Schoolklimaat

Pedagogisch klimaat

De leerkracht in de groep houdt rekening met de leeftijd van de leerlingen. Dit kan ook de zogenaamde ontwikkelingsleeftijd zijn. Daarnaast kijkt de leerkracht hoe de leerlingen zich voelen en wat ze nodig hebben om te groeien. Anders gezegd: de leerkracht zorgt voor een prettig ‘pedagogisch klimaat’. De wensen en behoeften van de leerlingen staan altijd centraal. De leerkracht let bijvoorbeeld op hun behoefte aan veiligheid, structuur, (speel)ruimte, hulpmiddelen en sensitieve prikkels.

We hebben ook een leerlingenraad. Binnen de leerlingenraad worden wensen geuit en de leerlingenraad geeft gevraagd en ongevraagd advies. 

Pedagogisch klimaat

Afspraken

Een ritme in de dingen die we doen op school geeft leerlingen een veilig gevoel. Daarom werken we met een rooster, een dagprogramma en een weekprogramma. We hebben ook regels voor in de klas en voor buiten spelen.

In het zogenaamde protocol is te lezen wat de afspraken en regels zijn over hoe leerlingen, leerkrachten en ouders met elkaar omgaan op onze school. Daarnaast zijn er ook afspraken over oudergesprekken, scholing van leerkrachten en het moment waarop we een verslag uitbrengen. Al deze dingen samen zorgen voor kwaliteit en duidelijkheid op school, voor de leerlingen, de medewerkers en de ouders.

Gezond eten en drinken

Gezond eten en drinken is belangrijk, ook op school. Wist u dat leerlingen die gezond eten en drinken hun aandacht beter bij de lessen kunnen houden? Ze kunnen dus beter leren op school. We drinken op school bijvoorbeeld water in plaats van andere dranken.

Trakteren

Als uw kind jarig is, mag hij of zij natuurlijk trakteren. Uw kind mag dan iets uitdelen aan de kinderen in zijn of haar eigen klas en aan de leerkrachten. De traktatie zien wij graag gezond. Hou het klein en geef niet meer dan één item per leerling.

Veiligheid op de gang en buiten

Onze school vindt het belangrijk dat leerlingen leren zich ook buiten direct toezicht van volwassenen, verantwoordelijk te gedragen en zelfstandigheid te ontwikkelen.

Het buitenspelen op de pleinen is altijd onder toezicht. Leerlingen mogen niet zonder begeleiding buiten het hek van de school zijn, tenzij hiervoor door ouders toestemming is gegeven (bijvoorbeeld als leerlingen zelfstandig naar school en huis gaan). Bij de overdracht tussen school en taxichauffeurs is altijd een ‘hekwacht’ aanwezig, die zorgdraagt voor een persoonlijke overdracht.

Prettig in de klas

De leerkracht kijkt goed wat elke leerling nodig heeft. We geven uw kind een plekje in de klas waar hij of zij prettig kan werken. Het klaslokaal is overzichtelijk. Het is er netjes en geordend. We gebruiken bijvoorbeeld vaste kleuren voor meubilair en prikborden, zodat de hele school dezelfde sfeer uitstraalt.

Goed omgaan met elkaar

School gaat niet alleen over lessen en leren. We vinden het ook belangrijk dat leerlingen kunnen omgaan met zichzelf en met andere mensen. Een voorwaarde is dat de school een veilige en overzichtelijke plek is. Een plek waar de leerling zich gewaardeerd en gerespecteerd voelt. We werken hieraan met een positieve sfeer, waarin leerlingen leren om zelf verantwoordelijk te zijn. Deze twee onderwerpen lichten we hieronder toe.

