Werken bij... een woongroep voor doofblinde mensen

Begeleider Esther zit voor een bord met picto's

Assistent begeleider Esther van Loon-Broeren werkt bij een woongroep in Sint-Michielsgestel. De mensen die hier wonen, kunnen zich niet uiten met woorden of gebaren en daarom is het aan Esther en haar collega’s om héél goed te kijken naar hun stemming, lichaamstaal, gedrag en signalen. “Als ik daar goed op inspeel, zitten zij eerder goed in hun vel. En omdat ik hier al lang werk en de mensen heel goed ken, lukt dat negen van de tien keer.”

Met een team één huishouden runnen

“Ik zorg voor mensen die een heel complexe beperking hebben en daardoor veel ritme en regelmaat nodig hebben. Wat ik zo bijzonder vind aan mijn werk, is dat je eenduidig en voorspelbaar moet handelen met een heel team. Dat je dus met twaalf mensen één huishouden runt en dan zoveel mogelijk op dezelfde manier, want dan komen onze cliënten het best hun dag door. Je bent mens, dus natuurlijk kun je wel je eigen draai aan de begeleiding geven. Dan heb ik het over kleine dingen. Als iemand gaat douchen, zorg ik bijvoorbeeld dat de douche al lekker warm is. Mensen leren je hier door die kleine dingen kennen. Maar ik doe nooit zomaar iets, dat kan met onze cliënten niet. De dagroutine en volgorde van handelingen hou je hetzelfde. Binnen die kaders doe je het op jouw manier, want zo bouw je een relatie op.”

Een vertrouwensband opbouwen

“Na ongeveer een half jaar begint die relatie te komen en leren de cliënten jou een beetje kennen. Daarna komt het vertrouwen en kun je veiligheid bieden. Dat is zo mooi. Maar het eerste half jaar is echt investeren. In die periode moet je de cliënten leren kennen, tot in de kleinste signalen. En de cliënt leert jou kennen. Onze cliënten zijn doofblind, maar dat betekent niet altijd dat ze helemaal doof en blind zijn. De meeste mensen in onze groep zijn doof en zeer slechtziend. Ook hebben ze een zeer laag niveau en andere beperkingen. Je communiceert daarom niet met woorden of gebaren, maar moet bijvoorbeeld betekenis leren geven aan de geluidjes die iemand maakt en aan zijn gemoedstoestand, lichaamshouding en gedrag.

Is het een positief geluid? Of minder positief? Een ratelend geluid betekent bij twee van mijn cliënten bijvoorbeeld dat ze goed in hun vel zitten. Een hoog, schel geluid is geen goed teken. Dan is er iets aan de hand. Ze kunnen niet vertellen wat er is en dus moeten wij daar naar op zoek. Ligt het matras niet lekker, omdat het versleten is? Heeft iemand buikpijn? Zijn er teveel prikkels omdat er een deur open staat? Je moet heel goed kijken en ook empathisch zijn. Wat zou je zelf vervelend kunnen vinden in deze situatie? Door goed te kijken probeer je alsmaar iemands omgeving te verbeteren en ongemak en dus onrust te voorkomen. Als je cliënten goed leert kennen, word je daar steeds beter in en dat geeft zo’n voldoening. Ik werk hier al jaren en kan met ze lezen en schrijven. Daarom gaan ze bij mij nu negen van de tien keer met een lach naar bed. Dat maakt mij heel blij.” 

