Logopedist Anneke geeft antwoord op veelgestelde vragen over TOS

Kinderopvang

Hoe merk ik of een kindje in mijn groep misschien een taalontwikkelingsstoornis (TOS) heeft? Soms twijfel ik, wanneer trek ik aan de bel? Hoe help ik de taalontwikkeling van deze kinderen vooruit? Pedagogisch medewerkers die in de kinder- of peuteropvang werken, hebben een belangrijk rol bij het signaleren van problemen in de taalontwikkeling. Logopedist en docent Anneke Mientjes geeft antwoord op vragen die ze het meest krijgt tijdens haar workshops en cursussen over TOS.

Hoe merk ik of een kind misschien een taalontwikkelingsstoornis heeft?

“Er kunnen allerlei problemen zijn. Misschien praat het kind weinig, is het moeilijk te verstaan, begrijpt het je opdrachten niet, trekt het zich terug, lijkt het niet te luisteren. Je kan dan denken dat het kind wat laat of verlegen is en dat is soms ook zo. Maak je je zorgen? Dan is het wel goed om de SNELtest doen, samen met ouders. Die geeft je snel een beeld van de taalontwikkeling van het kind. Wat mij opvalt is dat pedagogisch medewerkers het direct merken als de uitspraak slecht is, maar het niet altijd in de gaten hebben als een kind de taal slecht begrijpt. Dat is ook lastig om op te merken, omdat het kind binnen de situatie vaak wel weet hoe het moet reageren.”

Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. Wanneer trek ik aan de bel?

“Weer een goede vraag, want er zijn veel kinderen die gewoon wat stil zijn of later gaan praten. Toch wil ik iedereen op het hart drukken dat de taalontwikkeling volop gebeurt van ongeveer twee tot vijf jaar. Daarna groeit vooral de woordenschat nog, maar is het al een heel eind klaar. Je moet er bij problemen dus heel vroeg bij zijn. Doordat de taalontwikkeling op jonge leeftijd plaatsvindt, kunnen pedagogisch medewerkers een belangrijk rol spelen bij het vroegtijdig signaleren van problemen. De taalontwikkeling heeft ook heel veel invloed op al het andere leren. Op het schoolse leren, op de sociaal-emotionele ontwikkeling, op het gevoel van veiligheid. Het is jammer als je te lang afwacht. Dus trek liever een keer te vaak aan de bel dan te weinig. Dat kan lastig zijn als ouders zich bijvoorbeeld geen zorgen maken. Toch is het goed om je zorgen te bespreken met ouders.”

Hoe merk ik het als een kind taal niet goed begrijpt?

“Dat is inderdaad lastig, omdat kinderen vaak gewoon meehobbelen in een groep. Ze kijken naar de andere kinderen en doen dan wel mee. Dus pas als een kind hélemaal niet meedoet, valt dat erg op. Het is goed om alert te zijn als het kind zich vaak terugtrekt, weinig praat, niet zo aansluit tijdens de kring of steeds niet oplet of meedoet. Dat kan een signaal zijn dat het kind het eigenlijk gewoon niet begrijpt. Je kunt het dan ook eens één-op-één bekijken: begrijpt het kind mijn opdrachten als het niet naar de andere kinderen kan kijken?”

Waar let ik op als een kind meertalig is?

“Er zijn meertalige kinderen die TOS hebben. En er zijn meertalige kinderen die een achterstand hebben in het Nederlands, maar niet in hun moedertaal. Een taalontwikkelingsstoornis is er ook altijd in de moedertaal. Probeer daar eens zicht op te krijgen. Als de moeder bij het jas ophangen in het Arabisch met haar kindje aan het praten is, dan hoor je misschien wel of het kind vlot terug praat of dan ook niets zegt. Ook dit blijft lastig en ook hier geldt: bespreek je zorgen.”

Hoe is het om TOS te hebben?

“Kom naar een TOS-beleving, dan ervaar je het zelf. Het is vaak echt een eyeopener voor de deelnemers. Wat doe je zelf als je de opdracht bijvoorbeeld niet begrijpt? Dan gaan mensen zich terugtrekken, giebelen, bij elkaar kijken, of heel erg hun best doen om vervolgens gefrustreerd te raken als het niet lukt. Diezelfde reacties zie ik ook bij de kinderen terug. De een wordt er eerder opstandig van en de ander trekt zich terug. Heel menselijk. Het is mooi om te zien dat pedagogisch medewerkers tijdens die workshops meteen denken aan hun kinderen in de groep. ‘Hey, waarom trekt zij zich eigenlijk zo terug?’ Ze gaan meteen naar de praktijk. Ik vind pedagogisch medewerkers sowieso heel geïnteresseerd en betrokken. Ze willen kinderen echt verder helpen.”