Positieve sfeer

Een positieve sfeer die leerlingen motiveert – dat is wat we op onze school willen. We zeggen tegen leerlingen dingen als: ‘je hoort erbij; fijn dat je er bent.’ En: ‘je hebt kwaliteiten; we zien ze en waarderen ze.’ We vertellen ook aan leerlingen dat we hun mening graag willen horen: ‘We hebben jou nodig om te bedenken wat voor jou het best werkt.’ Bij overtreding van gedragsregels hanteren we een herstelgerichte aanpak. Dit betekent dat iedereen die betrokken is gezamenlijk tot een oplossing komt, met als doel herstel van de relatie.

Zelf verantwoordelijk

We willen dat onze leerlingen zich zelf verantwoordelijk voelen voor wat ze leren. Dat noemen we ‘eigenaarschap’. Leerlingen weten wat hun leerdoelen zijn, hoe ze ervoor staan en wat de volgende stap in hun leerproces is. Het maakt leerlingen betrokken bij wat ze doen, waardoor ze gemotiveerd zijn en betere resultaten halen.

De Leerlingenraad

Op onze school hebben we een Leerlingenraad. Hierin zitten zes leerlingen uit groep 5 tot en met 8. Eén van hen is de voorzitter. Samen denken ze na over schoolse zaken. Ze praten en beslissen mee over onderwerpen in en rond de school. Op deze manier leren de kinderen in de praktijk wat ‘democratie’ en ‘burgerschap’ is.

Actief burgerschap en sociale integratie

We willen dat onze leerlingen actief meedoen in de samenleving en een positieve bijdrage leveren. De thema’s ‘burgerschap’ en ‘sociale integratie’ zijn daarom een belangrijk onderdeel van het lesprogramma. Het zijn onderwerpen die steeds terugkomen bij verschillende vakken.

We vinden we het belangrijk dat onze leerlingen zich een onderdeel van de samenleving voelen, in welke cultuur ze ook zijn opgegroeid. We helpen leerlingen hierbij door ze te vormen en, samen met de ouders, op te voeden. We leren ze bijvoorbeeld om naar hun eigen gedrag te kijken. We hebben het ook over respect en goed voor je omgeving zorgen. Al deze dingen samen noemen we ‘actief burgerschap’ en ‘sociale integratie’. Onderwerpen die terugkomen in bijna alle lessen. Hierbij heeft de leerkracht een voorbeeldfunctie: hij of zij is een rolmodel voor de leerlingen. Dat maakt onze school een oefenplaats.

De school als oefenplaats

Je kunt de school zien als een ‘community’ van dove, slechthorende en horende mensen: een plek waar mensen die wel en niet kunnen horen elkaar ontmoeten. Dat maakt de school een ‘oefenplaats’. Leerlingen, medewerkers en ouders kunnen er leren hoe ze met respect voor elkaars eigenschappen en verschillen samen kunnen leren en leven.

Het nieuws

Met de leerlingen praten we vaak over het nieuws. Dat doen we met ‘Nieuwsbegrip’ en ‘Nieuws in de Klas’ en het kijken naar het Jeugdjournaal met gebarentolk. We bespreken daarnaast thema’s in de samenleving, bijvoorbeeld Prinsjesdag. De overheid en de gemeente hebben hier lespakketten voor gemaakt, zoals ‘Derde Prinsjesdag’, ‘Jump In’ en ‘Vier de Vrijheid’. Een eigen idee van onze school is het jaarlijks herdenken van de DovenShoah met de groepen 7 en 8. Het monument ‘Dovenshoah’, in het Hortusplantsoen in Amsterdam, heeft Signis geadopteerd. Verder besteden we aandacht aan verschillende jaarlijkse feestdagen.

Veiligheid

De school moet een plek zijn waar leerlingen zich veilig voelen. Eén of twee keer per schooljaar vragen we alle leerlingen om de Kentalis Monitor Sociale Veiligheid in te vullen. Waar nodig helpen we daarbij. Ons doel is dat de leerlingen zich 100% veilig voelen. Komt dit hieronder dan gaan we kijken hoe dat komt en gaan we er iets aan doen.

