Onderwijsprogramma en activiteiten

Vakken

Conform de eisen die de kwaliteitswet VSO stelt, verzorgen wij het onderwijs volgens het onderstaande schema

Uitstroomprofiel Vervolgonderwijs

Uitstroomprofiel Arbeid

Uitstroomprofiel Dagbesteding

Nederlands

Nederlands

Nederlands

Engels & Duits

Engels

 

Mens & Maatschappij

Mens & Maatschappij

Mens en Maatschappij

Mens, natuur en techniek

Mens, natuur en techniek

Mens, natuur en techniek

Rekenen/wiskunde

Rekenen

Rekenen

Kunst en cultuur

Creatieve expressie en culturele vorming

Creatieve expressie en culturele vorming

Bewegen en sport

Bewegen en sport

Bewegen en sport

 

Voorbereiding op arbeid

Voorbereiding op arbeid

Het Kentalis Maatman College kent binnen het uitstroomprofiel Vervolgonderwijs 2 leerroutes

  1. Leerroute MBO1
  2. Leerroute VMBO 

Binnen de leerroute VMBO bieden we de niveaus VMBO Basis, VMBO kader, VMBO Gemengde leerweg/ Theoretische leerweg aan. 

Uitstroomprofiel vervolgonderwijs leerroute MBO1

Uitleg leerroute MBO1 

De 5-jarige MBO1 opleiding (in samenwerking met het ROC van Twente) leidt op tot assistent-niveau. Het behalen van het diploma geeft in principe recht om door te stromen naar een MBO-2- opleiding. In bepaalde gevallen (o.a. beïnvloed door didactisch niveau, beroepshouding en communicatie) biedt een vervolg in het uitstroomprofiel arbeid een passender perspectief. In het examenjaar moeten de leerlingen bij aanvang van het schooljaar minimaal 16 jaar oud zijn. 

Leerroute

Leerlingkenmerken leerroute MBO1

Kernwoord en omschrijving

  1. Opname leerstof: De leerling kan met gerichte hulp aangeboden leerstof en kennis opnemen, onthouden en herkennen.
  2. Reproductie: De leerling kan het geleerde reproduceren door uit de leerstof het belangrijkste op te noemen of op te schrijven of door een soortgelijke opdracht te maken.
  3. Overdracht: De leerling kan in eigen woorden kleine stukken lesstof uiteggen aan leerlingen. Hij krijgt hierbij hulp in de vorm van vaste aanwijzingen.
  4. Toepassingen: De leerling kan een werkwijze die is aangeleerd toepassen in een bekende situatie Hij kan een eenvoudige verklaring geven voor een verschijnsel.
  5. Concentratie: De leerling kan over een korte spanningsboog beschikken. Dat blijkt met name bij de vakken waar hogere eisen gesteld worden aan de cognitieve vaardigheden, met name bij avo-vakken. De leerling is vooral praktisch georiënteerd.
  6. Sociale omvang: De leerling is gevoelig voor de manier van omgang met de leraar. Hij reageert persoonsgebonden. Hij heeft behoefte aan duidelijke regels en structuur en aan bevestiging en complimentjes als het goed gaat. Hij kan samenwerken met klasgenoten, maar heeft hulp nodig bij het oplossen van meningsverschillen. Hij functioneert het beste in een vertrouwde omgeving.
  7. Planmatig werken: De leerling heeft behoefte aan herkenbare, korte en gestructureerde opdrachten. Met een duidelijk stappenplan erbij kan hij aan deze opdrachten individueel werken. Ondersteuning bij de uitvoering van de opdrachten is bijna altijd nodig. De leerling is in staat uit eenvoudige bronnen gegevens op te zoeken en over te nemen. Daarbij kiest hij met hulp een geschikte strategie. Hij kan (met hulp) een planning maken voor het leren voor een korte, overzichtelijke periode.
  8. Taalvaardigheid: De leerling kan eenvoudige teksten lezen over alledaagse onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld. De teksten zijn eenvoudig van structuur, de informatie is herkenbaar geordend.  De teksten hebben een lage informatiedichtheid en bestaan voornamelijk uit frequent gebruikte (of voor leerlingen alledaagse) woorden. 
  9. Rekenvaardigheid: De leerling kan, met hulp, eenvoudige rekenvaardigheden toepassen zoals hoofdrekenen, rekenregels gebruiken, meten en schatten. 
  10. Beroepsvaardigheid: De leerling kan de volgende beroepsvaardigheden gaan beheersen: 
  11. Verantwoordelijkheid: De leerling durft hulp te vragen indien hij er niet uitkomt. De leerling kan eenvoudige werkzaamheden uitvoeren onder begeleiding.  
  12. Complexiteit: De leerling past  routines en standaardprocedures toe.
  13. Transfer: De leerling kan binnen de werksituatie de kennis uit de theorielessen toepassen en eenvoudige vaardigheden binnen een stabiele omgeving uitvoeren. 

Opmerkingen

De Commissie voor Leerlingbegeleiding neemt bovenstaande factoren en het advies van de basisschool als uitgangspunt bij plaatsing in MBO-1. De Commissie voor Leerlingbegeleiding heeft de mogelijkheid om onderbouwd af te wijken van de criteria en het advies. 

Stage 

De leerlingen starten in het derde leerjaar met 1 dag in de week stage. Deze stage zal een oriënterende stage zijn waarbij vooral gewerkt wordt aan algemene competenties op het gebied van werk. In het vierde leerjaar zal bij de keuze van de stage rekening gehouden met het gekozen profiel. De leerlingen lopen 2 dagen in de week stage. In het vijfde leerjaar blijft de stage 2 dagen in de week. De stage zal dan plaats moeten vinden bij een erkend leerbedrijf passend bij het gekozen profiel. 

