Luuk en Ivo hebben een CI

Luuk en Ivo hebben een CI

Marjolein (37) is apetrots op haar stoere zoontjes Ivo (3) en Luuk (5). “Luuk is een rustige creatieveling, zijn broertje een echte boef”, vertelt ze liefdevol. Ze zijn allebei doof geboren en dragen cochleaire implantaten (CI’s). “Met of zonder CI: ze zijn wie ze zijn en zitten goed in hun vel.”

Blije baby

“Vier weken na Luuks geboorte ontdekten we dat hij doof was. Ik dacht: hoe moet dat nu als hij ons niet kan horen? Gelukkig werden we aan de hand genomen door een medewerker van Kentalis en leerden we gebaren. Terwijl zijn leeftijdsgenootjes nog niet eens konden praten, kon Luuk al veel dingen aangeven, bijvoorbeeld wat hij op zijn boterham wilde.

Toen Luuk vijf weken oud was, begon hij voor het eerst te lachen. Toen ik zijn mooie lach zag, ging er bij mij een soort knop om. Ik kan wel bij de pakken neer gaan zitten, dacht ik, maar waarom zou ik dat doen als mijn kind vrolijk en blij is? Ik kon vanaf dat moment veel zorgelozer genieten van hem. Mijn man zei eigenlijk meteen al: Luuk voelt zich goed en dus is het goed.

Wel of geen CI?

Al snel hoorden we in het ziekenhuis de eerste verhalen over CI-implantaties. Ik ging op zoek naar andere ouders, want ik wilde van ouders en kinderen zelf horen hoe het is om een CI te dragen. Al ging het goed met Luuk, wij denken dat je het gemakkelijker hebt in de maatschappij als je wel wat kunt horen. Daarom hebben wij niet getwijfeld.

Reguliere school

Luuk gaat nu naar een reguliere basisschool. Hij heeft wel door dat hij CI’s heeft en anderen niet, maar hij hoort er helemaal bij en ontwikkelt zich als elk horend kind. Hij scoort met taaltesten zelfs beter dan veel horende leeftijdsgenoten. Alleen als het heel rumoerig is, heeft hij wat moeite. Zijn juffrouw krijgt advies van iemand van Kentalis, zodat zij kan zorgen dat Luuk alles meekrijgt op school. 

Goed in hun vel

In het dagelijks leven sta ik er niet bij stil dat Luuk en Ivo doof zijn en CI’s dragen. Ze zijn wie ze zijn, met of zonder CI of CI’s. Ze zitten goed in hun vel en daar draait het om. Elke dag vragen mensen ons wel wat ze op hun hoofd hebben en dat vind ik prima, maar ik kan er niet tegen als mensen zeggen: ‘Ach wat zielig.’ Want dat zijn ze niet.