Onze school

Voorwoord en onze visie

Visie op identiteit en taal

Als leerling heb je een omgeving nodig waarin je kunt ontdekken wie je bent. Hierbij is het essentieel dat er keuzes aangeboden worden. Dat kan een keuze zijn voor regulier onderwijs (exclusief horende) omgeving, of een dove omgeving of voor beide. In onze tweetalige omgeving kunnen jongeren daadwerkelijk ervaren in welke omgeving zij zich het beste thuis voelen. Gebarentaal is één van de elementen voor cultuur- en identiteitsontwikkeling. Voor een krachtig en positief zelfbeeld kan het lidmaatschap van de dovengemeenschap enorm bijdragen, maar is géén voorwaarde. In de puberteit heeft de leerling een omgeving nodig waarbij hij of zij kan sparren met (dove) leeftijdsgenoten op gebied van interesse, opleidingsniveau en leeftijd. Onze leerlingen hebben -zoals elke jongere- behoefte aan hun eigen (dove) rolmodellen. Op onze school komen zij die, op alle niveaus, gewoon tegen. Taal is cruciaal voor het ontwikkelen van je eigen identiteit. Daarnaast vormt taal ook een belangrijk onderdeel van je zelfbeeld. Algemeen uitgangspunt is dat ieder mens een combinatie is van verschillende identiteiten. Deze moeten zich allemaal gelijkwaardig kunnen ontwikkelen. Voor de ontwikkeling van krachtige, meervoudige identiteiten is het aanbod van een breed scala aan communicatiemogelijkheden die passen binnen de voorkeur en veiligheid van de individuele leerling, van essentieel belang. Bij elke leerling, die kiest voor onze school, herkennen en erkennen wij de voorkeurstaal. Dit kan de Nederlandse gebarentaal zijn of het gesproken Nederlands. Ook kunnen leerlingen kiezen voor Nederlands met gebaren. Goed onderwijs betekent ook dat er altijd ruimte is om je voorkeurstaal te veranderen, uit te breiden of duidelijk vast te leggen. De leerlingen zullen zich dan bewuster zijn van hun eigen voorkeurstaal en zullen die ook gaan toepassen. Taal is immers voortdurend in beweging en binnen de school moet die beweging mogelijk zijn en gestimuleerd worden.

Visie op kwalificeren en taal

Dove en slechthorende jongeren behalen rechtsgeldige diploma’s of certificaten. Daardoor hebben zij kans op vervolgonderwijs en werk na onze middelbare school. De eisen die door het vervolgonderwijs, arbeid of dagbesteding aan dove en slechthorende jongeren worden gesteld zijn dezelfde als voor horende jongeren. Dat vinden wij goed; onze jongeren mogen worden aangesproken op wat ze kunnen. De doelen zijn hetzelfde als op een reguliere school, de weg daar naar toe is anders. De leerling heeft een leeromgeving nodig met een rijk taalaanbod en een ontwikkelingsplek waarin ze kunnen groeien in alles wat nodig is om later succesvol te zijn. Didactische uitdaging, veiligheid en persoonlijke ontwikkelingsruimte gaan daarbij hand in hand. Doofheid en slechthorendheid zeggen niets over je intelligentie, maar des te meer over de manier waarop je de kennis eigen maakt. Uitgangspunt is dat elke leerling zijn/haar talenten en vaardigheden kan ontwikkelen. Richtinggevend daarbij zijn de eindtermen en instroomeisen van de verschillende vervolgopleidingen of eisen ten behoeve van arbeidsplaatsing of dagbesteding. Voor een succesvolle ontwikkeling is het noodzakelijk dat bij alle vakken de leerling taalondersteuning krijgt tijdens zijn/haar gehele opleidingsroute. Dit is een voorwaarde om te kunnen voldoen aan de reguliere opleidingseisen. Om het goede onderwijsaanbod te kunnen volgen, heeft elke leerling recht op een kwalitatief hoogstaande instructietaal. Deze eigen voorkeurstaal is immers het meest vertrouwd, is veilig en geeft vertrouwen. Binnen de school wordt sterk rekening gehouden met de voorkeurstaal van de individuele leerling. De leerling mag daarin sterk richtinggevend zijn. De wereld is echter meer dan jijzelf. Er is immers de realiteit van wat haalbaar en mogelijk is binnen een (school)organisatie. Dit is de aanvullende uitdaging waar de Guyotschool voor VSO zich voor gesteld ziet. Voor onze leerlingen is de beheersing van de grafische vorm van het Nederlands van groot belang. Beheersing van dit aspect geeft toegang tot alle kennisgebieden. Voor de dove jongere is een geschreven vorm meestal de belangrijkste informatiedrager waardoor kennis kan worden verkregen.

