De Johannes Postschool in Sneek is een 'inclusieve leeromgeving' waar leerlingen met en zonder extra ondersteuningsbehoeften samen naar school gaan. Schooldirecteur Djoke de Schiffart en ambulant begeleider Gerdien Kamphuis vertellen wat deze samenwerking leerlingen, ouders en professionals brengt.
Regulier plus
“Eigenlijk is een inclusieve leeromgeving een tussenvorm tussen een speciale school cluster 2-onderwijs en een reguliere basisschool waar kinderen met een ondersteuningsarrangement ambulante begeleiding krijgen”, legt ambulant begeleider Gerdien Kamphuis uit, die bij Kentalis in dienst is, maar wekelijks bij de Johannes Postschool in Sneek werkt.
Langdurig samenwerken
Op dit moment zitten er zeven leerlingen op deze school die TOS hebben, voornamelijk kleuters. Doordat de leerkrachten en Kentalismedewerkers hier langdurig samenwerken, krijgen de kinderen de ondersteuning die ze nodig hebben om het reguliere onderwijs zo goed mogelijk te volgen.
Thuisnabij
Schooldirecteur Djoke de Schiffart: “We willen zo samen bereiken dat kinderen die taal moeilijk vinden hier lekker op school kunnen blijven en dat de wereld straks voor hen open ligt. Dat ze onbevangen durven praten, zich kunnen redden en leren wat hun talenten zijn. Omdat ze thuisnabij naar school gaan, is de kans bovendien groter dat ze na schooltijd met vriendjes en vriendinnetjes kunnen spelen.”
Leren van elkaar
Gerdien vult aan: “De kinderen die TOS hebben, kunnen zich hier optrekken aan taalsterke klasgenoten, maar zien ook dat er meer kinderen zijn die zich moeilijk kunnen uiten of niet alles begrijpen. Het is bijvoorbeeld prachtig om te zien dat een heel verlegen leerling dankzij de inzet van alle betrokkenen opbloeit tot een zelfverzekerde leerling. Een leerling die ‘stop hou op’ durft te zeggen en vervolgens met de handen in de zij vertelt wat ze vooral wél wil. Dat geeft energie en daar doe je het met elkaar voor.”
Regulier plus
Djoke omschrijft een inclusieve leeromgeving mooi: “Wij zijn eigenlijk geen reguliere school meer, maar regulier plus. Zo leg ik het wel eens uit aan ouders. Dat plusje staat voor de extra scholing die we krijgen en voor het feit dat er korte lijntjes zijn met de mensen om ons heen die veel van deze doelgroep weten. Onze leerkrachten zijn meer allround, de Kentalismedewerkers zijn expert op het gebied van taal.”
De ideale samenwerking
Voordat de samenwerking begon, kwam Gerdien al regelmatig bij de Johannes Postschool, maar dan om ambulante begeleiding te geven aan één leerling met TOS. “Ik zag direct dat deze school, dit team, heel gemotiveerd is om stap voor stap meer expertise te krijgen op het gebied taal en TOS. Er is veel oog voor kinderen die iets extra’s nodig hebben voor taal. De klassen zijn ook kleiner en de leerkrachten richtten zich al heel erg op de taalontwikkeling. Daarom past deze samenwerking zo goed.”
Taal als pijler
Djoke: “Klopt. Wij hadden taal al als een van de pijlers op school. Onze school is gevestigd in een aandachtswijk. Veel kinderen komen vrij taalarm naar school en het aantal leerlingen met een beschikking voor vroegschoolse educatie (vve) is hoog. Wij waren dus al flink met taal aan de slag, want taal is de opening naar de rest van de wereld. Toen deze optie langskwam, vond ik het dus bijna dom om het niet te doen. De leerlingen die TOS hebben, maar ook onze andere leerlingen profiteren van een sterk taalaanbod.”
Samen inzoomen op taal
Het taalaanbod wordt nu samen uitgebreid. Gerdien en haar collega’s begeleiden leerlingen met TOS in de klas en individueel, maar geven ook regelmatig scholing aan de leerkrachten. De workshops hangen af van de wensen van de school en de problematiek van de kinderen. “We willen dit jaar het accent leggen op interactief voorlezen en beginnende geletterdheid, zodat de kleuters met TOS die nu in groep twee zitten, een goede start kunnen maken in groep drie. Omdat we langdurig samenwerken, kun je elk jaar op andere dingen inzoomen. We creëren zo samen een aanbod dat ervoor zorgt dat alle kinderen op school tot hun recht komen.”
Communicatieve redzaamheid
Overkoepelend gaat de scholing en kennisoverdracht vooral over de communicatieve redzaamheid van kinderen. “Het is belangrijk dat ook de leerlingen met TOS zich vrij durven te uiten, dat ze aansluiting vinden bij hun klasgenoten, dat ze zich überhaupt met taal kunnen redden”, legt Gerdien uit. “En natuurlijk wil je dat zij het onderwijs kunnen volgen.”
Het is niet zo dat de adviezen helemaal nieuw zijn voor leerkrachten. “Het zijn vaak de dingen die zij al doen: letten op wát het kind zegt en niet op hoe hij of zij het zegt. Woorden laten terugkomen. Even herhalen wat het kind zegt. Het proberen op te vangen als een leerling even de aansluiting mist met een klasgenoot. Maar het is bij kinderen met TOS belangrijk om al dat soort dingen nóg bewuster te doen. Bovendien is het maatwerk, omdat TOS voor ieder kind anders is.”
Wel even wennen
De inclusieve leeromgeving krijgt steeds meer vorm en de samenwerking verloopt steeds beter. “Maar aan het begin is het wel zoeken geweest”, bekent Djoke. “Mensen moeten aan elkaar wennen, moeten weten wat ze aan elkaar hebben en hoe ze kunnen samenwerken. Ook vond ik het belangrijk dat we de kennis die we opdoen stap voor stap borgen en dat dit alles niet losstaat van de schoolplannen en jaarplannen. Ik merk dat het steeds meer gestructureerd gaat."