Profielen

Binnen het Kentalis Maatman College worden er twee profielen voor MBO-1 aangeboden, namelijk:

  1. Assistent horeca, voeding of voedingsmedewerker; De Assistent horeca, voeding of voedingsmedewerker helpt mee om voedingsproducten voor te bereiden. Hij/zij bewerkt en verpakt ze of vult de voorraad aan. Dat doet hij/zij bijvoorbeeld in de voedingsindustrie voor mens of dier. Of in de horeca, zoals bij een restaurant, zalencomplex of cateringbedrijf. Hij/zij  kan ook in de sector brood en banket werken. Denk aan een supermarkt, een ambachtelijke brood- of banketbakkerij of bij een patisserie. In dat geval werkt hij/zij in de ruimte achter de winkel. Een assistent horeca, voeding of voedingsmedewerker heeft vooral een assisterende functie. 
  2. Assistent Mobiliteitsbranche; De Assistent Mobiliteitsbranche werkt bij bedrijven die voertuigen verkopen, poetsen, verhuren of repareren. Hij/zij controleert, onderhoudt, repareert en herstelt bijvoorbeeld auto's, motoren of fietsen. Schoonmaken en poetsen doet hij/zij ook. Meestal is de assistent mobiliteitsbranche in de werkplaats aan de slag, maar soms ook op locatie bij klanten.

Hij/zij kan werk vinden in werkplaatsen van bedrijven in de mobiliteitsbranche. Daarbij kan gedacht worden aan onder meer banden- en wielservice bedrijven, personenwagenbedrijven, schadeherstelbedrijven en tweewielerbedrijven. Een assistent mobiliteitsbranche heeft vooral een assisterende functie.

Keuze

Voor aanvang van het vierde leerjaar kiest de leerling één van de twee profielen. Wanneer de leerling het examen heeft behaald, ontvangt de leerling een officieel MBO-1 diploma. Met dit diploma kan de leerling doorstromen naar alle opleidingen op MBO-niveau 2. De profielkeuze heeft hier geen invloed op. 

Curriculum

De eerste drie leerjaren van de leerroute MBO-1 bestaan uit theorie- en praktijkvakken. De theorievakken worden gegeven op het niveau van het VMBO-BB. 

Na het tweede leerjaar moeten de leerlingen een keuze maken tussen Duits of NASK en tussen Techniek of Groen. De keuze wordt gemaakt in samenwerking met ouders, leerling en school en zal afhankelijk zijn van resultaten, motivatie en interesse. 

Het vierde leerjaar zal bestaan uit voorbereiding op het examenjaar. Voor aanvang van het vierde leerjaar kiest de leerling één van de twee profielen. De leerlingen lopen 2 dagen stage en gaan 3 dagen in de week naar school. De schooldagen zullen bestaan uit theorievakken, praktijkvakken en eventueel beroepsgerichte certificaten zoals bijvoorbeeld CVA en heftruckrijbewijs. 

In het vijfde jaar (examenjaar) volgen we het programma behorende bij het de examinering van het ROC van Twente. 

Organisatie leerroute MBO1

1

5 dagen les theorie en praktijk Maatman College

2

5 dagen les theorie en praktijk Maatman College

3

4 dagen les theorie en praktijk Maatman College

1 dag stage

4

3 dagen les theorie en praktijk Maatman College

2 dagen stage

5

3 dagen les theorie en praktijk Maatman College

2 dagen stage

Overgangsnormen

Overgangsnormen voor alle leerjaren leerroute MBO1 Leerlingen in de leerroute worden bevorderd naar het volgende leerjaar als zij aan het eind van het leerjaar, op het rapport, bij het voortschrijdend gemiddelde:

  • in de vakken Nederlands, Wiskunde en Engels maximaal één onvoldoende, niet lager dan een 5 hebben.
  • bij de overige vakken niet meer dan 2 tekorten hebben, waarbij een 4 telt voor 2 tekorten en een 5 voor 1 tekort. 

Verder geldt dat de leerling vanaf het derde jaar de stage met een voldoende af moet hebben afgesloten. De AMN en Cito VAS worden meegenomen in de beoordeling, maar zijn niet bindend. 

Doorstromen naar leerroute VMBO Basi

Leerlingen kunnen eventueel na het eerste leerjaar doorstromen naar de leerroute VMBO BB. Leerlingen worden besproken om door te stromen naar de leerroute VMBO BB indien aan onderstaande twee criteria is voldaan:

  • voor de vakken Nederlands, Wiskunde, Engels en Biologie staat de leerling een 7 of hoger; 
  • het gemiddelde van alle overige vakken is minimaal een 7.

De leerlingen die aan bovenstaande criteria voldoen worden tijdens de rapportbespreking besproken aan de hand van onderstaande criteria: 

  • er moet een positieve studiehouding zijn;
  • de leerling moet sociaal-emotioneel en communicatief in staat zijn om zich binnen de symbioseschool staande te houden; 
  • de resultaten op de Cito VAS en de AMN laten voldoende groei en mogelijkheden zien;
  • de leerling voldoet aan de criteria die gelden voor VMBO Basis.

De vakdocenten en de betrokken logopedist schrijven aan de hand van de bevindingen een advies aan de Commissie van Leerlingbegeleiding en deze commissie komt met een bindend advies. Dit bindend advies gaat naar ouders en leerling. 

Doubleren of afstromen 

Indien de leerling niet aan de overgangseisen voldoet dan krijgt de leerling een advies vanuit de Commissie van Leerlingbegeleiding. Dit advies wordt door de mentor en de intern begeleider met de leerling en ouders besproken.   Het advies kan zijn:

  • Afstromen naar het uitstroomprofiel arbeid en doorstromen naar het volgende leerjaar. 
  • Doubleren.