Visie op participatie en taal

Elke leerling heeft het recht en de plicht om op een volwaardige manier te participeren in de (toekomstige) maatschappij. Daarvoor is een positieve krachtige identiteit nodig en adequate kwalificaties (geldige diploma’s). De leerling moet kunnen beschikken over de vaardigheden die noodzakelijk zijn om succesvol te zijn inde 21’ste eeuw. Passend onderwijs heeft tot doel elke leerling de juiste plek te bieden om tot een zo groot mogelijke ontplooiing van zijn of haar kansen, talenten en vaardigheden te komen. Als aan die voorwaarden wordt voldaan ben je klaar om te participeren in de maatschappij. Onze jongeren hebben de vaardigheden om hun leven lang te blijven leren. Op het Guyot VSO leren zij problemen op te lossen en mogelijke interactieproblemen in kansen om te buigen (empowerment). Ze zijn meer dan alleen doof! Dus “Ik ben uniek, met al mijn talenten en mogelijkheden.” De Guyotschool voor VSO richt zich op het ontwikkelen van identiteiten, vaardigheden en kennis, binnen uitdagend educatief partnerschap, met het uiteindelijke doel om succesvol deel te kunnen nemen aan de samenleving. Om effectief te kunnen participeren is onder andere kennis van de dove en horende wereld van belang. Daarnaast worden strategieën aangereikt om goed te functioneren in de verschillende werelden (denk daarbij aan aandacht voor taalpragmatiek). De leerlingen verlaten de school met adequate ‘taalbagage’ om volwaardig te kunnen participeren in de maatschappij, zo breed als die is. Ze kennen de kracht van hun eigen taal en de functie van taal als verbindend element. Zo zijn ze in staat om zelfbewust deel te nemen aan de verschillende toekomstige opleidings-, werk- en leefdomeinen.

Visie op lesgeven / ondersteunen

We zijn ambitieus en werken opbrengstgericht. We plannen ons onderwijs, meten de resultaten en opbrengsten, analyseren deze en passen ons onderwijskundig beleid waar nodig aan op basis van de analyses. Het lesgeven is de kern van ons werk. We onderscheiden pedagogisch en didactisch handelen, hoewel beide facetten van ons werk feitelijk onscheidbaar zijn. Van belang daarbij is:

  • Oog hebben voor het individu
  • Een open houding wederzijds respect
  • Een goede relatie waarin het kind zich gekend weet

Belangrijke pedagogische noties zijn:

  • Zelfstandigheid
  • Eigen verantwoordelijkheid
  • Kritische zin
  • Reflecterend vermogen
  • Samenwerking

Gelet op de didactiek vinden we de volgende zaken van groot belang:

  • Interactief lesgeven
  • De leerlingen betrekken bij het onderwijs
  • Onderwijs op maat geven: differentiëren Gevarieerde werkvormen hanteren (variatie is motiverend)
  • Een kwaliteitsvolle (directe) instructie verzorgen (DIM)
  • Leerlingen zelfstandig (samen) laten werken
  • Het gehanteerde taalmedium

Visie op stage

Ter voorbereiding op de arbeidsmarkt en ten behoeve van de maatschappelijke inclusie, doorlopen alle leerlingen een intensief stagetraject. Stages bieden realistische, levensechte leer- en werkomgevingen. Dit geeft leerlingen de kans hun competenties te leren kennen en algemene, sociale en beroepsspecifieke vaardigheden te ontwikkelen.

Tijdens het stagetraject wordt gedurende de gehele schoolperiode aandacht besteed aan ieders individuele competenties, behoeften, interesses en ontwikkeling. Dit laatste wordt gemonitord in leerlijnen. Vervolgens wordt in samenspraak met de mentor, leerling en ouders gezocht naar een geschikte stage. Deze methodiek maakt het mogelijk het stagetraject goed af te stemmen op het individu, waardoor de leerling een optimaal leer- en persoonlijk groeiproces doorloopt.

