'Hij is niet dom, maar heeft gewoon wat meer tijd nodig'

Broers en zus hebben TOS

Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) moeten meer overwinnen dan alleen hun taal-en spraakproblemen. Dat weet Anne van Eerst als geen ander. Haar twee zoontjes en dochter hebben TOS en krijgen regelmatig te maken met nare opmerkingen en onbegrip. Anne legt uit waarom meer bekendheid voor TOS belangrijk is, hoe zij zorgt dat haar kinderen zelfvertrouwen opbouwen en hoe anderen rekening kunnen houden met een kind dat TOS heeft.

Onbegrip

“Ik merk inderdaad dat er veel onbegrip is”, vertelt Anne. “En ik kan het weten, want ik heb drie kinderen met een taalontwikkelingsstoornis. En de jongste wordt binnenkort ook onderzocht. Onbekend maakt onbemind. Daarom vind ik het heel belangrijk dat meer mensen weten wat TOS is en waar deze kinderen tegenaan lopen.

Leren leven met TOS

Met onbegrip bedoel ik dat mensen niet altijd leuk reageren op mijn kinderen. Jelte (7) komt bijvoorbeeld moeilijk uit zijn woorden. Dan is hij nog bezig met het zoeken naar woorden en gaan mensen alweer verder, omdat ze denken dat hij het niet weet. Maar hij weet het wel! Hij heeft alleen even de tijd nodig. Als ik uitleg wat er speelt, krijg ik vaak de reactie: maar dat kan een logopedist toch wel oplossen? Nee. Een echte TOS heb je en hou je. Mijn jongens moeten hier mee leren leven, zodat ze zich kunnen redden. Ik wil niet negatief doen, maar dat neemt helaas niet iedereen serieus.

'Ben ik dom?'

Mijn kinderen mogen zijn wie ze zijn, zo voeden we onze zoons en dochter op. TOS zegt een kind niet zoveel. Ik leg daarom uit dat ze de dingen soms op een andere manier zullen moeten gaan leren, dat ze andere hulpmiddelen nodig hebben. En dat ze daarom naar speciaal onderwijs gaan bijvoorbeeld. ‘Ben ik dan dom?’, hebben ze mij regelmatig gevraagd. Ik leg natuurlijk uit dat dat niet zo is, maar de vraag doet zeer. Ook omdat ik weet dat kinderen onderling hard zijn. Als mijn kinderen naar hun oude school fietsen om af te spreken, krijgen ze echt wel eens nul op rekest en te horen: ‘Want jij bent dom’. Dan komen ze met verdriet thuis. Op de speciale school hebben ze hier gelukkig minder last van en voelen ze zich veiliger. Maar hier in het dorp is het soms moeilijk. Kinderen hebben niet altijd het geduld en begrijpen het niet altijd. Logisch natuurlijk, maar hard. Daar moeten mijn kinderen mee leren omgaan. 

Complimenten geven

Bij de een merk ik meer onzekerheid dan bij de ander. Het is aan ons om vooral het positieve te benadrukken. Om bij elke mijlpaal, al is ‘ie nog zo klein, complimenten te geven en te benadrukken wat ze allemaal kunnen. Die trotse blik die dan tevoorschijn komt is zó mooi. Daar doen we het voor. Ze ervaren gelukkig steeds vaker dat ze dingen wel kunnen, ook al duurt het wat langer.

Meer zelfvertrouwen

Ties (10) is naar het Taal & Spraak Ambulatorium geweest, onder andere omdat zijn zelfvertrouwen nul komma nul was. Daar ontdekte hij dankzij speltherapie wie hij is, wat hij kan, wat zijn TOS betekent, waar hij moeite mee heeft en wat hem helpt. Ook heeft hij er geleerd dat het oké is als je iets niet kan wat een ander wel kan. Hij heeft langzaam zijn zelfvertrouwen teruggekregen en het heeft hem talig heel erg geholpen. Het leuke is dat het zo speels gaat, dat kinderen niet door dat het therapie is. Wij hebben dankzij het ambulatorium geleerd dat het heel belangrijk is dat hij alles visueel aangereikt krijgt, dan begrijpt hij het veel beter. Ook op school leggen ze nu nog meer uit met filmpjes, picto’s en materialen.

Meer bekendheid

Ik zou graag willen dat er ook bij bijvoorbeeld scholen en kinderopvangorganisaties meer bekendheid komt voor TOS. Het is belangrijk dat ze daar weten hoe TOS te signaleren is, welke hulp er is en dat TOS voor ieder kind anders is. Alleen dan kunnen er nog meer kinderen op tijd geholpen worden. Er is nog zoveel te halen. Als er meer bekendheid komt, weten ouders ook beter de weg als ze zich zorgen maken.

Tips over TOS

Wat kinderen met TOS nog meer kan helpen? Daar kan ik veel tips over geven. Thuis zijn we helemaal op hun TOS ingespeeld. We weten dat we om de beurt moeten praten, dat we geduldig moeten wachten tot de ander is uitgepraat en moeten checken of hij ook echt klaar is. Of is hij misschien nog aan het nadenken over volgende zin? Ook weren we bepaalde prikkels en gaat de tv of radio bijvoorbeeld even uit als we in gesprek gaan.

Durf te vragen

Ik vind het ook fijn als mensen gewoon vragen wat er aan de hand is of het zeggen als ze iets niet hebben verstaan. Sommige mensen durven dat niet, omdat ze bang zijn om jou of je kind te kwetsen. Als je een van mijn kinderen niet verstaat, mag je gewoon vragen of hij het wil herhalen. Sommige volwassenen vragen dan maar alles aan mij, terwijl mijn kind er gewoon naast staat. Dat is veel lastiger voor iedereen en zo leren mijn zoons het niet zelf te doen.

Thuis

Mensen hebben niet altijd in de gaten wat dit alles betekent voor een gezin. Als je kinderen een taalontwikkelingsstoornis hebben, moet je toch heel wat meer ritjes maken voor onderzoeken, de kno-arts, de speciale school. Als ik zeg dat ik daarom niet werk, krijg ik vaak de reactie: ‘We moeten allemaal wel eens wat, met een kind naar de tandarts.’ Ook op dat vlak mis ik soms begrip.

Toekomst

Het gaat gelukkig steeds beter met mijn zoontjes en dochter, ook dankzij de speciale school. Als je met plezier naar school gaat, wordt leren vanzelf makkelijker. Toen ze nog elke dag moesten 'vechten' op school was het een ramp en waren ze alleen bezig met ‘overleven’. Nu gaan ze met plezier naar school en komen ze stralend thuiskomen. Geweldig. Ik zie de toekomst vol vertrouwen tegemoet.”