Uitstroomprofiel vervolgonderwijs leerroute VMBO

Uitleg leerroute VMBO  

De 4-jarige VMBO opleiding leidt op tot een diploma op Basis, Kader of Theoretische leerweg. Het behalen van het diploma geeft in principe recht om door te stromen respectievelijk naar een MBO-2, MBO-3, MBO-4 of HAVO opleiding.  Leerroute VMBO in schema leerroute

Leerling kenmerken leerroute VMBO basis

De 4-jarige VMBO opleiding leidt op tot een diploma Basis Beroeps gerichte leerweg. Het behalen van het diploma geeft in principe recht om door te stromen respectievelijk naar een MBO-2 opleiding van het ROC.

Kernwoord en omschrijving

  1. Opname leerstof: De leerling kan met gerichte hulp aangeboden leerstof en kennis opnemen, onthouden en herkennen.
  2. Reproductie: De leerling kan het geleerde reproduceren door uit de leerstof het belangrijkste op te noemen of op te schrijven of door een soortgelijke opdracht te maken.
  3. Overdracht: De leerling kan in eigen woorden kleine stukken lesstof uitleggen aan leerlingen. Hij krijgt hierbij hulp in de vorm van vaste aanwijzingen.
  4. Toepassingen: De leerling kan een werkwijze die is aangeleerd toepassen in een bekende situatie Hij kan een eenvoudige verklaring geven voor een verschijnsel.
  5. Concentratie: De leerling heeft over het algemeen een korte spanningsboog. Dat blijkt met name bij de vakken waar hogere eisen gesteld worden aan de cognitieve vaardigheden, met name bij avo-vakken. De leerling is vooral praktisch georiënteerd.
  6. Sociale omvang: De leerling is gevoelig voor de manier van omgang met de leraar. Hij reageert persoonsgebonden. Hij heeft behoefte aan duidelijke regels en structuur en aan bevestiging en complimentjes als het goed gaat. Hij kan samenwerken met klasgenoten, maar heeft hulp nodig bij het oplossen van meningsverschillen. Hij functioneert het beste in een vertrouwde omgeving.
  7. Planmatig werken: De leerling heeft behoefte aan herkenbare, korte en gestructureerde opdrachten. Met een duidelijk stappenplan erbij kan hij aan deze opdrachten individueel werken. Ondersteuning bij de uitvoering van de opdrachten is bijna altijd nodig. De leerling is in staat uit eenvoudige bronnen gegevens op te zoeken en over te nemen. Daarbij kiest hij met hulp een geschikte strategie. Hij kan (met hulp) een planning maken voor het leren voor een korte, overzichtelijke periode.
  8. Taalvaardigheid: De leerling kan eenvoudige teksten lezen over alledaagse onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld. De teksten zijn eenvoudig van structuur, de informatie is herkenbaar geordend.  De teksten hebben een lage informatie dichtheid en bestaan voornamelijk uit frequent gebruikte (of voor leerlingen alledaagse) woorden. 
  9. Rekenvaardigheid: De leerling kan, met hulp, eenvoudige rekenvaardigheden toepassen zoals hoofdrekenen, rekenregels gebruiken, meten en schatten. 
  10. Beroepsvaardigheid: De leerling kan de volgende beroepsvaardigheden gaan beheersen: Verantwoordelijkheid: De leerling durft hulp te vragen indien hij er niet uitkomt. De leerling kan eenvoudige werkzaamheden uitvoeren onder begeleiding.  Complexiteit: De leerling past  routines en standaardprocedures toe.Transfer: De leerling kan binnen de werksituatie de kennis uit de theorielessen toepassen en eenvoudige vaardigheden binnen een stabiele omgeving uitvoeren. 

Leerling kenmerken leerroute VMBO kader

De 4-jarige VMBO opleiding leidt op tot een diploma Kader Beroeps gerichte leerweg. Het behalen van het diploma geeft in principe recht om door te stromen naar een MBO-3 opleiding van het ROC.

Kernwoord en omschrijving

  1. Opname leerstof: De leerling kan met beperkte hulp aangeboden leerstof en kennis opnemen, onthouden en herkennen. Hij kan elementaire verbanden leggen tussen aangeboden leerstof.
  2. Reproductie: De leerling kan het geleerde reproduceren door uit de leerstof het belangrijkste op te noemen of te schrijven of door een soortgelijke opgave of taak te maken. Hij kan het geleerde op eigen manier weergeven bijvoorbeeld door het in eigen woorden te zeggen of samen te vatten.
  3. Overdracht: De leerling kan in eigen woorden de leerstof uitleggen aan anderen. Hij kan hierbij gebruik maken van een stappenplan.
  4. Toepassing: De leerling kan een werkwijze die is aangeleerd toepassen in een bekende situatie. Ook kan hij het geleerde in een nieuwe situatie toepassen, bijvoorbeeld door gegevens in een nieuwe leersituatie of in een verslag van een practicum te verwerken. Hij kan met enige hulp een werkzame oplossingsmethode kiezen. Hij kan een eenvoudige verklaring geven voor een verschijnsel.
  5. Concentratie: De leerling kan zich over het algemeen gedurende langere tijd concentreren op een instructie, opdracht of taak. Met enige zelfdiscipline kan hij zich ook inzetten voor vakken die hem minder interesseren. Voor zijn manier van leren is het van belang dat hem structuur en duidelijke regels gegeven worden in de onderwijsleersituatie.
  6. Sociale omgang: De leerling kan goed samenwerken met meerdere klasgenoten. Hij functioneert ook in een veranderde omgeving.
  7. Planmatig werken: De leerling kan zelfstandig werken binnen de kaders van duidelijke en herkenbare opdrachten. De opdrachten kunnen van enige omvang zijn. Hij is in staat uit eenvoudige bronnen gericht informatie te halen. Hij heeft baat bij heldere leerstrategieën, maar kan ook op zoek gaan naar een eigen strategie om een probleem op te lossen. Hij kan een planning maken voor het leren voor een korte, overzichtelijke periode.
  8. Taalvaardigheden: De leerling beheerst elementaire taalvaardigheden zoals begrijpend lezen en studerend lezen van teksten uit schoolboeken op zijn niveau en het schrijven van [werk]verslagen. De teksten kunnen in beperkte mate complex zijn met een redelijke informatie dichtheid.
  9. Rekenvaardigheden: De leerling kan rekenvaardigheden toepassen, zoals hoofdrekenen, rekenregels gebruiken, meten en schatten.
  10. Beroepsvaardigheden: De leerling kan de volgende beroepsvaardigheden gaan beheersen: Verantwoordelijkheid: De leerling kan een werkplan opstellen, zelfstandig uitvoeren en evalueren.Werkbegeleiding geven: De leerling kan werken volgens routines en kan standaardprocedures en gecombineerde standaardprocedures uitvoeren.Transfer: De leerling beschikt over beroepsgerichte kennis en vaardigheden en context gebonden vaardigheden.