Eerst doorloopt de leerling interne stages, waarin intervisies een grote rol spelen. De leerlijnen worden op basis hiervan continu bijgesteld. Vanaf jaar 3 betrekken leerlingen alleen nog externe stageplaatsen, waarbij de intervisies wederom van groot belang zijn.

Tijdens de zowel interne als externe stages, werken de leerlingen met een portfolio, waarin zij bewijzen verzamelen voor de vaardigheden die zij bij het verlaten van school bezitten. Dit is een waardevol document voor hun verdere carrière.

We begeleiden de leerlingen naar een zo groot mogelijke zelfredzaamheid op het gebied van leren en werken. We onderzoeken daarbij de mogelijkheden en grenzen van de leerlingen, zodat zij na het verlaten van school, naar vermogen kunnen worden ingezet op de arbeidsmarkt of een vervolgopleiding.

Oriënterende fase: Leerjaar 1 en 2  LGO doelen: leren leren, leren taken uitvoeren, functioneren in sociale situaties, het ontwikkelen van een persoonlijk toekomstperspectief, interne en externe stage. leerjaar 3: externe arbeidstraining, lessen intervisie

Transitiefase: leerjaar 4: 1 dag stage, lessen intervisie en arbeidstoeleiding leerjaar 5: 2 Dagen stage, lessen intervisie en arbeidstoeleiding leerjaar 6: 3 Dagen stage, lessen intervisie en arbeidstoeleiding (toewerken naar arbeidscontract in overleg met wetgevers, gemeentes en UWV)

Onze leerlingen

Kentalis Guyotschool voor VSO biedt onderwijs in een tweetalige omgeving aan leerlingen tussen de 12 en 20 jaar met auditieve beperkingen, vallend onder de Wet op de expertisecentra (WEC). Tweetalig refereert naar het Nederlands en de Nederlandse Gebarentaal.

Schoolondersteuningsprofielen

Schoolplan

Organisatie van de school

Wegens de unieke positie van de Guyotschool voor VSO die VSO-onderwijs biedt aan dove en slechthorende leerlingen in Nederland, hebben wij een landelijke voedingsgebied. Indien nodig kunnen leerlingen in aanmerking komen voor Verblijf bij Kentalis Zorg. In de volksmond ook wel genoemd ‘het internaat’. Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met de school.

Leerroutes

De Guyotschool voor VSO beoogt dat alle leerlingen die de mogelijkheden hiervoor hebben, een regulier diploma behalen. Om dit te realiseren volgt de school zoveel mogelijk de ontwikkelingen in het regulier onderwijs. In de school worden twee leerroutes onderscheiden: vervolgonderwijs (vmbo/havo) en arbeid/dagbesteding (AB/DB).

Rond elke leerroute is een team van medewerkers gegroepeerd. Elke leerroute formuleert jaarlijks de doelstellingen welke worden uitgewerkt in de groepsplannen. De beoogde uitstroombestemmingen van de leerroutes staan beschreven in het OPP van de leerlingen. Onder het kopje 'onderwijsprogramma en activiteiten' kunt u meer informatie vinden.

Binnen de leerroute AB/DB maken wij gebruik van het leerlingvolgsysteem DOEN IN. Binnen dit systeem kunnen de leerlingen werken aan de gestelde vaardigheden op de niveaus B (basis), O (ontwikkeling) en S (specialisatie). Dit systeem geeft duidelijkheid aan de leerlingen op welk niveau zij zich bevinden binnen het uitstroomprofiel AB/DB en welk niveau geëist wordt voor de uitstroombestemming. 

Speciale voorzieningen

Onze school beschikt op dit moment over een klein gehandicaptentoilet, die toegankelijk is voor een rolstoelgebruiker. Dit schooljaar gaat er een nieuw gehandicaptentoilet gerealiseerd worden met meer ruimte en mogelijkheden. In de keuken hebben we aanpassingen gemaakt die ervoor zorgen dat leerlingen in een rolstoel ook de mogelijkheid hebben om praktische vaardigheden te oefenen.

Onderwijsteam

Binnen de Guyotschool voor VSO wordt het management gevormd door de afdelingsdirecteuren. Deze zijn integraal verantwoordelijk voor de Guyotschool voor VSO.

