!

Sportdagen Twee keer per jaar organiseren de vakdocenten sport en bewegen opvoeding in samenwerking met de leerlingenraad een sportdag. Afhankelijk van de tijd van het jaar is dat in de zaal of buiten op het sportveld.

Stage (VSO)

In de beroepsgerichte opleidingen en het uitstroomprofiel AB/DB nemen stages een belangrijke plaats in. Naast beroepen- en arbeidsoriëntatie is vooral de ervaring die de leerlingen opdoen essentieel voor hun ontwikkeling en voor het perspectief op de arbeidsmarkt.

Leerlingen  uit het VMBO, TL en HAVO lopen een aantal periodes tijdens hun schoolloopbaan een oriënterende stage. Het voornaamste doel voor deze oriënterende stage is kennismaken met en zich oriënteren op een toekomstige beroepssector. De leerlingen krijgen iedere stageperiode een praktijkbeoordeling en een cijfer voor het verslag.

Leerlingen binnen het uitstroomprofiel AB/DB beginnen in het vierde jaar met 1 dag stage (donderdag). Daarna, in het vijfde jaar, gaan de leerlingen 2 dagen (donderdag en vrijdag) stagelopen. En tenslotte in het zesde jaar gaan de leerlingen 3 dagen (woensdag tot en met vrijdag) stagelopen. Voor leerlingen binnen het uitstroomprofiel AB/DB is het de bedoeling de stageplaats om te zetten in een vaste arbeidsplaats na de schoolperiode.

De stage wordt begeleid door stagedocenten, in nauw overleg met de mentor en de vakdocenten. Voordat een leerling stage gaat lopen, wordt een contract opgesteld en ondertekend. De stage wordt geëvalueerd met de leerling, de stagebegeleider in het bedrijf en de stagedocent van de school. Hiervoor is een standaard beoordelingsformulier ontwikkeld. Stage maakt voor alle opleidingsprofielen onderdeel uit van het onderwijsaanbod van de school. De havo/vmbo-tl-leerlingen volgen een oriënterende stage, het wel of niet succesvol afronden van de stage binnen deze leerstroom weegt ook mee voor de overgang.

Is de jongere ziek op een stagedag? Dan moet de ouder of de begeleider van het Verblijf dit ’s ochtends tussen 08:00 en 08:15 uur doorgeven aan de school  én aan het stagebedrijf. De contactgegevens van het stagebedrijf staan vermeld in het stagecontract.