Leerlingkenmerken leerroute VMBO theoretische leerweg 

De 4-jarige VMBO opleiding leidt op tot een diploma Theoretisch gerichte leerweg. Het behalen van het diploma geeft in principe recht om door te stromen respectievelijk naar een MBO-4 opleiding van het ROC of HAVO-opleiding..

Kernwoord en omschrijving

  1. Opname leerstof: De leerling kan aangeboden leerstof of zelf verkregen kennis opnemen, onthouden en herkennen. Hij kan verbanden leggen tussen kennisaspecten.
  2. Reproductie: De leerlíng kan het geleerde reproduceren door uit de leerstof het belangrijkste op te noemen of op te schrijven of door een soortgelijke opgave of taak te maken. Hij kan het geleerde op eigen manier weergeven, samenvatten en uit het geleerde conclusie trekken. Dit kan als antwoord op letterlijke vragen, maar ook als antwoord op complexere (open en op uitleg en begrip gerichte) vragen.
  3. Overdracht: De leerling kan op eigen wijze de leerstof in logische samenhang uitleggen aan andere leerling.    
  4. Toepassing: De leerling kan het geleerde in een nieuwe situatie toepassen of op een andere manier gebruik maken van het geleerde door het in een "open situatie" te gebruiken. Dat wil zeggen in een onbekende situatie of binnen een geheel nieuw probleem het geleerde gebruiken. Hij kan zelf een werkzame oplossingsmethode kiezen en een verklaring geven voor een verschijnsel.
  5. Concentratie: De leerling kan zich over het algemeen zonder al te veel problemen langere tijd op een instructie, opdracht of taak concentreren bij de vakken die hogere eisen stellen aan cognitieve vaardigheden zoals avo-vakken. Hij is in staat zich in te zetten voor vakken die hem minder interesseren.
  6. Sociale omgang: De leerling kan goed samenwerken en daarin ook een leidende rol pakken. Hij staat open voor de mening van anderen en draagt bij aan een gestructureerd overleg. Hij functioneert goed in een veranderde omgeving. Hij kan zich aanpassen.
  7. Planmatig werken: De leerling kan zelfstandig werken aan duidelijke en herkenbare opdrachten. De opdrachten kunnen van behoorlijke omvang zijn. Hij is in staat uit bronnen doelgericht informatie te halen. Daarbij kiest hij - eventueel met hulp - een geschikte strategie om een leerprobleem op te lossen. Hij ziet overeenkomsten en samenhang in informatie. Hij kan nagaan of de informatie bruikbaar is gezien het doel. De leerling kan een werkplanning maken en een planning voor het leren voor een langere periode.
  8. Taalvaardigheden: De leerling kan begrijpend en studerend lezen, zowel ten aanzien van teksten uit schoolboeken als teksten uit andere bronnen. De teksten kunnen complex zijn met een redelijke informatie dichtheid. Hij is in staat [werk]verslagen te schrijven en een [sector] werkstuk te maken. 
  9. Rekenvaardigheden: De leerling kan zelfstandig rekenvaardigheden toepassen, zoals hoofdrekenen, rekenregels gebruiken, meten en schatten. 
  10. Beroepsvaardigheden: De leerling kan de volgende beroepsvaardigheden gaan beheersen: Verantwoordelijkheid: De leerling is in staat om zelfstandig activiteiten en werkzaamheden te plannen. Hij neemt verantwoordelijk voor de organisatie van het werk binnen de werkeenheid en kan werkbegeleiding aan starters geven; Complexiteit: De leerling heeft snel inzicht en overzicht en kan plannen volgens standaardprocedures; Transfer: De leerling beschikt over beroeps specifieke kennis en vaardigheden en beroepsonafhankelijke kennis en vaardigheden. Opmerkingen: Voor alle leerroutes geldt dat de Commissie voor Leerlingbegeleiding bovenstaande factoren en het advies van de basisschool als uitgangspunt neemt bij plaatsing. De Commissie voor Leerlingbegeleiding heeft de mogelijkheid om onderbouwd af te wijken van de criteria en het advies. 

Overgangsnormen

Leerjaar 1 BB/KB/TL

Leerlingen in de leerroute worden bevorderd naar leerjaar 2 als zij aan het eind van het leerjaar, op het rapport, bij het voortschrijdend gemiddelde:

  • in de vakken Nederlands, Wiskunde en Engels maximaal één onvoldoende, niet lager dan een 5 hebben.
  • bij de overige vakken niet meer dan 2 te korten zijn, waarbij een 4 telt voor 2 te korten en een 5 voor 1 tekort. 