Onderwijzend personeel

Het onderwijzend personeel bestaat uit avo-docenten (algemeen vormend onderwijs) en vakdocenten. De docenten hebben een opleiding gevolgd aan de pedagogische academie of de lerarenopleiding in de vakgebieden Nederlands, Nederlandse gebarentaal, Engels, Duits, economie, maatschappijleer, wiskunde, biologie en natuurkunde. Daarnaast hebben enkele docenten nog extra vak bevoegdheden. De vakdocenten, onder andere voor bouw- en metaaltechniek, zorg en welzijn, economie en bewegingsonderwijs, hebben een vakspecifieke opleiding gevolgd op eerste- of tweedegraads niveau.

Andere medewerkers

Naast de bovengenoemde medewerkers zijn binnen onze school logopedisten, intern begeleiders, een maatschappelijk werker en gedragskundigen werkzaam. Tevens zijn er een klassenassistent en lerarenondersteuners betrokken bij het lesgeven. De leerlingen worden door verschillende leden van het onderwijs ondersteunend personeel begeleid bij praktische vaardigheden. De stagecoördinator legt de contacten tussen school en bedrijfsleven. Verder beschikt de school over administratief medewerkers, managementondersteuning en conciërges. Van het totaal van ruim 50 medewerkers zijn 10 medewerkers doof (20%).

Taakverdeling binnen het team

Mentoraat

Iedere leerling/elke groep heeft een eigen mentor. Hij of zij begeleidt de individuele leerling en heeft extra aandacht voor het sociaal functioneren en welbevinden van de leerling in de groep en in de school. De mentor is de eerste schakel in het contact tussen ouders/verzorgers en school. In het mentoruur (één lesuur per week) bespreekt de mentor met de leerling(en) diverse onderwerpen die het dagelijks (school-) leven beïnvloeden, zoals het onderwijsleerproces, het sociaal-emotioneel functioneren en het functioneren van de leerling als lid van de groep. Tussen de mentoren vindt regelmatig overleg plaats. De mentor heeft een spilfunctie in het zorgsysteem van de school.

Intern begeleider

Het werkterrein omvat het onderwijsaanbod en de organisatie daarvan. De intern begeleider speelt een belangrijke rol ten aanzien van plaatsing binnen de school, het opstellen van ontwikkelingsperspectieven, het systematisch in kaart brengen van de vorderingen van de leerlingen en het vormgeven aan eventuele aanpassingen ten aanzien van het onderwijsaanbod.

Decanaat

De schooldecaan ondersteunt de leerlingen, in samenspraak met de ouders/verzorgers, bij de opleidingskeuze zowel binnen de school als ten aanzien van de vervolgopleidingen. Er is een decaan voor arbeid/dagbesteding en een decaan voor vervolgonderwijs werkzaam in de school.

Stage-coördinatie

Binnen de school worden de stages gecoördineerd door een stage-coördinator. De stagedocenten begeleiden de leerlingen tijdens hun stages, doen arbeidskundig onderzoek en geven intervisielessen. Stages vormen een belangrijk onderdeel in het aanbod van arbeid/dagbesteding (arbeidstoeleiding) en vervolgonderwijs. Er is een nauwe samenwerking tussen de stagedocenten, logopedie, de vakdocenten en de mentor van een leerling.

Logopedie

Op de school is een team van logopedisten werkzaam. De logopedist onderzoekt waar problemen bestaan op het gebied van spraak en/of taal en wat dit betekent voor de communicatieve redzaamheid van de leerling. Logopedie op de Guyotschool voor VSO heeft een tweezijdig doel: 

  • het communicatief redzaam maken van de leerling om deel te kunnen nemen aan de maatschappij;
  • invloed op een optimaal onderwijsaanbod voor de leerling om goed deel te kunnen nemen aan het onderwijs in de klas. 

Tijdens de logopedische behandelingen wordt er aandacht besteed aan een praktische toepassing van spreken, spraakafzien, horen, stemgebruik en taal of op het compenseren bij onvoldoende beheersing van deze vaardigheden. De logopedisten oefenen deze vaardigheden binnen een oefensituatie, maar soms ook buiten de school (bijvoorbeeld naar de winkel gaan, iets bestellen in een restaurant). Daarnaast is er aandacht voor taalstimulatie om de lesstof beter te kunnen begrijpen, te integreren en toe te kunnen passen. Hierbij kan gedacht worden aan lexiconuitbreiding (van bijvoorbeeld schooltaalwoorden), het verbeteren van de zinsbouw en het vergroten van tekstbegrip. 

