Mirjam Blumenthal 'Blijf als onderzoeker nieuwsgierig naar de werkvloer. Want daar gebeurt het!'

Foto Mirjam Blumenthal gemaakt door Monique Shaw

Mirjam Blumenthal, senior onderzoeker bij de Kentalis Academie, staat na 43 jaar werken bij Kentalis en haar rechtsvoorgangers op de drempel van haar welverdiend pensioen. Op 27 maart komen collega’s feestelijk bij elkaar om afscheid van haar en mede-pensioenganger Jet Isarin te nemen. De hoogste tijd om met Mirjam terug te blikken op haar rijke carrière. Rode draad? Mirjam gaat uit van hoe dingen in de praktijk precies gaan en onderzoekt met passie hoe dingen ook anders kunnen.

Als logopedist bij achtereenvolgens het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag en het Audiologisch Centrum (AC) Den Haag diagnosticeerde en behandelde Mirjam 25 jaar lang cliënten met verschillende uitdagingen op het gebied van spraak, taal, stem en gehoor. ‘’Officieel ben ik in 2007 onderzoeker geworden bij de Academie, maar al bij het Audiologisch Centrum combineerde ik mijn werk als logopedist met de functie van onderzoeker. Voor mij was die praktijkervaring essentieel om als onderzoeker te kunnen starten. Daardoor heb ik nooit uit het oog verloren waar we het bij Kentalis allemaal voor doen.’’

Kernkwaliteit

‘’Waar ik goed in ben? Ik ben iemand die heel graag inzoomt op de diepste details. Hoe het stellen van een diagnose nou eigenlijk precies verloopt. Of hoe een bepaalde behandeling werkt. Tegelijk ben ik ook goed in staat om weer uit te zoomen. Om erboven te gaan hangen en dan te bekijken wat een bepaald onderzoeksresultaat betekent voor de systemen waarmee wij werken. En als belangrijkste: hoe komt dat vervolgens weer het best terug naar de cliënten in onze praktijk. Want er zijn altijd wel dingen – groot of klein – die net niet goed of helemaal niet goed gaan. Die kunnen vaak al met een kleine tussenstap een stap verder gebracht worden. Verder houd ik altijd voor ogen wat onze professionals bij Kentalis nodig hebben. Je kunt wel makkelijk zeggen het moet ‘zus of zo’, maar je moet altijd bekijken in welke situatie ze werken. Want het kan niet altijd zo makkelijk anders als je denkt.’’

Stond aan de wieg van…

Taalontwikkelingsstoornis (TOS) en meertaligheid kan Mirjam als belangrijkste deskundigheden op haar visitekaartje zetten. ‘’Natuurlijk heb ik tijdens al die jaren brede ervaring opgedaan, maar mijn affiniteit en kennis liggen zeker op die twee terreinen. Het voert wat ver om op te noemen wat ik allemaal gedaan heb op dat vlak. Wel wil ik graag noemen de tools en richtlijnen die ik (mede)ontwikkeld heb. Bijvoorbeeld de anamnese meertaligheid, die ik samen met Manuela Julien ontwikkelde. Met haar maakte ik een vragenlijst, waarmee je tijdens logopedische diagnostiek bij meertalige ouders uitvraagt welke talen er gesproken worden, en hoe ze die gebruiken in contact met het kind. Ook ontwikkelde ik met hulp van vele anderen Speakaboo, een gratis hulpmiddel voor het screenen van de spraakontwikkeling bij meertalige kinderen. Dit hulpmiddel helpt logopedisten de spraakontwikkeling van kinderen te testen in de moedertaal van het kind. Mooi om aan gewerkt te hebben!’’