Leerjaar 2 BB/KB/TL

Leerlingen in de leerroute worden bevorderd naar leerjaar 3 in dezelfde leerweg als zij aan het eind van het leerjaar, op het rapport, bij het voortschrijdend gemiddelde:

  • geen cijfers lager dan een 6 hebben op de gekozen profielvakken. 
  • bij de overige vakken niet meer dan 2 te korten zijn, waarbij een 4 telt voor 2 te korten en een 5 voor 1 tekort. 

Daarnaast is er een bindend positief advies vanuit de rapportvergadering bespreking voor de verplichte vakken in het gekozen profiel en heeft de leerling minimaal 16 uur Maatschappelijke Stage positief afgerond.

Leerjaar 3 BB/KB/TL

Leerlingen in de leerroute worden bevorderd naar leerjaar 4 in dezelfde leerweg als zij aan het eind van het leerjaar:

  • Voldoen aan de overgangscriteria van de symbioseschool. Deze overgangscriteria worden aan het begin van het schooljaar kenbaar gemaakt tijdens de kennismakingsavond. 

Opstromen 

Leerlingen kunnen alleen na het eerste of tweede leerjaar opstromen naar een hoger niveau. Leerlingen worden besproken om bevorderd te worden naar een hogere leerroute (kb of tl ) indien aan onderstaande twee criteria is voldaan:

  • het gemiddelde van het voortschrijdend gemiddelde van alle vakken moet minimaal een 7,5 zijn;
  • het gemiddelde van het voortschrijdend gemiddelde voor de vakken Nederlands, Wiskunde, Engels en Biologie moet minimaal een 8,0 zijn. 
  • De leerlingen die aan bovenstaande criteria voldoen worden tijdens de rapportbespreking besproken aan de hand van onderstaande twee aanvullende criteria: 
  • er moet een positieve studiehouding zijn;
  • de leerling moet sociaal-emotioneel en communicatief in staat zijn om zich binnen het hogere niveau staande te houden. 
  • D de resultaten op de Cito VAS en de AMN laten voldoende groei en mogelijkheden zien. 
  • De vakdocenten en de betrokken logopedist schrijven aan de hand van de bevindingen een advies aan de commissie van leerlingbegeleiding en deze commissie komt met een bindend advies over het eventueel opstromen naar een hoger niveau. Dit bindende advies gaat naar ouders en leerling. 

Doubleren of afstromen 

Indien de leerling niet aan de overgangseisen voldoet dan krijgt de leerling een advies vanuit de Commissie van Leerlingbegeleiding. Dit advies wordt door de mentor en de intern begeleider met de leerling en ouders besproken.   Het advies kan zijn:

  • Afstromen naar een lager niveau en doorstromen naar het volgende leerjaar. 
  • Doubleren

Profielen / organisatie 3e/4e jaar

In het tweede leerjaar zal de leerling in samenspraak met ouders en school een profielkeuze moeten maken. De leerlingen volgen de praktijkvakken die bij een profiel past van een symbioseschool en de theoretische vakken op het Kentalis Maatman College.  Op het Maatman College werken we nauw samen met het Zone College en het Bonhoeffer College, beide gevestigd in Enschede. 

Bonhoeffer College / Profiel MVI (Media, Vormgeving en ICT)

Derde leerjaar

Periode 1

Profiel vak

Profiel vak

Profiel vak

Theorie Maatman College

Periode 2

Profiel vak

Profiel vak

Profiel vak

Theorie Maatman College

Periode 3

Profiel vak

Profiel vak

Profiel vak

Theorie Maatman College

Periode 4

keuzevak

keuzevak

keuzevak

Theorie Maatman College

Vierde leerjaar

Periode 1

Profiel vak

Profiel vak

Profiel vak

Theorie Maatman College

Periode 2

Profiel vak

Profiel vak

Profiel vak

Theorie Maatman College

Periode 3

Examentraining profiel

Examentraining profiel

Examentraining profiel

Theorie Maatman College

Periode 4

SCPE Examen

SCPE Examen

SCPE Examen

SCPE Examen

Theorievakken

Profiel- en keuzevakken:

Nederlands

Audiovisuele vormgeving en productie

Engels

2D- en 3D- vormgeving en productie

Wiskunde

ICT

Natuurkunde

Interactieve vormgeving en productie

Maatschappijleer 1

Fotografie

Culturele en Kunstzinnige vorming (CKV)

Game-design

Lichamelijke opvoeding

 

Het profiel MVI  bestaat uit 8 vakken, vier vastgestelde profielvakken en vier beroepsgerichte keuzevakken. 

Zone College / Profiel Gezonde Wereld

Derde leerjaar

Periode 1

Profielvak

Thema

Profielvak

Thema

Profielvak

Thema

Theorie Maatman College

Periode 2

Profielvak

Thema

Profielvak

Thema

Profielvak

Thema

Theorie Maatman College

Periode 3

Profielvak

Thema

Profielvak

Thema

Profielvak

Thema

Theorie Maatman College

Periode 4

Profielvak

Thema

Profielvak

Thema

Profielvak

Thema

Theorie Maatman College

Vierde leerjaar

Periode 1

Profielvak

Thema

Profielvak

Thema

Profielvak

Thema

Theorie Maatman College

Periode 2

Profielvak

Thema

Profielvak

Thema

Profielvak

Thema

Theorie Maatman College

Periode 3

Profielvak

Thema

Profielvak

Thema

Profielvak

Thema

Theorie Maatman College

Periode 4

SCPE EXAMEN

SCPE EXAMEN

SCPE EXAMEN

Theorie Maatman College

 

Theorievakken

Profiel-thema’s

Nederlands

Het zal mij een biet zijn

Engels

Heel Zone bakt

Wiskunde

Ik voel me kiplekker

Natuurkunde

Puur natuur

Maatschappijleer 1

De andere keuken

Culturele en Kunstzinnige vorming (CKV)

De pop-up store

Lichamelijke opvoeding

The green challenge

Het profiel De Gezonde Wereld bestaat uit 8 vakken,  7 vastgestelde thema’s en 3 keuzevakken (b.v. voeding en/of ondernemen).