Naast de individuele logopedie wordt er aan bepaalde klassen ook groepslogopedie gegeven. Tevens wordt de communicatieve redzaamheid naar en op stage gestimuleerd, geoefend en bijgestuurd. Er is een nauwe samenwerking tussen logopedist en de (stage)docent.

Voor elke leerling worden maximaal 2 handelingsdoelen opgesteld waar gedurende het schooljaar aan wordt gewerkt. Er is afstemming tussen de leerling, de logopedist, (vak)docenten en soms ook de intern begeleider of ouders over de invulling van de logopedische behandeling. Zo kan er bijvoorbeeld rekening worden gehouden met sectorkeuzes, thema’s in de klas, gebruikte lesmethoden of het uitstroomperspectief. Afhankelijk van de hulpvraag wordt het aantal keer individuele logopedie vastgesteld, variërend van 1 tot maximaal 2 keer per week. Bij hoge uitzondering maximaal 3 keer. De logopedie vindt meestal plaats onder schooltijd, waarbij rekening wordt gehouden met het lesrooster. Er is echter ook de mogelijkheid voor logopedie na schooltijd. 

De logopedische testgegevens en de doelen worden opgenomen in het OPP van de leerling en worden aan het eind van elk schooljaar geëvalueerd en bijgesteld. Tijdens contactavonden hebben ouders/verzorgers de gelegenheid om met de logopedist te spreken over de logopedische behandeling van hun zoon of dochter.

Schoolmaatschappelijk werker

De school heeft een schoolmaatschappelijk werker die de ouderbegeleiding verzorgt. U kunt hierbij denken aan praktische zaken zoals het regelen van het leerlingenvervoer via uw gemeente, kinderbijslag, huisvesting, logeeropvang, begeleiding thuis voor uw zoon of dochter, ouderverenigingen, communicatiecursussen enzovoort. Soms zijn er andere vragen vanuit de opvoeders of de thuissituatie, zoals een probleem of een steeds terugkerende vraag waar nog geen oplossing voor gevonden is. Denk bijvoorbeeld aan opvoedingsvragen rond de puberteit, wanneer uw kind moeite heeft om naar school te gaan, ruzie met vrienden of een moeilijke thuissituatie heeft. Schoolmaatschappelijk werk brengt dit in kaart en zoekt samen met u naar een oplossing. In deze situaties kan er, indien u dit wenst, ouderbegeleiding worden gegeven door de schoolmaatschappelijk werker. Zo kan er een huisbezoek worden gepland waarbij u in een (beperkt) aantal gesprekken weer volledig op eigen kracht verder kunt. Na deze ondersteuning is er vaak snel een verbetering zichtbaar in de thuissituatie, wat bovendien een positief effect heeft op de leerprestaties en de ontwikkeling van uw zoon of dochter. 

De schoolmaatschappelijk werker vervult ook een brugfunctie wanneer het gaat om de afstemming tussen thuis en school. Wanneer u vragen of zorgen heeft over uw kind of zaken wilt bespreken die niet direct het onderwijs betreffen kunt u hierover contact opnemen. De basis van de gesprekken met de ouderbegeleider is dat uw privacy voorop staat. Een schoolmaatschappelijk werker heeft geheimhoudingsplicht voor gevoelige informatie.

De schoolmaatschappelijk werker maakt deel uit van de Commissie van Leerlingenzorg (CvL). In sommige gevallen neemt de schoolmaatschappelijk werker zelf contact op met een ouder of verzorger naar aanleiding van een zorg die is uitgesproken in de CvL. 

Voor al uw vragen betreffende informatie, advies en ondersteuning ten behoeve van uw zoon of dochter kunt u rechtstreeks contact opnemen of via de het secretariaat van de school. De schoolmaatschappelijk werker, de heer N. (Norbert) Storm is te bereiken van maandag tot en met vrijdag via telefoonnummer 06 54 752 578.

Rondleiding en inschrijven op onze school

We nodigen u van harte uit voor een oriëntatiebezoek, bijvoorbeeld op onze open dag. We laten u graag de school zien en vertellen over onze uitgangspunten en doelstellingen. Verder wordt enkele weken na de open dag een meeloopdag voor de nieuwe leerlingen georganiseerd. Na de formele inschrijving, op grond van de beschikking van de Commissie van Onderzoek (CvO), wordt u uitgenodigd voor een intakegesprek.