Wanneer is het een taalachterstand, wanneer een taalontwikkelingsstoornis?

“Eigenlijk kun je dat op de kinderdagverblijfleeftijd nog lastig zeggen. Je hebt het dan altijd over een vermoeden van TOS. Pas na een paar jaar is er meer over te zeggen, omdat de taalontwikkeling dan voor een heel eind voltooid is. Het kan dus voorkomen dat we aan TOS denken, maar dat een kind uiteindelijk toch geen TOS-diagnose krijgt. Een taalontwikkelingsstoornis is een aanlegstoornis waar het kind in meer of mindere mate last van blijft houden. Er zijn veel verschillen in ernst en uitingsvorm, bijvoorbeeld in taalbegrip, zinsbouw, uitspraak en woordvinding. Een taalachterstand is niet gebaseerd op een aanlegstoornis, maar ontstaat door andere redenen, bijvoorbeeld door middenoorproblemen of te weinig Nederlands taalaanbod.”

Wat is de volgende stap als wij, de ouders en ik, ons zorgen maken?

“Je kunt de ouders altijd verwijzen naar het consultatiebureau of de logopedist. Zijn de problemen groot of is er een combinatie van problemen, dan kunnen ouders met een verwijzing van de huisarts naar het audiologisch centrum voor onderzoek. Daar doen ze onderzoek en vertellen ze of zij denken dat logopedie voldoende is of dat er volgens hen vroegbehandeling of een ander traject ingezet moet worden.”

Hoe help ik de taalontwikkeling van deze kinderen vooruit?

“Volwassenen zijn snel erg sturend. Als een kind weinig zegt, nemen we het over en gaan we vragen stellen. Dan klapt een kind met taalproblemen of TOS verder dicht. Dat zie ik veel gebeuren. Bij kinderen met een gewone taalontwikkeling is dat niet zo erg en zijn open vragen leerzaam, maar zeker bij deze kinderen is het goed om heel kindvolgend te zijn. Praktische tips? Ga door de knieën, speel mee met het kind, laat het kind leiden, benoem wat het kind doet en benoem wat jij doet. Laat het kind je iets zien? Dan zeg je daar iets over. Als het initiatief van het kind wordt versterkt, doe je namelijk heel veel voor de taalontwikkeling. Als het initiatief van het kind onvoldoende wordt gehoord en gezien en het kind veel vragen en opdrachten krijgt die het niet begrijpt, dan is communiceren al snel niet meer leuk. ‘Kijken, wachten, luisteren’ en het kind volgen is ook de insteek van de Hanencursus die ouders bij de vroegbehandeling van Kentalis volgen. Let ook op kleine non-verbale signalen. Deze kinderen zeggen het misschien niet, maar communiceren bijvoorbeeld door te wijzen.”

“Het is ook goed om zelf heel expressief te zijn: zeg het niet alleen maar laat het ook zien. Met lichaamstaal, met afbeeldingen op je dagprogramma, met foto’s. Dan kan een kind taal veel gemakkelijker leren. Zeg niet alleen: ‘Schuif je stoel aan’, maar doe het voor. Dan leer je het kind de betekenis van je woorden.”

Hoe zorg ik dat deze kinderen meer aan bod komen in de groep?

“Kinderen die weinig kunnen zeggen, worden snel overruled door kinderen die dat wel kunnen. Let extra op de stille kinderen. Als je wil dat ze meer aan bod komen, moet je daar de voorwaarden voor creëren. In kleine groepjes werken is een mooie optie. Dan komen ze meer aan bod dan in de hele groep. Ik besef dat het uitdagingen zijn hoor, want het is hartstikke druk op de groep. Je kunt niet continu alle kinderen observeren en volgen, dan wordt het ook een chaos. Maar regelmatig aansluiten bij het spel van kinderen én in kleine groepjes iets doen en daarbij het initiatief van de kinderen volgen, is vaak wel haalbaar.”

Een meisje in mijn groep is moeilijk te verstaan. Hoe ga ik daarmee om?

“Blijf binnen het hier en nu. Praat samen over waar je mee aan het spelen bent. Je kunt de boodschap van het kind dan vaak wel begrijpen. Als je vraagt wat het kind gisteren thuis heeft gedaan, heb je kans dat je het kind niet kan verstaan. En succeservaringen zijn juist zo belangrijk, ze maken communiceren weer leuk.”

Heeft een kind een indicatie voor vroegbehandeling bij Kentalis én gaat het naar het kinderdagverblijf, dan kan een Kentalismedewerker de pedagogisch medewerkers daar ook coachen. Neem voor meer informatie gerust contact met ons op. Wil je meer praktische tips? Download de gratis handreiking Vijf op een rij en lees de tips over TOS op onze website. Ook een aanrader is het nieuwe boek ‘Leren praten met plezier’.