Uitstroomprofiel leerroute Arbeid

Uitleg leerroute arbeid

Het uitstroomprofiel arbeid leidt toe naar (beschut) werk. De leerroute is bedoeld voor leerlingen in de leeftijd van ca. 12 tot maximaal 20 jaar bij wie wordt ingeschat dat zij bemiddelbaar zijn naar loonvormende arbeid. Het onderwijs richt zich op brede persoonlijke vorming en op competentieontwikkeling rond de transitiegebieden werken, wonen, vrije tijdsbesteding en burgerschap. Leren en oefenen in betekenisvolle, praktische situaties is voor deze leerlingen de meest aangewezen weg. Alle leerlingen in dit uitstroomprofiel krijgen na het afronden van de opleiding een schooldiploma en een portfolio mee. Daarin staat informatie over de gevolgde vakken, gelopen stages en de ondersteuning die de leerling nodig heeft. Deze informatie helpt bij hun vervolgstap naar de banenmarkt. 

Leerroute arbeid in schema  leerroute

Leerlingkenmerken leerroute arbeid

Kernwoord en omschrijving

  1. Interesse: De leerling voert eenvoudige praktische taken gemotiveerd uit. De leerling verkiest alledaagse opdrachten boven schriftelijke en/of abstracte opdrachten. De leerling kan routineklussen enthousiast uitvoeren.
  2. Inzet/tempo: De leerling kan met enthousiasme een redelijk tempo halen bij praktische en beroepsgerichte opdrachten. De leerling kan bij schoolse opgaven van een gemiddelde moeilijkheidsgraad niet tot een redelijk tempo komen; vooral theoretische vakken vragen om een flinke tijdsinvestering. De leerling is gebaat bij veel persoonlijke stimulans en opdrachten met een duidelijke structuur. De leerling kan korte, eenduidige en eenvoudige taken die vaak herhaald worden, met inzet uitvoeren. Voor de leerling is juist praktische oefening heel erg belangrijk. De leerling heeft een duidelijke behoefte aan structuur, rust en veiligheid. 
  3. Zelfbeeld: De leerling is minder goed in staat om te reflecteren op de eigen prestaties.  Het zelfbeeld is gebaat bij directe resultaten na het maken van opdrachten waarvoor haalbare doelen zijn geformuleerd. Juist succeservaringen verminderen de sociaal-emotionele problematiek. Tussentijdse feedback is voor de leerling erg belangrijk
  4. Probleemoplossend vermogen: De leerling heeft meer tijd nodig voor het opnemen van informatie en om het geleerde toe te passen in andere situaties of te combineren. Het doorsnee probleemoplossend vermogen is niet sterk ontwikkeld bij de leerling. De leerling heeft moeite met zelf ordening aan te brengen in de leerstof. De leerling leert door praktische inprenting, niet door inzicht.
  5. Concentratie: De leerling heeft over het algemeen een korte spanningsboog, vooral bij de vakken waar hogere eisen gesteld worden aan de cognitieve vaardigheden, zoals bij avo-vakken. De leerling is vooral praktisch georiënteerd. 
  6. Sociale omgang: De leerling is gevoelig voor de manier van omgang met de leraar. De leerling reageert zeer persoonsgebonden. De leerling heeft behoefte aan duidelijke regels en structuur en aan bevestiging en complimentjes als het goed gaat. De leerling kan samenwerken met klasgenoten, maar heeft hulp nodig bij het oplossen van meningsverschillen. De leerling functioneert het beste in een vertrouwde omgeving.
  7. Planmatig werken: De leerling heeft behoefte aan herkenbare, korte en gestructureerde opdrachten. Ondersteuning bij de uitvoering van de opdrachten is bijna altijd nodig.  De leerling is minder goed in staat om zelf structuur te maken in de uit te voeren opdrachten.
  8. Taalvaardigheden: De leerling kan eenvoudige teksten lezen over alledaagse onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld. De teksten zijn eenvoudig van structuur, de informatie is herkenbaar geordend. De teksten hebben een lage informatie dichtheid en bestaan voornamelijk uit frequent gebruikte (of voor leerlingen alledaagse) woorden. 
  9. Rekenvaardigheden: De leerling kan, met hulp, eenvoudige rekenvaardigheden toepassen zoals hoofdrekenen, rekenregels gebruiken, meten en schatten.  In de concrete wereld kan de leerling de rekenvaardigheden functioneel (beperkt) toepassen.
  10. Huiswerkattitude: Het praktijkonderwijs kent in het algemeen geen huiswerk.  De leerling kan huiswerk alleen met gestructureerde hulp maken.
  11. Zelfstandigheid: De leerling heeft behoefte aan structuur en tussentijdse positieve feedback. Daardoor ontstaan juist eerder bij theoretische opdrachten problemen. De leerling kan bij voldoende oefening overzichtelijke praktische taken met enthousiasme uitvoeren. In het begin is voor de leerling begeleiding en controle erg belangrijk.

Opmerkingen:

De Commissie voor Leerlingbegeleiding neemt bovenstaande factoren en het advies van de basisschool als uitgangspunt bij plaatsing in de leerroute arbeid. De Commissie voor Leerlingbegeleiding heeft de mogelijkheid om onderbouwd af te wijken van de criteria en het advies. 

Organisatie leerroute arbeid

1

5 dagen theorie en praktijk Maatman College

2

5 dagen theorie en praktijk Maatman College

3

4 dagen theorie en praktijk Maatman College + 1 dag stage

4

3 dagen theorie en praktijk Maatman College + 2 dagen stage

5

1 á 2 dagen theorie en praktijk Maatman College + 3 á 4 dagen stage

6

1 dag theorie en praktijk + 4 dagen stage

Overgangsnormen

Binnen het uitstroomprofiel arbeid hanteren we geen overgangsnormen. Wel wordt er bij het roosteren en de groepsplannen rekening gehouden met het niveau van de groep en de individuele leerling. 

