Zorg voor de leerlingen

Leerlingenzorg

Ontwikkelingsperspectief: de doelen van ons onderwijs

We vinden het heel belangrijk dat uw kind zich goed kan ontwikkelen. Daarom stellen we voor elke leerling binnen zes weken na inschrijving het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) op. Hierin beschrijven we de ontwikkelingsmogelijkheden van uw kind en de doelen die we samen willen halen aan het einde van de schoolloopbaan. We overleggen natuurlijk met u en krijgen voor het opstellen van het ontwikkelingsperspectief ook advies van de Commissie van Onderzoek. Daarnaast wordt er aan het eind van de onderbouw een voorspelling gedaan over het verwachte uitstroomniveau naar het voortgezet onderwijs. Ook beschrijven we wat nodig is om deze doelen te bereiken. Door aan het begin van de schooltijd in cluster 2 een ontwikkelingsperspectief te maken, belooft de school om met onderwijs en begeleiding de mogelijkheden van uw kind zo goed mogelijk te laten groeien. 

De school volgt daarna of uw kind zich volgens het ontwikkelingsperspectief blijft ontwikkelen en maakt op basis hiervan beredeneerde keuzes in het onderwijs- en leerstofaanbod. De onderwijsbehoeften van de leerling staan daarbij centraal, waardoor de ontwikkeling van uw kind zo goed mogelijk wordt gestimuleerd. We evalueren het ontwikkelingsperspectief 2 keer per jaar waarvan minimaal één keer met de Commissie voor de Leerlingenzorg (tijdens de opbrengst besprekingen). We bespreken de bevindingen met u. Jaarlijks wordt u gevraagd dit document te ondertekenen. Bent u het niet eens met het ontwikkelingsperspectief? Dan kunt u terecht bij de afdelingsdirecteur. Komt u er samen niet uit, kijk dan op: www.onderwijsgeschillen.nl/passend-onderwijs/geschillencommissie-passend-onderwijs/.    

Commissie voor de Leerlingenzorg

De persoonlijke zorg en begeleiding voor de leerling komt tot uitdrukking in diagnostiek, onderwijs en zorg. Als bij leerkrachten, ouders of de leerling een hulpvraag bestaat over de begeleiding of het onderwijs, kan de leerling ingetekend worden voor een CvL-bespreking. De Commissie voor de Leerlingenzorg (CvL) bespreekt hulpvragen met leerkrachten en andere medewerkers. De CvL adviseert in aanpak, doet onderzoek en/of observatie. Zij evalueert de voortgang en de resultaten van de afspraken. Daarnaast behandelt de CvL ‘de verzoeken van vrijstelling’ als voor een leerling behandeling onder schooltijd noodzakelijk is.

De CvL bestaat uit de leerkracht, logopedist, psycholoog/orthopedagoog, de schoolmaatschappelijk werker, een intern begeleider en afdelingsdirecteur. De commissie stelt het ontwikkelingsperspectief op en doet handelingsgerichte aanbevelingen. Wanneer het toegekende onderwijsarrangement verlopen is of tussentijds moet worden bijgesteld formuleert de CvL een advies voor de Commissie van Onderzoek. Dit uiteraard in overleg met u.  De CvL begeleidt leerlingen en medewerkers, maar ook ouders, wanneer zij hulpvragen hebben. De korte termijndoelen worden opgenomen in het groepsplan en soms ook in een individueel handelingsplan. De CvL brengt de vorderingen in beeld van zowel uw kind als de opbrengsten van het onderwijs. Dit doet zij zowel op individueel niveau als op groeps- en schoolniveau. Samen met alle andere medewerkers in de school werkt de commissie aan onderwijsvernieuwing.

Opbrengstbesprekingen 

Twee keer per jaar worden de opbrengsten (CITO, SCOL, LVS-CV) per klas besproken met leerkracht, intern begeleider (1 keer per jaar met een MT-lid erbij). Het doel van de besprekingen is om te kijken of de leerlingen zich naar verwachting ontwikkelen. Zo ja, dan is dit een bevestiging dat we de ingeslagen weg door kunnen zetten. Zo nee, dan zal er gekeken moeten worden waardoor dit komt en wat er verder nodig is om het verwachte uitstroomniveau te gaan halen. In een enkel geval kan het voorkomen dat het perspectief naar boven of beneden bijgesteld moet worden. Dit gebeurt dan in een eerstvolgende CvL. Aanpassingen in het uitstroomperspectief worden altijd besproken met ouders.