Ruimte voor ontwikkeling

De ontwikkeling als professional en later als onderzoeker gaat natuurlijk niet vanzelf. Het meeste komt van jezelf, maar je hebt ook ruimte van de werkgever nodig om verder te komen. Mirjam vertelt: ‘’Door mijn jarenlange ervaring bij Kentalis ben ik in de loop der tijd zekerder geworden van mezelf. Ik kon nog wel eens in de twijfelstand schieten. Op zich niet verkeerd, want daardoor weeg je bijvoorbeeld in onderzoek dingen heel goed af. Toch heb ik daar een steeds betere balans in gevonden. Nu denk ik eerder: we doen het gewoon zo en hak ik de knoop makkelijker door. Dat kan natuurlijk alleen als er ook ruimte is om na te denken en fouten te mogen maken. Als je iets niet probeert, weet je ook niet of het goed gaat. Ik ervaar bij Kentalis dat er ruimte is voor persoonlijke ontwikkeling en daardoor kan ik echt zeggen dat ik daadkrachtiger ben geworden in mijn onderzoekswerk.’’

Dank je wel!

‘’Het zijn veel mensen geweest, die mij geholpen hebben om mezelf te ontwikkelen. Ondoenlijk om ze allemaal te noemen; hopelijk tref ik er veel op ons afscheidsfeestje. Drie mensen wil ik er toch uitpikken: Freke Bonder, mijn leidinggevende, Harry Knoors, destijds directeur  van de Academie en Liesbeth van der Zijden-Holstvoogd, mijn ‘partner in crime’ bij de ontwikkeling van Speakaboo. Freke is heel goed in het begeleiden en stimuleren van mensen; niet alleen van mij. Zij is heel belangrijk geweest voor mijn ontwikkeling.  Ze gaf me ook de ruimte en veiligheid om risico’s te nemen en dus soms fouten te maken. Sowieso zie ik de Academie als de groeituin van Kentalis. Soms is het een nadeel om in een grote organisatie te werken, maar het voordeel is tegelijk dat er bij Kentalis en daarmee ook bij de Academie, veel kan. Je kunt je als onderzoeker echt uitleven! Van hoogleraar Harry Knoors, die inmiddels met emeritaat is, zal ik nooit een citaat uit een van zijn presentaties vergeten: ‘’Als hier nooit fouten worden gemaakt, dan is het niet goed gegaan’’. Het is bij onderzoek en ontwikkeling net als alles in het leven: als vooraf allemaal al duidelijk is hoe iets moet, dan is het niet meer interessant.’’

Tips van Mirjam

“Ik zou zeggen: blijf nieuwsgiering en blijf zoveel mogelijk bij jezelf. Want iedereen heeft weer andere sterke kanten. En zoek de juiste collega’s en andere sparringpartners op als je zoekt naar hoe iets beter kan. Dat leidt tot mooie dingen! Verder hamer ik erop om als onderzoeker altijd goed te blijven kijken naar wat er gebeurt in de praktijk. Daar waar onze professionals het doen voor onze cliënten. Mijn opvolger Lisa Verbeek adviseer ik om de tijd te nemen om in de praktijk te gaan kijken en onze specialisten uitgebreid te bevragen over hun werk. En ga vooral ook eens met ouders van cliënten praten; zij leven dag in dag uit met hun kind en hebben vaak een haarscherp beeld van hoe het gaat met hun zoon of dochter. Kortom: kijk goed naar de hele context en zie van daar uit hoe je verder kan komen.’’

Pensioen is geen zwart gat

‘’Vanaf april zie ik geen zwart gat voor me. Ik heb mijn werkleven langzaam afgebouwd door minder uren te werken en kon dus al oefenen met meer vrije tijd. En die vul ik lekker, want ik heb veel hobby’s. Ik roei graag en geef daar ook les in, ik boetseer en schilder en hou ook erg van wandelen, dus dat komt wel goed. Wel weet ik zeker dat ik het werk en al mijn collega’s best ga missen. Ik kijk uit naar het afscheidsfeest op 27 maart en vind het fijn om dat samen met Jet Isarin te ‘ondergaan’. Het wordt niet heel zakelijk, want feestelijk past toch beter bij ons. We kozen ervoor om de mensen die komen de kans te geven om iets te doen. Dat mag over onderzoeken gaan, maar hoeft zeker niet. Een liedje of iets anders is ook goed, als het maar binnen de vijf minuten past. Dan doen Jet en ik ons best om ons eindpraatje ook kort te houden’’.

Fotografie door Monique Shaw