Doorstromen naar leerroute MBO-1

Leerlingen kunnen alleen na het derde of vierde leerjaar doorstromen naar de leerroute MBO-1. Leerlingen worden besproken om door te stromen naar de leerroute VMBO MBO-1, indien aan onderstaande twee criteria is voldaan:

  • voor de vakken Nederlands, Rekenen behalen de leerlingen het niveau 1F. 

De leerling die aan bovenstaande criteria voldoet wordt tijdens de rapportbespreking besproken aan de hand van onderstaande drie aanvullende criteria: 

  • er moet een positieve studiehouding zijn;
  • de leerling moet sociaal-emotioneel en communicatief in staat zijn om zich binnen de leerroute MBO-1 staande te houden. 
  • de resultaten op de Cito VAS en de AMN laten voldoende groei en mogelijkheden zien.

De vakdocenten en de betrokken logopedist schrijven aan de hand van de bevindingen een advies aan de Commissie van Leerlingbegeleiding en deze commissie komt met een bindend advies over het eventueel opstromen naar een hoger niveau. Dit bindende advies gaat naar ouders en leerling. 

Het uitstroomprofiel (arbeidsmatige) dagbesteding 

Het uitstroomprofiel (arbeidsmatige) dagbesteding leidt toe naar beschut werk. De leerroute is bedoeld voor leerlingen in de leeftijd van ca. 11 tot maximaal 20 jaar bij wie wordt ingeschat dat zij naar beschutte arbeid instromen.  Het onderwijs richt zich op brede persoonlijke vorming en op competentieontwikkeling rond de transitiegebieden werken, wonen, vrije tijdsbesteding en burgerschap. Leren en oefenen in betekenisvolle, praktische situaties is voor deze leerlingen de meest aangewezen weg. Na het afronden van de opleiding krijgen de leerlingen een officieel schooldiploma mee. Daarop staat welke vakken zij hebben gevolgd en waar zij stage hebben gelopen. Ook krijgen ze een overgangsdocument mee. Daarin staat welke ondersteuning de leerling nodig heeft.

Leerlingkenmerken leerroute dagbesteding

  • Heeft aandacht voor de ander en kan tijdens interactiemomenten van enkele minuten aandachtig luisteren. 
  • Neemt, als hij/zij daartoe gestimuleerd wordt, het initiatief tot een gesprekje dat meer dan één opmerking omvat, met bekende volwassenen.
  • Kan tijdens korte interactiemomenten op de beurt wachten, maar breekt ook nog in als een ander aan het woord is. 
  • Neemt tijdens korte interactiemomenten, na initiatief van een ander of op uitnodiging, de beurt.
  • Geeft tijdens korte interactiemomenten eenvoudig commentaar op wat in de nabijheid waargenomen of gedaan wordt.
  • Uit en herkent eenvoudige gevoelens als bang, blij, en verdrietig zijn tijdens korte interactiemomenten met volwassenen.
  • Kan zich tijdens interactiemomenten van enkele minuten aan een eenvoudige afspraak houden.
  • Reageert, tijdens korte interactiemomenten, op een contactinitiatief van een volwassene.
  • Begrijpt eenvoudige opdrachten, korte verhaaltjes en gesprekjes in het hier-en-nu met ondersteuning van materiaal.
  • Kan tijdens kortdurende interactiemomenten een eenvoudige gebeurtenis binnen de hier-en-nu-situatie duidelijk maken. 
  • Kan tijdens kortdurende interactiemomenten de volgorde in handelingen en activiteiten binnen het hier-en-nu in meerwoordzinnen duidelijk maken.
  • Kan tijdens kortdurende interactiemomenten met een volwassene aangeven wat er op dat moment gebeurt. 

Leerlingen in dit uitstroomprofiel worden vanuit het VSO toegeleid naar een voorziening voor arbeidsmatige dagbesteding. Het onderwijs binnen dit uitstroomprofiel richt zich op competentie-ontwikkeling rond wonen, vrije tijdsbesteding en burgerschapsvorming. 

Het Maatman College is binnen dit uitstroomprofiel alleen in staat leerlingen te begeleiden die uitstromen naar ‘arbeidsmatige dagbesteding’ (zie ook het schoolondersteuningsprofiel).

Binnen dit uitstroomprofiel zijn er, naast leerlijnen voor de kennisgebieden, ook leergebied overstijgende kerndoelen en kerndoelen gericht op vormen van dagbesteding. De leerlingen zitten in dezelfde groepen als de arbeidsleerlingen. De groepen kunnen wel gesplitst worden indien dit noodzakelijk of wenselijk is voor bepaalde vakken of vakgebieden.

Toewijzing aan het uitstroomprofiel Dagbesteding is aan de orde wanneer de inschatting is dat leerlingen mogelijk wel arbeidsmatige activiteiten kunnen verrichten, maar deze niet loonvormend zullen zijn. Zulke activiteiten vinden plaats in centra voor arbeidsmatige dagbesteding. Het verschil met het uitstroomprofiel Arbeid zit vooral hierin, dat in de arbeidsmatige dagbesteding minder of geen eisen worden gesteld met betrekking tot zelfstandig en verantwoordelijk functioneren, productie, redzaamheid en arbeidscompetenties. Toewijzing gebeurt altijd door de Commissie voor Leerlingenbegeleiding.

Activiteiten

Binnen het Kentalis Maatman College kennen we meerdere ondersteunende activiteiten die lopende een schooljaar worden aangeboden. Zo nemen we regelmatig deel aan het projecten van ‘Special Heroes’ . We houden u hiervan via de nieuwsbrief op de hoogte zodra deze data bekend zijn. Ook zijn er culturele activiteiten waarvan de data nog niet bekend zijn.