Leerlingvolgsysteem 

We volgen de ontwikkeling van uw kind planmatig met behulp van methodetoetsen en methode-onafhankelijke toetsen (CITO-toetsen en SCOL). Deze toetsen worden veelal twee keer per jaar afgenomen in januari en juni. Met de CITO-toetsen brengen we de ontwikkeling van uw kind in beeld op het gebied van begrijpend lezen en begrijpend luisteren, rekenen, technisch lezen en spellen. Met de SCOL de ontwikkelingen op het gebied van de sociaal emotionele ontwikkeling. De vorderingen van uw zoon of dochter leggen wij vast in een leerlingvolgsysteem. In het leerlingvolgsysteem brengen we de vorderingen op individueel-, groeps- en schoolniveau in beeld. Tijdens de oudergesprekken wordt u geïnformeerd over de vorderingen van uw kind en wordt er gekeken of de doelen in het ontwikkelingsperspectief behaald zijn. Leerlingen uit de midden- en bovenbouw mogen De De vorderingen in de communicatieve vaardigheden worden inzichtelijk gemaakt in het Leerlingvolgsysteem Communicatieve Vaardigheden (LVS-CV); Het handelingsplan (en de evaluatie) van CV krijgt u twee keer per jaar mee naar huis. daarnaast wordt de communicatieve redzaamheid inzichtelijk gemaakt met logopedische toetsen op het gebied van spraak en taal.   

Medische zorg

Toedienen medicatie

Mocht het zo zijn dat uw kind tijdens de dag medicatie moet innemen dan kunt u dit afstemmen met de desbetreffende leerkracht van uw kind. Wij houden rekening met medische voorschriften als u een medische verklaring aan ons geeft. Dit kan gaan over medicijnverstrekking, allergieën en dergelijke. Medicijnen moeten in het oorspronkelijke doosje zitten met een handleiding erbij.

Wanneer een leerling start met medicatie,  moet u een medicijnformulier in vullen en vragen wij u wijzigingen dit door te geven aan de leerkracht. Wij verstrekken geen medicatie zonder dit formulier. Ieder nieuw schooljaar worden de medicijnformulieren door ouders gecheckt. Leerlingen mogen op school nooit medicatie innemen zonder toezicht.

Wat doen wij bij ongelukjes op school

Ondanks alle toezicht kan niet altijd voorkomen worden dat er vervelende dingen gebeuren met kinderen. Een tand door de lip, een buil op het hoofd: het zijn ongelukjes die ook op school gebeuren.  Meestal kan onze EHBO’er / bhv-er dit behandelen. Indien nodig gaan we naar de Eerste Hulp van het Radboudziekenhuis. Daar waar wij de situatie niet kunnen inschatten, laten wij dit aan deskundigen over. We stellen ouders zo snel mogelijk op de hoogte van de situatie, zodat u mee kunt denken.

 

Schoolarts

In Nijmegen en Groesbeek is de jeugdarts van de GGD verbonden aan Kentalis de TaalSter. Zij sluit een aantal keren per jaar aan bij de CVL om in ieder geval de nieuwe leerlingen te bespreken. Hiervoor vragen wij u om toestemming. De jeugdarts heeft als taak het onderzoeken van kinderen op medisch gebied. Als een kind eenmaal op school zit, zorgt de jeugdarts voor de begeleiding van de groei en ontwikkeling op medisch gebied. Wanneer komen kinderen bij de jeugdarts? Kinderen (en hun ouders) kunnen een uitnodiging voor onderzoek of een gesprekje krijgen: •    bij de toelatingsprocedure •    als het kind pas op school zit en de laatste tijd niet onderzocht is door een schoolarts •    rond de leeftijd van elf jaar •    bij vragen of klachten van ouders of groepsleerkracht.

Wat doet de arts tijdens het onderzoek?

Tijdens het onderzoek bekijkt de jeugdarts onder andere het zien (de ogen), het gehoor (de oren), de motoriek en de houding en luistert naar hart en longen. Naast het lichamelijk onderzoek komen ook onderwerpen als eten en slapen, hobby’s en bijvoorbeeld zindelijkheid ter sprake. Het onderzoek is dus gericht op het totale functioneren van het kind. Verder zorgt de arts ervoor dat van ieder kind in het leerlingvolgsysteem een samenvatting komt van de medische gegevens voor de groepsleerkracht. De schoolarts kan op verzoek van ouders of de groepsleerkracht contact opnemen met andere artsen of paramedici die uw kind hebben onderzocht of onder controle hebben. Zie voor meer: https://ggdgelderlandzuid.nl/. 

Verder wordt er tijdens zo’n onderzoek wel eens met de ouders afgesproken dat het kind nog eens terug moet komen voor een controle om bijvoorbeeld de ogen test nog eens te herhalen of om nog eens te kijken naar de groei. Deze controles gebeuren meestal zonder de aanwezigheid van ouders. Ouders krijgen via hun kind een briefje mee met de uitslag van de controle.