We willen zeker weten dat de school een veilige plek is voor iedereen die er komt. Daarom werken we dagelijks aan een goed pedagogisch klimaat, stemmen we onze communicatie op elkaar af en hebben we regels en afspraken gemaakt. Samen vormen die ons ‘schoolveiligheidsbeleid’. Regelmatig brengen we in kaart of er risico’s zijn in onze gebouwen en op de schoolpleinen. Hierbij letten we er ook op of iedereen bij ons op school veilig en gezond kan werken en leren. Als er onderhoud nodig is, maken we hier een plan voor.

Internet gebruik

Internet geeft leerlingen veel mogelijkheden, ook voor de communicatie. Bovendien is het leerzaam en goed voor de ontspanning. Natuurlijk zijn er ook risico’s. Denk aan digitaal pesten, seksuele intimidatie en het schenden van de privacy. Wij zijn ons hier erg van bewust. We informeren u regelmatig over het thema ‘veilig internet’. We geven veel aandacht aan de digitale wereld van onze leerlingen en aan hun digitale vaardigheden. We gebruiken daarvoor het lespakket ‘ICT en mediawijsheid’.

We vertellen u meer over veilig internetgebruik tijdens een ouderavond of in de nieuwsbrief.

Foto’s

Over het nemen van foto’s hebben we duidelijke afspraken. Leerlingen mogen op school alleen foto’s nemen onder begeleiding, als het voor een les is én met een fototoestel van school. De leerlingen mogen dus verder geen foto’s maken op school. De reden is de privacy van anderen. Voor sommige leerlingen zijn foto’s van belang voor het leren. Met deze leerlingen maken we aparte afspraken.

Is er een voorstelling op school? Dan mag u wel foto’s maken voor privégebruik. Als u deze foto’s wilt delen op sociale media, let er dan op dat er geen andere mensen op de foto staan.

Mobiele telefoon

Uw kind mag een mobiele telefoon meenemen naar school om contact met u te kunnen hebben. Bijvoorbeeld over alleen naar huis gaan. De school heeft een verzekering, maar daar vallen apparaten die vanuit huis worden meegenomen niet onder. Bij diefstal, verlies of schade kunt u contact opnemen met uw eigen verzekering.

e-Lab

We hebben een speciale ruimte waar leerlingen leren werken met een ‘green screen’ voor filmpjes en foto’s. Dat is ons e-Lab. Leerlingen kunnen er oefenen met kleine robots en andere apparaten. Er staan ook computers, waarop leerlingen leren werken met programma’s als Word en Powerpoint. Er is altijd een leerkracht of leraarondersteuner in de buurt voor hulp.

Computers in de klas

In de klas gebruiken we computers. We werken met iPads, Apple tv’s en het digibord. De leerkracht kan met een leerling op de Ipad meekijken via een besturingssysteem. De leerlingen weten dit ook.

Gedragsregels

Op onze school spreken we van gedragsverwachtingen: Hoe gedraag je je in de klas? En daar buiten in de school en op het schoolplein?

De gedragsverwachtingen hangen in de klas als pictogrammen en worden regelmatig met de leerlingen besproken.

Op school hebben we dus twee soorten regels: klassenregels en schoolregels. Elke klas heeft zijn eigen klassenregels. Als dat mogelijk is, maken de medewerkers en leerlingen op de groep samen extra afspraken. De schoolregels gelden voor iedereen op school. We hebben bijvoorbeeld regels voor buiten spelen en het gebruik van de vaklokalen. Er zijn ook schoolregels voor gedrag. In het begin van het schooljaar bespreken we de regels in alle klassen.

Pesten

Pesten accepteren wij niet. Hoe eerder er met alle betrokkenen wordt gepraat, hoe beter. Kentalis heeft een zogenaamd ‘pestprotocol’. Hierin staat hoe onze school pesten aanpakt. Als we aanwijzingen hebben dat een leerling wordt gepest, volgen we de regels en afspraken in dit protocol. We vragen ook hulp van onze coördinator sociale veiligheid. Dat is een medewerker die zich bezighoudt met de sfeer en de veiligheid op school.