Projectweken

Met name voor de leergebied overstijgende kerndoelen werken we op het Kentalis Maatman College met groeps-overstijgende projectweken. De  inhoud van de projecten sluit aan bij de kerndoelen, maar we werken in deze projectweken ook nadrukkelijk aan de leergebied overstijgende kerndoelen. “Leren leren” is kennis nemen van de wereld om je heen en daar je plaats in leren bepalen. Samen met anderen en in een setting die een beroep doet op communicatieve vaardigheden.

Leerlingen gaan in de projectweken alleen of in samenwerking de communicatieve uitdagingen aan, zoeken hun informatie voor een groot gedeelte zelf op en gebruiken daarbij de media die tot hun beschikking staan. Een beroep zal worden gedaan op het ontwikkelen van taakgerichtheid anders dan in de normale lessituaties. Een projectweek zal een beroep doen op vaardigheden, zoals die worden omschreven bij de leergebied overstijgende kerndoelen.

Een projectcommissie, bestaande uit drie leerkrachten en een logopedist, bereidt twee projecten per jaar voor en biedt deze klassen-doorbrekend aan gedurende twee projectweken. Bij de projectweken horen vaak excursies. De bestemmingen sluiten aan bij het lesprogramma van de desbetreffende klas.

Buurthulpdag 

Eén keer per jaar doet de hele school mee aan de buurthulpdag. Leerlingen gaan in de wijk inventariseren of er klusjes te doen zijn en voeren die op een vastgestelde tijd ook uit. Ze moeten hiervoor specifieke communicatieve vaardigheden inzetten om in contact te treden met de buurtbewoners.

Buitenland reis 

Alle leerlingen maken in hun schoolloopbaan éénmaal een meerdaagse buitenlandse reis. De laatste jaren is dat naar Berlijn geweest. Leerlingen ervaren wat het betekent om in een land te zijn waar geen Nederlands wordt gesproken. Hiervoor zijn weer specifieke communicatieve vaardigheden vereist. Niet zozeer het spreken van een vreemde taal, maar wel het ontwikkelen van strategieën wat betreft het omgaan en communiceren, hoe beperkt ook, met mensen die een andere taal spreken dan jijzelf.

Stage (VSO)

Op het Kentalis Maatman College geven we ons onderwijs in het uitstroomprofiel arbeid/dagbesteding vorm door te werken met het drie-fasen model.

Fase 1: bestaat uit een periode van 2 jaar. We bieden een brede vorming en oriëntatie op basis van de kerndoelen. Specifieke aandacht is er voor cluster-2 gerelateerde onderwijsbehoeften. Daarnaast besteden we veel aandacht aan Nederlands, waarbij lezen nadrukkelijk nog aandacht krijgt. Voorbereiding op arbeid krijgt in deze fase vorm door excursies en veel praktijkgerichte opdrachten die gerelateerd zijn aan de verschillende beroepssectoren. In het 2e leerjaar krijgen leerlingen les van de stagecoördinatoren om ze bekend te maken met de verschillende beroepen.

In fase 2: gaan leerlingen beginnen met hun stages. Een steeds groter deel van de lestijd zal in de vorm van stages worden vormgegeven, waardoor het onderwijs in de schoolse setting steeds minder tijd zal vragen. De tijd die de leerlingen nog wel op school doorbrengen zal sterk gericht zijn op de transitiegebieden wonen, werken, vrije tijd en burgerschap. Daarnaast krijgen ze onderwijs volgens de kerndoelen.

In fase 3: werken we nadrukkelijk toe naar de naschoolse periode. Via een uiteindelijke plaatsingsstage proberen we de leerlingen, wellicht met een financiële ondersteuning vanuit de gemeente, aan een arbeidsplaats te helpen. Onze stagecoördinatoren zijn de contactpersonen naar gemeentes en UWV. Bij uitstroom krijgen de leerlingen een diploma met daarop de eventueel behaalde certificaten.. Het zal duidelijk zijn dat fase 2 en fase 3 niet gebonden zijn aan echte leerjaren, zoals dat bij fase 1 duidelijk wel het geval is. Afhankelijk van de mogelijkheid van een leerling kan vanaf 18 jaar definitieve plaatsing in het arbeidsproces plaatsvinden.

Leerlingen die in het uitstroomprofiel arbeid zijn geplaatst, maar van wie op enig moment wordt ingeschat dat zij een meer beschermde werkomgeving nodig hebben, kunnen op een door de school te bepalen moment worden geschakeld naar (arbeidsmatige) dagbesteding. Uiteraard worden ouders en leerling hier uitgebreid bij betrokken. Binnen het uitstroomprofiel Arbeidsmarkt onderscheiden we: 

  • arbeid in een regulier bedrijf, in combinatie met landelijk erkend(e) certificaat/certificaten;  
  • arbeid in een regulier bedrijf, zonder certificaten;  
  • (beschermde) arbeid in de sociale werkvoorziening.

Certificaten op maat

In samenwerking met andere reguliere PRO V.O. scholen en met bedrijven kunnen de leerlingen beroepsgerichte certificaten behalen. Er wordt vanuit de stage en school gekeken welke mogelijkheden de leerling heeft.  De certificaten zijn een aanvulling op de stage. Er wordt dus gekeken of de leerling door middel van het behalen van bepaalde certificaten meer kans heeft op een plaatsing bij een bedrijf of in een bepaalde sector.  Voorbeelden van certificaten zijn: VCA, basiscertificaat houtbewerking, basiscertificaat metaalbewerking, heftruckrijbewijs, etc.  De stagecoördinatoren en mentoren gaan hierover in gesprek met de ouders en leerling