Als nieuwe medewerker sta je nooit alleen

“Toen ik hier net werkte, ging ik regelmatig met een vol hoofd naar huis en dat hoor ik ook van anderen. Je moet zoveel leren en onthouden. Maar je krijgt gelukkig de tijd om te wennen en de mensen te leren kennen. Er wonen hier zes mensen en er zijn meestal drie medewerkers aanwezig. Je begeleidt dus op een dag twee cliënten. Als nieuwe medewerker word je nooit meteen op die manier ingezet. Je staat eerst boventallig en wordt gecoacht en kijkt mee met een ervaren medewerker. Je hebt altijd iemand om op terug te vallen. Daarna draai je om en staat de medewerker met veel kennis achter je. Ook volg je opleidingen, bijvoorbeeld over omgaan met moeilijk verstaanbaar gedrag en omgaan met calamiteiten. Ook staat er veel op papier beschreven. Welke houding van de cliënt hoort bijvoorbeeld bij welke gemoedstoestand? Wat betekenen kleine signalen, zoals op de lip bijten of ergens op tikken? Wat doe je als iemand gedrag laat zien dat aangeeft dat hij niet goed in zijn vel zit? Ook is er een protocol over wat je doet als het echt niet goed gaat met een cliënt. Ernstige agressie naar medewerkers toe komt bij onze groep nauwelijks voor, wel kunnen cliënten zichzelf verwonden, bijvoorbeeld door op hun hoofd te slaan. Dan probeer ik de cliënt weer tot rust te brengen. Dat soort gedrag is altijd schreeuw om hulp.”

Intensieve begeleiding

“We zeggen wel dat we hier zeer intensieve zorg bieden, maar ik vind het vooral intensieve begeleiding. De persoonlijke zorg valt mij in vergelijking met mijn eerdere baan wel mee. Doordat onze cliënten een laag niveau hebben, werken we altijd een-op-een en communiceren we met concrete verwijzers. Dit zijn een soort op maat gemaakte 3D-voorwerpen. Als een cliënt zo’n voorwerp in de hand krijgt, heeft dat voor hem of haar een betekenis. Een paars blokje kan bijvoorbeeld staan voor trampolinespringen. Zo vertellen we onze cliënten wat er gaat gebeuren en gaan ze de dag door van activiteit naar activiteit. Tussen de activiteiten gaan ze naar hun eigen kamer om bij te komen van de prikkels.”

Kijken naar de stemming van cliënten

“Ik vind het heel mooi om te kijken naar het moment - wat heeft de cliënt op dít moment nodig? Is iemand heel hyper? Dan signaleer ik dat en zorg ik dat hij iets kan doen waarmee hij even die energie kwijtraakt, bijvoorbeeld het sorteren van verschillende voorwerpen. Zie ik dat een cliënt juist rustig is, dan geef ik bijvoorbeeld een rijgtaakje met kralen om lekker zen te doen. Is iemand al erg lang passief, dan kies ik voor een iets actievere activiteit. Zo kijk ik continu naar de stemming van de cliënt. Speel ik daar goed op in, dan zitten ze goed in hun vel. Als je nieuw bent gaat het natuurlijk niet altijd goed. Dat geeft niet en heeft iedereen. Ik haalde in die beginperiode voldoening uit de momenten waarin ik het wél goed had ingeschat. Je moet om hulp durven vragen en kan altijd met collega’s overleggen over wat je ziet en wat je zou willen doen met cliënten. Het is leuk om het steeds vaker goed te zien en in te schatten.”

Verschillende woongroepen

“Of dit de baan voor jou is, moet je echt ervaren. Dat kan tijdens de proefmaand en het oriënteren. Na een maand heb je daar echt wel een beeld van. Is het niet jouw baan? Dan zijn er veel opties bij onze andere woongroepen. Er zijn groepen voor volwassenen, groepen voor kinderen, groepen met een meer huiselijke sfeer, groepen met gezamenlijke activiteiten, groepen voor mensen met een hoger niveau, groepen met meer of minder verzorging. Er is altijd wel een woongroep die bij je past.”

Ook werken bij een woongroep?

Wil jij ook een bijzondere baan? Vind je het belangrijk dat jouw cliënten écht begrepen worden? Wil je unieke opleidingen volgen op het gebied van communicatie? Kies dan ook voor een baan bij een woongroep of dagbestedingsgroep van Kentalis.